Achter de schermen

Mijn camera's en andere wetenswaardigheden. Onder andere over het scannen van foto's.


 

Het boxje waarmee mijn grootvader, die rangeerder in Hilversum was, fotografeerde. Helaas heeft hij erg weinig foto's van treinen gemaakt. Bijzonder is zijn opname van de eerste naoorlogse elektrische trein in Hilversum, op 31 mei 1946. De vergroting van het 6x9-negatief is van mijn hand.


 

De Agfa Silette die mijn vader begin 1958 kocht. Een van zijn eerste foto's was die van een treinstel mat. '46 nabij Hollandsche Rading (Zwaluwenberg). Hij was overigens niet speciaal geïnteresseerd in treinen.


 

Mijn eerste camera kreeg ik op 28 april 1967, mijn zestiende verjaardag. Dit was een Voigtländer Vitoret. Ik kreeg er een groenfilter bij; daarmee kun je wolkenluchten mooi uit laten komen op zwartwitfoto's. Hiervoor fotografeerde ik al met andere toestellen, zoals de rolfilmcamera van mijn broer. Mijn eerste treinenfoto's maakte ik echter met deze Voigtländer, zoals treinstel 352 op 11 juli 1967 in Hilversum.



Pentaflex, Praktica

In 1968 was ik toe aan iets beters. Ik kocht toen mijn eerste spiegelreflexcamera: een Pentaflex, afkomstig uit de Oost-Duitse Praktica-fabriek. Twee jaar later kocht ik een echte Praktica (links op de foto). Ook kwamen er extra lenzen bij, zoals een 35 mm groothoek en 135 mm tele. Als standaardlens gebruikte ik op beide camera's een 55 mm lens van Asahi. De lenzen van dat dure merk pasten namelijk op mijn goedkope Praktica's. Met deze twee camera's heb ik het grootste deel van mijn treinenfoto's tot circa 1975 gemaakt. Vaak had ik beide camera's tegelijk op een statief (zie foto verderop).

Mijn camera's hadden geen ingebouwde belichtingsmeter. Voor het instellen gebruikte ik een tabel. Voor zwartwitfoto's werkt dat prima. Toen ik ook kleurendia's ging maken had ik een belichtingsmeter nodig; zie beschrijving hieronder. Op mijn camera's zat ook geen zelfontspanner. Daarom kocht ik een lange luchtdrukontspanner, met een rubberen bal aan het uiteinde. Met die ontspanner heb ik ook een aantal bijzondere foto's "tussen de rails" gemaakt (zie verderop). Verder gebruikte ik soms filters, zoals een polarisatiefilter waarmee je spiegelingen kunt wegfilteren of wolkenluchten op kleurenfoto's kunt dramatiseren.

Gossen Polysix belichtingsmeter. Deze kan op twee manieren worden gebruikt:

  • Als "gewone" lichtmeter. Via de ingebouwde zoeker kan de meter precies op het onderwerp worden gericht. Er zit ook een zoomfuntie op.
  • Als meter om het opvallende licht te meten. In dat geval moet het bolvormige witte schermpje voor de meetcel worden geschoven. Daarna richt je de meter naar de lichtbron. Bij deze methode is de meting onafhankelijk van de hoeveelheid licht die het onderwerp terugkaatst.

 

Lingen, 9 april 1971. Loc 012 058 loopt binnen met een trein naar Rheine. In mijn oude schooltas zit een cassetterecorder, de microfoon staat ernaast. De tweede foto is eveneens gemaakt langs de Emslandstrecke: Aschendorf, 18 augustus 1974. Ik spreek het nummer in van de loc die ik zojuist heb vastgelegd. Klik hier voor enkele geluidopnamen die ik heb gemaakt.


 

Nabij Hollandsche Rading, 8 september 1973. Ik ben bezig om foto's te maken van treinen die over de camera heenrijden. Klik hier voor meer.


 

Emslandstrecke, augustus 1974. Ik werkte vaak met twee camera's op één statief. In de camera op de eerste foto (een Praktica met Asahi Pentax 55 mm lens) zit zwartwitfilm. In de identieke andere camera (die nu even niet op het statief zit) zit diafilm. Op de tweede foto is de situatie omgekeerd. Met twee draadontspanners bediende ik beide camera's tegelijk. Geen motortransport, dus bij snel rijdende treinen was het ondoenlijk om met beide camera's een tweede foto te maken.


 

Canon, Nikon

Canon FTb met een enorme 75-260 mm zoomlens, en een Canon FT met een 35 mm, 50 mm en 135 mm lens. Deze apparatuur is vanaf 1972 gekocht door mijn broer, en heb ik later van hem overgenomen.

Begin 1977 kocht ik een Nikon-uitrusting: een Nikkormat ELW met motortransport en automatische belichting. In eerste instantie had ik twee lenzen: een 28 mm groothoeklens en een 85 mm portretlens. Dat is een perfecte combinatie voor het reportagewerk dat ik toen vaak deed. Jaren later kocht ik er nog een 50 mm standaardlens bij, die ik echter weinig heb gebruikt.


 

In 1999 nam ik opnieuw een camera van mijn broer over: een Canon EOS 650, met 35-105 mm zoomlens. De lens heeft een automatische scherpstelling, die ik echter zelden gebruikte. Op de tweede foto rechts de speciale flitser die bij deze camera hoort. Door de jaren heen heb ik diverse flitsers gehad. De eerste werkte nog met dure, eenmalige lampjes.




Donkere kamer

Van begin af aan heb ik mijn foto's zelf afgedrukt. Daarvoor gebruikte ik de donkere kamer die mijn vader rond 1962 op zolder had gebouwd, maar die hij zelf weinig gebruikte. Een groot deel van mijn jonge jaren heb ik doorgebracht in het geelgroene licht van dit benauwde hok. De foto hiernaast is gemaakt in 1970.

Rond 1980 kocht ik de vergroter op de onderste foto: een Durst M 605 Color. Ik heb hiermee ook kleurvergrotingen gemaakt, een tijdrovende en kostbare hobby. De kleurenkop had ook een functie bij het afdrukken van zwartwit-foto's op fotopapier met variabel contrast. Als doka gebruikte ik een kast onder de trap van ons huis in Bilthoven. Rond 2000 heb ik voor het laatst zelf foto's afgedrukt.

Dia's en negatieven scannen

Dia's en negatieven scan ik tegenwoordig op de computer in via een negatiefscanner. Daarna bewerk ik ze zonodig met Photoshop, waarna ik ze via internet naar een fotocentrale stuur om ze te laten afdrukken. Dat gaat zeer goed en goedkoop via de Hema of het Kruidvat (deze werken met de centrales van grote fotomerken).

Als dia/negatiefscanner heb ik jarenlang een Minolta Dimage Scan Dual II gebruikt. Een professionele scanner is duur. Heel goedkope scanners doen het niet goed, vooral niet bij zwartwit-negatieven.

Sinds 2010 gebruik ik voor het scannen een vlakke scanner die ook met dia's en negatieven overweg kan. Ik kocht de Epson Perfection V300 Photo. Prijs ongeveer 100 euro. Dat gaat goed en snel. Scannen met 2800 dpi levert bij kleinbeeld uitstekende resultaten. Opslaan in JPG (hoogste kwaliteit, dus zonder compressie) of TIF.

Begin 2014 wilde mijn Epson V300 geen dia's en negatieven meer scannen, alleen nog documenten. Dus een nieuwe gekocht: een V550 Photo. Die doet het erg goed. Dit model kan ook grote negatieven aan (rolfilm) en kan twee stroken negatieven tegelijk behappen. Prijs een kleine 200 euro. Genoemde scanners kunnen ook documenten in OCR scannen, dat wil zeggen gedrukte teksten omzetten in digitaal te bewerken teksten.


Digitaliseren en archiveren

De NVBS heeft in maart 2014 nuttige adviezen gegeven over het digitaliseren en archiveren van foto's: Fotograferen voor de eeuwigheid (pdf).

Mogelijk bestaat er een meer recente versie van dit document op www.nvbs.com. De site van de NVBS verandert te vaak om een rechtstreekse link te kunnen geven.

Lees ook over het archiveren van websites als digitaal erfgoed.



Fototechniek toen & nu

Mijn grootvader met boxcamera, in 1962 in Madurodam gefotografeerd door mijn vader.

Kleinzoon met systeemcamera. Voor dit beeldje heb ik mij in 2014 in Madurodam laten fotograferen.



 

Nikon Coolpix 2500, Canon PowerShot G3

In de loop van 2002 ben ik omgeschakeld naar de digitale fotografie. Ik had al een camera van de zaak (ik was redacteur van een personeelsblad en webmaster van een grote intranetsite). Dit is een Nikon Coolpix 2500, 2 megapixels, 3x optische zoom. Het flitsertje naast de lens staat garant voor rode ogen, dus dat gebruikte ik nooit. Het handige is dat je de lens naar binnen kunt draaien, zodat het toestel in je binnenzak past. Je kunt ook jezelf fotograferen door de lens naar achteren te draaien.


In april 2003 kocht ik een eigen digitale camera: een Canon PowerShot G3, 4 megapixels, 4x optische zoom. Een digitale spiegelreflexcamera was nog mooier geweest, maar dat vond ik toen nog te duur.

Boven op de Canon Powershot G3 zit de losse flitser die ik er bij heb gekocht: een Canon Speedlite 420EX. Ideaal in die situaties waarin het ingebouwde flitsertje het niet meer trekt. Met de Speedlite kun je ook indirect flitsen, via een muur of plafond, waardoor je een veel mooiere belichting krijgt. Helemaal niet flitsen is in veel gevallen natuurlijk het mooist. Met een digitale camera kun je wat dat betreft verder gaan dan met een gewone camera, maar op een bepaald moment ontkom je niet aan flitsen.

Op de lens zit een groothoekconverter gemonteerd (Canon WC-DC58). Deze heeft een vermenigvuldigingsfactor van 0,8. Het normale zoombereik van de camera is 35 tot 140 mm (kleinbeeldequivalent). Met de groothoekconverter wordt het zoombereik 28 tot 112 mm. Ik ben een groothoekfotograaf. Een groothoeklens vraagt erom dat je het onderwerp dicht nadert. Bijna vanzelf maak je dan foto's die anders zijn dan het werk met een standaardlens. Een groothoeklens vertekent niet (behalve als het een slechte lens is). Zo'n lens maakt het alleen mogelijk om vanuit een ander perspectief te fotograferen.

Flitser en groothoekconverter maken de camera vier keer zo groot, drie keer zo zwaar en twee keer zo duur.



Canon EOS 350D

In februari 2006 werd het tijd om een digitale spiegelreflexcamera te kopen. Voor nog geen 800 euro kocht ik een Canon EOS 350D. Eindelijk weer een echte camera in mijn knuisten, compleet met het geluid van opklappende spiegel en aflopende gordijnsluiter, dat tussen 1968 en 2002 minstens honderduizend keer in mijn oren heeft geklonken. Afgelopen is het ook met dat rare vierkantige formaat, zoals op de foto hierboven. De EOS fotografeert gewoon in verhouding 2:3, zoals foto's horen te zijn. Een sterk punt blijkt de automatische scherpstelling te zijn. Die werkt echt perfect, in tegenstelling tot de analoge Canon waarmee ik jaren heb gefotografeerd en waarmee ik altijd met de hand scherpstelde. Nadelen zijn er ook. Ten eerste het geluid, ten tweede dat je het lcd-scherm niet kunt gebruiken om in te stellen. Vanuit rare hoeken stiekem foto's maken is met deze camera een stuk lastiger. Dus die Powershot G3 hou ik wel aan, ook al vanwege de groothoekconverter die niet op de EOS past. Mijn Speedlite 420EX-flitser past wel op beide camera's.


Bunnik, 19 mei 2007. Ik heb mijn analoge videocamera weer eens uit de mottenballen gehaald. Tegenwoordig film ik met digitale camera's. Bekijk mijn filmpjes.



HP Photosmart M627

In maart 2007 kreeg ik een nieuwe camera van de zaak: een HP Photosmart M627. Die maakt goede foto's en filmpjes. Het nadeel is dat deze geen gewone zoeker heeft, alleen een schermpje. In fel licht zie je daardoor niet wat je fotografeert.


 

Bussum-Zuid, 3 april 1969. Voigtländer Vitoret. Zelfde plek, 30 augustus 2008. HP Photosmart M627.



Fujifilm A850

Op 2 december 2008 ging de HP Photosmart M627 opeens kapot. Ik was wat foto's aan het maken in Baarn, toen opeens de lens niet meer naar binnen wilde schuiven. Jaren geleden is een andere camera van mij ook kapot gegaan op station Baarn. Spontaan wilde de lens niet meer naar binnen schuiven. Vroeger liet je apparatuur die stuk was gegaan repareren. Tegenwoordig kun je meestal beter een nieuw toestel kopen. En dat werd een aanbieding bij de Hema: de Fujifilm A850. Dit goedkope toestel bleek helaas lelijke opnamen te maken (veel te paarse filmpjes en een slecht geluid).


Kodak Playsport Zx3

Helmond 't Hout, 4 juni 2010. trek-duwtrein op weg van Venlo naar Eindhoven. Op het statief rechts mijn kort daarvoor aangeschafte Kodak Playsport Zx3. Dit is een kleine digitale videocamera die zeer goede HD-filmpjes maakt. Alleen het geluid is matig, vooral als het waait. Deze camera kan ook onder water worden gebruikt, tot drie meter diep. Kan altijd nog eens van pas komen. Fotograferen kan ook, maar dat gaat niet echt vlot.


Sony Cybershot DSC-HX5

Utrecht, 2 september 2011. Zelfportret met Sony Cybershot DSC-HX5. Met dit handige cameraatje (klein, veelzijdig, vrij duur) maak ik sinds april 2011 mijn meeste foto's. Kan ook filmen, maar dat doe ik vaak nog met mijn Kodak Playsport.


Sony NEX-5

December 2013. Tijd voor een nieuwe camera. De keus viel op een Sony NEX-5. Dit is een zogeheten systeemcamera: een spiegelreflex waarbij de spiegel en de zoeker zijn weggelaten. Dit levert een handzame camera op met verwisselbare lenzen en van een hoge kwaliteit. Nadeel van dit toestel is dat je er geen normale flitsers op kunt aansluiten. Er wordt wel een los miniflitsertje bijgeleverd dat het verrassend goed doet. Geen toestel voor de echte beginner: er zitten veel te veel instelmogelijkheden op. Het eerste wat ik deed was het uitschakelen van de kinderachtige piepgeluidjes. Wie wil er nou fotograferen met een camera die geluid maakt? Ik moest denken aan de abdicatie van koningin Beatrix, eerder dit jaar. Een plechtig moment, waarbij de stilte alleen werd verstoord door een onprofessionele beroepsfotograaf die keihard zat te klikken met zijn spiegelreflex. Heel leuk van de Sony NEX-5 is dat deze camera draadloos kan communiceren met bijvoorbeeld een smartphone. Je kunt foto's versturen van de camera naar de telefoon, of omgekeerd de telefoon gebruiken als afstandsbediening. En je kunt er natuurlijk ook mee filmen. Op de plaats van de losse flitser past een speciale microfoon die het erg goed doet.


iPhone 4

     

Begin 2013 kocht ik een iPhone 4. Daar kun je ook foto's mee maken (matig) of filmen (slecht). Het plaatje rechts toont een iPhone in "herstelmodus", een eufemisme voor volledig vastgelopen. Het apparaat kun je dan alleen op een computer met iTunes weer aan de praat krijgen. Begin september 2014 lukte zelfs dat niet meer. Sindsdien heb ik een goedkope Android. Zie ook mijn blog: Een iPhone updaten? Niet doen!


Een cameraatje mee laten rijden op je modelbaan: hoe leuk is dat? Ik heb verschillende experimenten gedaan, maar pas sinds mei 2017 heb ik een toestelletje dat perfect past: de SQ8 MINI DV. Je ziet het hier rijden op een met lood verzwaard wagentje. Het ding kostte nog geen 12 euro - inclusief verzendkosten uit China! Ik moest er alleen nog een micro-geheugenkaartje voor kopen.


Zie ook:




vorige       start       omhoog