Materieel '35 en '36

Na het succes van de in 1934 gebouwde dieseltreinstellen DE 3, liet de NS ook een serie elektrische treinstellen bouwen die dezelfde snelle stroomlijnvorm bezaten. Het publiek liet zich niet van de wijs brengen door de stroomafnemers, en bleef over "diesels" spreken.

Er werden eerst acht prototypes gebouwd: dat was mat'35. Deze tweewagenstellen werden ingezet op de lijn Rotterdam-Hoek van Holland, vandaar hun bijnaam "Hoek van Hollanders". Ze waren donkergroen met rode biezen, en ze waren voorzien van automatische Scharfenbergkoppelingen.

Daarna volgende een serie mat'36. Hiervan zijn zowel tweewagen- als driewagenstellen gebouwd. De driewagenstellen en een deel van de tweewagenstellen zijn later verlengd met een extra tussenbak. Hoewel ze sterk op elkaar leken, was er een belangrijk verschil: bij de vierwagenstellen had elke bak eigen draaistellen, terwijl de bakken van de andere stellen op gezamenlijke jacobsdraaistellen rustten. De bakken van deze twee soorten konden dus niet worden uitgewisseld.

Het laatste mat'36 in Nederland waren de vierwagenstellen 603, 608 en 625. Deze deden toen voornamelijk dienst in het Gooi. In januari 1970 zijn deze afgevoerd. Eén tweewagenstel, de 252, is bewaard gebleven. Een artikelenreeks over dit type is te vinden in Op de Rails, jaargang 1968.

Afbeelding: "100 jaar NS 1839-1939. Propaganda-gedenkuitgave ter gelegenheid van het Honderd-jarig bestaan der Nederlandsche Spoorwegen".



Twee tweewagenstellen mat'35 ("Hoek van Hollanders"), waaronder rijtuig CD 9701. De rijtuigen droegen in het begin afzonderlijke nummers, enkele jaren later werden er treinstelnummers ingevoerd (201 t/m 208). Er zijn acht Hoek van Hollanders gebouwd: vier met en vier zonder bagageafdeling, waarvan de laatste als versterkingsmaterieel dienst deden. De treinstellen zijn gebouwd door Werkspoor, Beijnes en Allan. Na de oorlog waren er nog zes treinstellen over, waarvan de laatste dienstdeed tot 1964. Prentbriefkaart collectie Nico Spilt.


Kop van een treinstel mat'36. Verschillen met mat'35: kleine in plaats van grote bagageruimte, passagiersdeuren uitgevoerd als schuifdeur in plaats van klapdeur, draai- in plaats van schuiframen. (Fragment uit tekening in "100 jaar NS 1839-1939")


Den Haag SS, september 1940. Demobilisatie van het Nederlandse leger. Langs het 1e perron staan treinstellen mat'36,
waaronder tweewagenstel 243. Foto: Centrale Commissie voor de Filmkeuring, verzameling Wout Verspuy.



Advertentie van Werkspoor in het N.S. Maandblad (treinlectuur), september 1941.
Over de spoorbrug over de Waal bij Zaltbommel rijdt een elektrisch treinstel mat.'36.


Voorburg, 11 september 2008. In Museum Swaensteyn (www.swaensteyn.nl) was een aardige tentoonstelling te zien over de Hofpleinlijn en de Blauwe Tram. In 1958 verdwenen de trams van de NZH uit het straatbeeld van Voorburg; drie jaar later was de Blauwe Tram definitief geschiedenis. Op de gevel van het museum hangt een afbeelding naar een schilderij van de Voorburgse kunstenaar Joop Boudewijn. In de achtergrond een treinstel mat'36 op de Hofpleinlijn. Op straat rijdt een Volkswagen Kever. Het opkomende autoverkeer betekende het eind van regionale tramlijnen: de trams reden in de weg en werden vervangen door bussen, die op hun beurt vast kwamen te zitten in het autoverkeer. Inmiddels begint men in te zien dat de tram zo gek nog niet is.


Materieel '36 bij het vroegere station Ede-Wageningen. De foto is in de jaren 50 gemaakt. Links is een
driehoogtesein van het lichtseinstelsel 1946 te zien. Prentbriefkaart collectie Piet den Ouden


Treinstellen mat.'36 bij Oosterbeek Hoog. Prentbriefkaart uit de collectie van Adriaan Pothuizen.


Baarn, jaren dertig. Twee DE3-treinstellen rijdend door het Baarnse spoorravijn. Deze foto is gemaakt vanaf het Emmaviaduct (Amsterdamsestraatweg, tegenwoordig de N221). In de verte is nog net de voetgangersbrug bij het station te zien. De trein rijdt naar Hilversum. Prentbriefkaart collectie Eric Honig.


Dwergsein zoals dat (in 1964) al 15 jaar werd geleverd door de Spoorweg Sein Industrie N.V. uit Utrecht.
Links staat een elektrisch treinstel mat'36. Advertentie uit "125 jaar spoorwegen in Nederland",
extra editie van het blad Spoor- en Tramwegen uit 1964.


 

Hollandsche Rading, 1952/1953. Treinstel mat'36 op weg naar Hilversum, rechts het uitrijsein richting Utrecht. De machinist begroette de fotograaf, de vader van Jan Visser, door de lampen van zijn trein te ontsteken. De rechterfoto is door mijn vader, W. Spilt, gemaakt. Een treinstel materieel '36 nadert Hollandsche Rading (Zwaluwenberg), voorjaar 1958, op weg naar Utrecht.


Naarden-Bussum, 8 oktober 1959. Treinstel 618 vertrekt als trein 1836 (Amersfoort-Amsterdam) van het eerste perron (spoor 1) naar Amsterdam. Vanwege werkzaamheden was het gebruikelijke perronspoor 2 niet beschikbaar. Foto J.G.C. van de Meene. Klik hier voor meer foto's van Naarden-Bussum in vroeger tijden.


Utrecht CS, begin 1963. De stoptrein via Hilversum naar Amsterdam staat voor vertrek gereed op spoor 14, een van de sporen van het buurtstation. Op de voorgrond een treinstel materieel '36. Foto Edward Bary.


Utrecht CS, 12 maart 1967. Treinstel Eld-4 615 op buurtspoor 14, na aankomst als trein 2833 uit Hilversum. Links is seinhuis A te zien en een e-loc 1200 op kopspoor 15. De Peter Stuyvesant-reclame voor het gelijknamige sigarettenmerk steekt boven de perronoverkapping uit. De bovenleiding op het emplacement kende nog hoge afspanmasten, waarvan er vier te zien zijn. Op de voorgrond een dwergsein van het lichtseinstelsel 1946. Foto Edward Bary.


Hilversum, 1967 of wat eerder. Een treinstel mat.'36 is op weg naar Amsterdam. De foto is genomen vanaf de Crailose Brug. Links twee zogeheten zigzagbaken. Foto Rienk Mebius.


Hilversum, 25 mei 1967. Treinstellen 439 en 440 als trein 3747 Amsterdam-Utrecht bij vertrek uit Hilversum. Dit was de laatste dag waarop driewagenstellen mat.'36 dienstdeden in 't Gooi. Foto Peter van der Vlist.


Amsterdam CS, juli 1968. Treinstel 440, een van de laatste actieve treinstellen Mat.'36. Oorspronkelijk was dit tweewagenstel 252, waar later een extra rijtuig tussen is geplaatst. Het kreeg toen het nummer 418. Vanwege de instroom van treinstellen Plan V werd het stel in 1966 vernummerd in 440. Dit treinstel is in zijn oorspronkelijke uitvoering, dus met twee koprijtuigen, bewaard gebleven als stel 252 van de Stibans. Foto Jan van Barneveld, collectie Rob van der Rest.


Roosendaal, 7 augustus 1967. Een Beneluxtrein uit België ter hoogte van het douanekantoor op het middenperron. Links op spoor 1 de ElD3-treinstellen 437 (oud 404) en 438 (oud 409). De vooroorlogse driewagenstellen hebben nieuwe nummers gekregen in verband met de instroom van treinstellen plan V die in de 400-serie werden ondergebracht.
Foto Adriaan Pothuizen.


Zwaluwenberg, 16 september 1967. Treinstel ElD4 604 als trein 3734 Utrecht-Amsterdam. Foto Adriaan Pothuizen.


 

Hilversum, 27 november 1968. Treinstel 603 als trein Amsterdam-Hilversum-Utrecht.


Hilversum, 26 februari 1969. Treinstel 625 als stoptrein naar Utrecht. Deze oudjes raakten ook nog weleens verzeild in een sneltreindienst, zoals de volgende foto laat zien.


Hilversum, 9 mei 1969. Treinstel 603 komt binnen uit Amersfoort, op kop van een lange sneltrein
die verder bestaat uit postrijtuig 922, treinstel 266 en treinstel 716.


Rotterdam CS, 4 maart 1969. Treinstellen 815 (mat'40) en 608 (mat'36). Foto Bert Stortenbeker.


Amersfoort, 15 mei 1969. Vierwagenstel 625, dat op 8 januari 1970 zou worden afgevoerd. In het midden een praatpaal.


 

Hilversum, 7 juni 1969. Treinstel 625 vertrekt naar Amsterdam. Tweede foto: Bussum Zuid, 24 juni 1969. Treinstel 625 nadert vanuit Naarden-Bussum. Dit treinstel zou op 8 januari 1970 worden afgevoerd.


Lunteren, 30 juni 1969. Treinstel 608 op de Kippenlijn.


Amsterdam Watergraafsmeer, 6 juli 1969. Afgevoerd driewagenstel 439, met de eveneens voor sloop bestemde tussenbak van treinstel 440. De twee kopbakken van dat treinstel zijn bewaard gebleven, als treinstel 252 van de Stibans (zie foto's verderop).


Hilversum, 9 juli 1969. Treinstel 603 als trein 2854 naar Utrecht. Volgens omloop had hier een plan V moeten rijden.
Foto Bert Stortenbeker.


 

Hilversum, 13 september 1969. Treinstel 603 als trein Amsterdam-Utrecht.


 

Amsterdam Rietlanden, 8 mei 1970. Afgevoerd treinstel 608. De tweede foto is dezelfde dag gemaakt, en toont de kopbakken van het afgevoerde vierwagenstel 625 op de Watergraafsmeer. Deze bakken hebben gefigureerd in een filmpje over overwegbotsingen (zie Van stoom naar nieuwe stijl, pag. 146.) Op beide foto's zijn diverse andere sloopstellen te zien.


Uithoorn, 4 juni 1971. Kopbakken Ak608 en BDk308 (mat'40) wachten op de snijbrander. Foto Rik Jilderda.


Treinstel 252 (alias 440)


 

Werkplaats Haarlem, 27 oktober 1973. Treinstel 252 is dankzij de Stibans bewaard gebleven. Het treinstel, dat in zijn driewagentijd het nummer 440 droeg, heeft enige tijd gastvrijheid genoten in de Wph Haarlem. Op de eerste foto is rechts een in aanbouw zijnd Beneluxstuurstandrijtuig (ex WRD) te zien.


Utrecht, 25 juni 1989. Treinstel 252 en loc 1010 tijdens de jubileumtentoonstelling NS 150.


 
 

Roosendaal, 4 juli 2004. Of treinstel 252 (mat'36) ooit nog eens zelfstandig zal rijden is de vraag. Het stel werd door Hondekop 766 uit de Stibans-stalling in Blerick overgebracht. Treinstel 273 (mat'46) kwam wel op eigen kracht naar de materieelshow in Roosendaal. Het lijkt alsof er wat in brand staat, maar je ziet de rook van SSN-loc 23 023.


Twee keer treinstel 252 in de werkplaats: Haarlem, 27 oktober 1973 en Zaanstraat, 15 september 2007.


Jacobsdraaistellen

Amsterdam, onderhoudsbedrijf Zaanstraat, 15 september 2007. De middendraaistellen van treinstellen 252 (Mat'36) en 273 (Mat.'46). De bakken van deze treinstellen rusten op een zogeheten jacobsdraaistel. Jacobsdraaistellen besparen gewicht en geld. Ook is er een kortere overgang mogelijk tussen de rijtuigen. Verder kunnen de gevolgen van een ontsporing beperkt blijven, doordat de bakken aan elkaar blijven hangen via de draaistellen. Zo is er eens een TGV met hoge snelheid ontspoord, zonder dat dit op een ramp uitdraaide. Jacobsdraaistellen zouden ook tot een comfortabeler weggedrag leiden, maar bij Mat'46 was daar weinig van te merken. De NS heeft tot en met Mat'46 en de DEII veel gebruik gemaakt van jacobsdraaistellen. Ook de nieuwe Sprinters uit 2007 hebben jacobsdraaistellen.



Scharfenbergkoppeling

Rechts op de foto Ing. Karl Scharfenberg, uitvinder van de naar hem genoemde automatische koppeling. Links een NS-treinstel mat.'36. De foto moet ongeveer in dat jaar zijn gemaakt, want in 1938 is Scharfenberg overleden.

 

Treinstel 252 is terug (met filmpje)

Velsen (Hoogovens), 1981. Treinstel 252, van de sloop gered door de Stibans, is de enig overgebleven vertegenwoordiger van het stroomlijnmaterieel mat.'36. Foto gemaakt door Hans Altena, die van 1981 tot 1991 leiding gaf aan het project rond treinstel 252. Op 10 februari 2011 keerde het treinstel, na een gedeeltelijke revisie in Delitzsch, terug in Nederland. Het stel is nu eigendom van het Spoorwegmuseum (de Stibans heeft zichzelf eind 2009 de facto opgeheven). In Nederland zal het interieur worden ingebouwd. Er zijn plannen om het stel weer in rijdende staat te brengen. In dit filmpje zien we het transport op weg naar het Spoorwegmuseum. Ook nog een paar andere treinen, inclusief het bij Blokpost Bunnik niet ongebruikelijke tyfoongeschal.


De oorspronkelijke kleur van treinstel 252

Velsen (Hoogovens), 1984 of 1985. Kort na een schilderbeurt waarin het treinstel zijn oorspronkelijke, vooroorlogse kleur heeft gekregen. Ook tijdens het NS-jubleum in 1989 was het treinstel nog in deze beschildering te zien. Deze kleur is authentiek, diep donkergroen, bijna zwart als je er dicht op stond. De kleur is ooit geanalyseerd aan de hand van een in het donker bewaarde kleurenstaal uit de lijnwerkplaats Leidschendam. Bij analyse bleek dat er maar liefst 12 pigmenten in zaten die maakten dat het groen onder verschillende lichtomstandigheden steeds een andere kleur aannam. Vandaar ook dat de één zich herinnerde dat de groene kleur iets van blauw in zich had, een ander riep dat er geel in zichtbaar was en een derde bruin riep. Ook het lood erin gaf een diepe intensiteit aan deze verf. Foto en toelichting Hans Altena.


Duitse avonturen

Tijdens de oorlog is een groot deel van dit materieel naar Duitsland afgevoerd. Een deel daarvan is nooit meer teruggekeerd. Van vier bakken heeft men in 1965 in de DDR gebruik gemaakt om een nieuw elektrisch treinstel ET 25 201 te bouwen (zie hieronder). Drie andere bakken van mat'36 belandden in het Oost-Duitse dieseltreinstel SVT 137 902, waarvan de motorwagen afkomstig was uit een vooroorlogs Duits dieseltreinstel. Dit treinstel heeft tot in de jaren 60 dienst gedaan.

ET25 201

Leipzig West, 18 mei 2000. Restant van treinstel ET25 201. Een Oost-Duits neefje van de Eierköpfe. Dit treinstel was samengesteld uit vier rijtuigbakken mat.'36 die tijdens de oorlog ons land in oostelijke richting hadden verlaten. In 1965 hebben de Oost-Duitse spoorwegen het omgebouwd op het Duitse bovenleidingssysteem. Ook vonden er andere aanpassingen plaats; zo kregen de cabines grotere ramen. In 1970 werden de (inmiddels drie) rijtuigen omgenummerd in 285 001-003. Tot 1972 reed het treinstel in de sneltreindienst, maar een groot succes was dit niet. In Leipzig heeft nog een tijd één koprijtuig gestaan, maar eind 2003 is ook dit gesloopt. Foto Mirko Schmidt.


Railmagazine, Speciaalnummer 6. Elektrisch stroomlijnmaterieel '35, '36 en '40.
Martin van Oostrom. Stichting Railpublicaties, 1991.


Elektrische treinen in Nederland. Deel 1. Door Carel van Gestel e.a. Uitg. de Alk, Alkmaar, tweede druk 1997. ISBN 9060139895. Dit deel beschrijft het materieel van de ZHESM, het materieel '24 (Blokkendozen) en het eerste stroomlijmaterieel (mat. '35 en '36).




vorige       start       omhoog