Spoorwegmuseum 1989-1999

Onder andere aandacht voor het huisje aan de Eikstraat waar wij tot eind 1989 hebben gewoond, met uitzicht op het achterterrein van het museum.

Zie ook de Nationale Stoommanifestatie die plaatsvond in 1994, 1996 en 1998.

Grote verbouwing 1988-1989

Van augustus 1988 tot juni 1989 was het museum gesloten in verband met een grote verbouwing. In het gebouw zelf werd een tweede verdieping aangebracht, met in het midden daarvan een auditorium (bij de verbouwing in 2003/2005 is dat allemaal weer verdwenen). Het buitenterrein werd sterk uitgebreid. Onder andere kon daar nu een treintje rondrijden, bestaande uit twee rijtuigen en een sik.

Een uitgebreid artikel over deze verbouwing staat in Op de Rails 1988-6, geschreven door Frits van der Gragt. Een artikel over de heropening staat in Op de Rails 1989-7, geschreven door Erik Swierstra.



Verbouwing

     

Spoorwegmuseum, mei 1989. Het museum is ruim een jaar lang gesloten geweest voor een grote verbouwing. Het buitenterrein was wel toegankelijk, voor 1 gulden per persoon. Als lid van de Vereniging Vrienden van het Spoorwegmuseum mocht ik er zelfs gratis in. Dat deed ik regelmatig, zoals hier tijdens een zondagse wandeling met mijn drie dochters.

De eerste foto is met een telelens gemaakt vanuit ons huisje aan de Eikstraat. Dat huisje heeft jarenlang letterlijk onder de rook gestaan van het depot dat hier vroeger was. Onder de dakpannen zag het nog steeds zwart van het kolengruis! In de verte restauratierijtuig 4249 van de Compagnie Internationale des Wagons-Lits (CIWL).



Eikstraat 19

Van september 1982 tot eind 1989 woonden wij in een klein huisje in de wijk Oudwijk in Utrecht. Daar zijn onze drie kinderen geboren. Dat werd een beetje krap, vandaar dat we toen zijn verhuisd naar een grotere woning in Bilthoven. Vanuit Eikstraat 19 keken we uit op het terrein van het Spoorwegmuseum.

Ik ben een treinenliefhebber, dus ik vond het wel leuk om uitzicht te hebben op het Spoorwegmuseum. Tot 1989 was het er erg rustig. Het terrein waar nu publiek rondloopt en treintjes rondrijden stond vol met loodsen. Ooit is er zo'n loods afgebrand, daar hadden we toen een mooi uitzicht op.

Vroeger was er een locomotievendepot en dat zal nogal wat lawaai (ook 's nachts) en rook hebben gegeven. Onder de dakpannen van de huizen zat nog steeds roet. Het waren echte arbeidershuisjes. Er woonden vroeger vaak grote gezinnen in, met zijn allen slapend op de bovenverdieping. Oorspronkelijk zal er een zeer steile trap in, heb ik nog wel eens bij de overburen gezien.

Veel huizen in de Eikstraat en andere straten waren eigendom van een huisjesmelker, maar steeds meer huizen werden gekocht door voornamelijk jonge mensen. Naast ons woonde een oude man die ongelooflijk veel aan zijn huisje had verbouwd; hij heeft zelfs ooit een douche gehad onder de woonkamer! Die is later weer verdwenen, maar op een of andere manier zaten er wel grote gaten in de muur onder de vloer, tussen ons huis en het zijne, zodat we nogal wat geluidsoverlast hadden van de buren. Die gaten heb ik volgespoten met purschuim en toen was het probleem opgelost.

Er is ooit sprake van geweest dat de Eikstraat en de straten erachter zouden worden vervangen door nieuwbouw, maar later is besloten tot een renovatieproject. Wij hebben zelf veel aan het huisje opgeknapt, zoals de vloer in de huiskamer vervangen, een zolder gemaakt, kamers gemaakt boven, gaskachels aangelegd, keuken vernieuwd, elektriciteit vernieuwd, schuurtje in de tuin gebouwd, dakkapel aan de straatkant laten aanleggen. Toen we klaar waren met verbouwen zijn we verhuisd.

We hebben er met veel plezier gewoond, maar met drie kinderen werd het in 1989 toch wel een beetje krap. Het was een leuke buurt. We hadden met veel bewoners contact en er zijn ook wel eens straatfeesten georganiseerd.


Eikstraat 19, omstreeks 1988 geschilderd
door mijn schoonvader Co Helmus.



In 1987 kocht ik voor Karin een tweedehands Mšrklinset. Bijna drie jaar, dus ze was er wel aan toe. Ze heeft er inderdaad weleens mee gespeeld, zoals op 2 april 1987 in ons huisje aan de Eikstraat in Utrecht, maar het treinenvirus is niet overgeslagen. De trein staat nu dus in mijn museum.


Heropening van het museum

Spoorwegmuseum, 7 juni 1989. Een dag na de officiŽle heropening konden leden van de Vereniging Vrienden van het Spoorwegmuseum een kijkje nemen. Met treinstel 1741 werden we vervoerd vanaf Utrecht CS naar het museum. Daarna kregen we onder andere een rondrit in een blauw Oostenrijks rijtuigje, getrokken door een oersik. Dat rijtuigje heeft later een betimmering aan de buitenkant gekregen, terwijl de sik is omgebouwd op elektrische aandrijving. Dit laatste om geluidshinder voor de omwonenden tegen te gaan. Die waren bang dat ze een pretpark in hun achtertuin zouden krijgen.


Zie ook tentoonstelling in het AMEV Huis.


Museummaterieel tijdens NS 150

Utrecht, 23 juli 1989. Tijdens het jubileum pendelde de Blokkendoostrein tussen Utrecht CS en het Spoorwegmuseum, Rechts op deze foto's NMBS-stoomloc 12.004 met de Sinjoren-express naar Antwerpen. Ook te zien is een agent van de spoorwegpolitie die bezwaar komt maken tegen de door de fotograaf ingenomen positie.



Utrecht, 25 juni 1989. Loc 1125 (met de nummerplaten van loc 1122) tijdens het jubileum NS 150. De loc is turquoise geschilderd, net als het rijtuig RD 7659. In deze kleur reden in de jaren vijftig sneltreinen rond. Naar verluidt is deze kleur uitgekozen door de vrouw van NS-directeur Den Hollander. Deze kleur was nogal besmettelijk, en verschoot bovendien zodanig dat er al snel sprake was van verschillende tinten turquoise. Later werd gekozen voor Berlijns blauw, waarin onder andere loc 1010 is geschilderd.


Utrecht, 2 augustus 1989. Motorrijtuig Jules, daarachter de museumblokkendoos.

Voor meer foto's zie NS-jubileum 1989 (NS150).


Op 20 juni 1992 maakte de Blokkendoostrein van het Spoorwegmuseum extra ritten tijdens een open dag in Hilversum. Dit ter gelegenheid van de ingebruikname van het nieuwe stationsgebouw.


Spoorwegmuseum, 21 augustus 1993. De "Bergkoningin", hier een beetje verstopt achter de koopwaar van een Indonesische Pasar, maar tegenwoordig bijna helemaal niet meer te zien. Net als de 6317 is ze nu ingemetseld in een kermisattractie.


Stoomloc 13 van het Spoorwegmuseum, bij Utrecht CS tegen een decor van geparkeerde Hondekoppen. De foto dateert uit begin jaren negentig, toen een groep stoomlocs midden in de nacht werd gedriehoekt via Woerden en Breukelen. Loc 13 bleef toen achter op Utrecht Goederen. Collectie Nico Spilt.


Spoorwegmuseum Utrecht, 1 februari 1994. Loc 13 "Silvolde" op normaalsporige draaistelletjes. Deze loc is in 1900 gebouwd door de Machinefabriek Breda (Backer en Rueb). De loc heeft dienst­gedaan bij Geldersche Stoomtramweg Maatschappij (GSTM, later GTW). De loc is genoemd naar een van de plaatsen die de GSTM aandeed. Na het staken van het personenvervoer kwam de loc in de rangeerdienst in Doetinchem. In de zomer van 1956, bij het 75-jarig jubileum van de Gelderse Tramwegen, werd met deze loc en bijpassende tram een toeristische dienstregeling gereden tussen Doesburg en Doetinchem. In 1957 werd deze dienstregeling herhaald, omdat in dat jaar de tramdienst definitief beŽindigd werd. In 1975 verhuisde het tramstel naar Utrecht. Tussen 1996 en 2000 vond het onderdak in het Openluchtmuseum in Arnhem. Tegenwoordig bevindt het materieel zich bij het Nationaal Smalspoormuseum in Valkenburg ZH.



Messerschmitt

Spoorwegmuseum, 18 december 1994. Op de tentoonstelling "Gestroomlijnd, 60 jaar trein en stroomlijn" was onder andere deze Messerschmitt te zien. Je kon daar met twee personen achter elkaar in zitten. Het wagentje had geen deuren, maar een kap die je open kon klappen, net als bij een jachtvliegtuig. Die vergelijking is niet vreemd, want Messerschmitt was van oorsprong, net als Kruckenberg van de Schienenzeppelin, een Duitse vliegtuigontwerper. Alleen was na de oorlog de markt voor Duitse jachtvliegtuigen een beetje ingestort. Messerschmitt richtte zich toen op het ontwerpen van auto's. Het verhaal gaat dat er nog een voorraad cockpitkoepels lag, waar toen dit autootje bij werd ontworpen.

Van fotograaf Ronald Hoeben is de volgende anekdote afkomstig. Zijn buren hadden een Messerschmitt. Op een dag had de buurman, toen zijn vrouw met het autootje op pad was, bij wijze van verrassing een garage gebouwd. Toen zijn vrouw weer thuiskwam, gebaarde hij dat ze het autootje de garage in moest rijden. De man trots, totdat zijn vrouw een enorm kabaal ging maken. Ze kon de kap niet openen omdat de garage te laag was, en ze kon ook niet achteruit de garage uit rijden omdat een Messerschmitt geen achteruitversnelling heeft!



Blauwe Tram?

Amsterdam Sloterdijk, 9 september 2011. Wederopstanding van de Blauwe Tram? Nee, dit is een opgeknapt motorrijtuig van de Wiener Lokalbahnen (WLB) dat hier als eetgelegenheid is opgesteld. Meer over de historie van dit voertuig op www.deamsterdamschetram.nl. Foto Rienk Nauta.

Utrecht, 3 september 1995. Ook bij het Spoorwegmuseum heeft materieel van de WLB gereden: twee rijtuigjes die achter een Sik tochtjes maakten over het terrein. De rijtuigjes zijn met onbekende bestemming vertrokken. Ook het oude lichtsein links is volgens mij niet meer aanwezig. Door een raampje van het rijtuig gluurt een van mijn dochters naar mij.


 

Spoorwegmuseum, 5 januari 1996. Een door de Hoogovens geschonken dieselloc (in 2003 gesloopt). Er hoorde ook een enorm rijdend vat bij (in 2003 teruggegaan naar Corus). Op de voorgrond een door een bromfietsmotor aangedreven TGV, met twee van mijn dochters erin.


Stoommanifestatie Spoorwegmuseum, mei 1996

Utrecht, Spoorwegmuseum, 25 mei 1996. "The Rocket" van de Liverpool & Manchester Railway, replica van het beroemde ontwerp van Robert Stephenson uit 1829. Dat was niet de eerste stoom­locomotief, maar wel de eerste die echt bruikbaar bleek. Vrijwel alle stoomlocomotieven zijn sindsdien volgens de principes van Stephenson gebouwd. Deze bedrijfsvaardige replica is in 1979 gebouwd en is eigendom van het National Railway Museum in York.


Utrecht, Spoorwegmuseum, 25 mei 1996. Loc 2 van de MBS. Een in 1926 door Cockerill (BelgiŽ) gebouwde loc. De loc, met als bijzonderheid de verticale ketel, deed rangeerwerk bij Zuid-Chemie in Sas van Gent. In 1969 kwam de loc in bezit van de MBS.


Utrecht, Spoorwegmuseum, 25 mei 1996. Loc 4389 van de SGB. De loc, overgenomen van het Amerikaanse leger, heeft na de oorlog onder nummer 26 dienst­gedaan bij de Oranje Nassau-mijnen.


Utrecht, Spoorwegmuseum, 25 mei 1996. Loc MW 1210, een in 1890 door Manning Wardle in Leeds gebouwde locomotief. In die tijd was er nog weinig aandacht voor de werkomstandigheden van het locpersoneel; de brilplaat was al een ongekende luxe. In 1935 werd de loc gekocht door de Cranford Ironstone Company. Daar kreeg ze de naamplaten opgeschroefd van een gesloopte andere loc, en sindsdien heet ze "Sir Berkeley". De loc deed daar tot 1957 dienst. In 1963 werd ze gekocht door een particulier, vlak voordat de loc zou worden gesloopt. Tegenwoordig is de loc eigendom van de Vintage Carriages Trust en doet ze dienst op de Middleton Railway.


Utrecht, Spoorwegmuseum, 25 mei 1996. Loc 5 van de MBS. Dit is een zogeheten ELNA-loc: ELNA staat voor "Engeren Lokomotiv-Normen-Ausschuss". Deze locomotieven waren ontworpen in overleg tussen de Duitse spoorwegindustrie en de diverse particuliere spoorwegen. Dit met als doel om de grote verscheidenheid aan locomotieftypes te verminderen. Het waren eenvoudige, robuuste en zuinige machines, die in zes typen geleverd konden worden: C, 1'C en D, elk met naar keuze een asdruk van 12 of 14 ton. Daarbinnen waren nog varianten mogelijk (natte of oververhitte stoom), terwijl het C-type ook met wielen van 1200 mm in plaats van 1100 mm geleverd kon worden. In totaal dus 14 varianten. De loc van de MBS is van ELNA-type 5: een 1'C-loc met een asdruk van 14 ton.




vorige       start       omhoog