|
Vierrijtuigstellen plan T: prototype 501 en serie 502-531. Tweerijtuigstellen plan V: series 401-483 en 801-965. Ook wel aangeduid met de bijnaam Apekop. Een Hondekop is weer wat anders. |
|
Het eerste treinstel, de 501, werd gebouwd in 1961. Nadat met dat treinstel enkele jaren ervaring was opgedaan, volgde een grote serie vierwagen- en tweewagenstellen. In 1964 kwam de serie officieel in dienst, vandaar de naam "Mat'64". De oudste stellen zijn gebouwd door Werkspoor, totdat deze fabriek werd gesloten omdat Nederland te klein zou zijn voor een eigen fabrikant van spoorwegmaterieel. Daarna werden er honderden treinstellen gebouwd bij Talbot, net over de grens bij Aken. De vierwagenstellen kregen eind vorige eeuw een grote revisie, met uitzondering van de 501. Dat was door zijn afwijkende bakindeling een buitenbeentje, en belandde op de sloop. In 2003 zijn de eerste treinstellen plan V afgevoerd. De laatste treinstellen Plan T zijn in juli 2010 terzijde gesteld. De hoekraampjes van de machinistencabines zijn jaren geleden dichtgemaakt. Bij Plan V zijn ze geel, bij Plan T zwart. Van Plan V zijn de schuiframen gedeeltelijk geblokkeerd, zodat ze maar voor de helft open kunnen. Dat is om te voorkomen dat vandalen stoelzittingen naar buiten gooien. Deelseries Plan TPlan T is in drie deelseries gebouwd. De onderlinge verschillen zijn klein, met uitzondering van prototype 501 dat een afwijkende bakindeling had. De stellen uit deelserie 502–511 waren uitgerust met de aanzuiging van de koellucht voor de tractiemotoren onder de bak. Deze plaats bleek weinig gelukkig gekozen: stof en vuil verstopten al snel de aanzuigkanalen. Bij de volgende stellen werd de aanzuiging op het dak gesitueerd. In 1974 werden de 502-511 aangepast. Bij de bestelling van IRM was men de ervaringen met Plan T alweer vergeten, dus hier werden opnieuw de aanzuigroosters onder de trein aangebracht. Deelseries Plan VVan Plan V zijn 246 treinstellen gebouwd, verdeeld over 13 deelseries: serie nummers type bakken bouwer bouwjaar aantal ----- ------- ---- --------- ------------ --------- ------ V1 401-415 ELD2 Bk + ABDk Werkspoor 1966 15 V2 416-430 ELD2 Bk + ABDk Werkspoor 1967 15 V3 431-438 ELD2 Bk + ABDk Werkspoor 1968 8 V4 441-461 EL2 Bk + ABk Werkspoor 1969/1970 21 V5 462-471 EL2 Bk + ABk Talbot 1970 10 V6 472-483 EL2 Bk + ABk Werkspoor 1970 12 V7 801-840 ELP2 BPk + ABk Werkspoor 1970/1972 40 V8 841-870 ELP2 BPk + ABk Talbot/Düwag 1972 30 V9 871-888 ELP2 BPk + ABk Talbot 1972/1973 18 V10 889-920 ELP2 BPk + ABk Talbot 1973/1974 32 V11 921-935 ELP2 BPk + ABk Talbot 1974 15 V12 936-950 ELP2 BPk + ABk Talbot 1975/1976 15 V13 951-965 ELP2 BPk + ABk Talbot 1976 15 De nummers 401-438 hadden een bagageafdeling (type ELD2), de nummers 801-965 een postafdeling (type ELP2). De postafdeling is later verbouwd tot reizigersafdeling, waarmee de type-aanduiding veranderde in EL2. |
Prototype: treinstel 501Treinstel 501 in Hulshorst, begin jaren zestig (foto NS). Aanvankelijk had dit treinstel lage koppelingen, net als alle andere treinstellen die de NS toen had. Het treinstel kon echter niet gecombineerd rijden met oudere treinstellen, vanwege de totaal verschillende rijkarakteristieken. Het treinstel was bij de bouw al voorbereid op de hoger geplaatste koppelingen die het daarna kreeg, en die de andere stellen direct bij de bouw kregen. Plan T en V kan overigens mechanisch gekoppeld worden met de Koplopers, wat wel gebeurt als er een treinstel gesleept moet worden. |
|
TT-race van spoorwegenAldus de kop boven een bericht in Het Vrije Volk van 7 februari 1964. De dag daarvoor liet de NS tussen Alkmaar en Heerhugowaard twee treinen naast elkaar rijden. Al spoedig kon de uitgenodigde pers constateren dat de ene trein ver achterraakte bij de andere trein: "een blinkend nieuwe met brede gele banden op neus en flanken". Die nieuwe trein was treinstel 505, dat bijna twee keer zo snel optrok als de Hondekop op het andere spoor. Vanaf 1961 heeft het prototype, treinstel 501, proefgereden in de omgeving van Utrecht. Met de dienstregeling van 31 mei 1964 gingen er tien vierwagenstellen Trein Toekomst dienst doen op de lijn Amsterdam-Zaandam-Den Helder. |
|
|
|
|
Bilthoven, 14 juni 2003. Van de eerste treinstellen plan V is de laatste revisietermijn verstreken, wat betekent dat ze zullen worden afgevoerd. Bij wijze van proef is een van deze treinstellen echter verbouwd tot motorrijtuig. De bedoeling is om te onderzoeken of dit een geschikte oplossing is voor de dienst op zwakbezette lijnen. |
|
|
|
Breukelen, 22 juli 2003. Het motorrijtuig van een plan V, die bij wijze van proef een lege kalktrein trekt. |
|
|
|
Bilthoven, 20 juni 2005. Dubbeldeks Plan V op weg naar Amersfoort. Meer constructies. |
|
|
|
Bilthoven, 15 juli 2005. Gepimpte Plan V 446 op weg naar Amersfoort. Dieseltreinen en elektrische treinen hebben lange tijd verschillende kleuren gehad. Waarom eigenlijk? Voor de reizigers maakt het niet uit. De eerste elektrische stroomlijntreinstellen werden door het publiek hardnekkig "Diesels" genoemd. Misschien was het voor de machinisten: je stapt in een groene trein, denk er aan dat je altijd een bovenleiding nodig hebt. Vanaf begin 1968 werden de Nederlandse treinen geleidelijk allemaal geel geschilderd. Totdat het personen- en het goederenvervoer gescheiden werden: de goederenlocomotieven moesten toen rood worden. Maar overschilderen kost geld, dus na een poosje is men daar ook weer mee gestopt. Overigens ben ik van mening dat blauw de mooiste kleur is voor treinen. |
|
|
|
Het had gekund. Er is tussen NS en NMBS ooit gesproken over een vervolgserie Benelux-treinstellen, gebaseerd op het ontwerp van Plan V. Wel met lage koppelingen, zodat ze gecombineerd zouden kunnen rijden met de oudere stellen. In plaats van nieuwbouw koos men voor het gebruik van bestaand materieel, om daarmee trekduwtreinen samen te stellen. (Foto: Hilversum, 8 september 1969, treinstel 525.) |
|
|
|
Stockholm (metro), mei 2008. Een billboard dat ook zonder woordenboek nog wel te begrijpen is: "Meer concurrentie? Wij hebben een beter voorstel." Die blauwe Plan V zou weleens afgekeken kunnen zijn van deze site. Foto Ruben Verduin. |
|
|
|
Uit "Onze treinen en locomotieven" (1966) |
|
Elektrische treinen in Nederland. Deel 3. Door Carel van Gestel e.a. Uitg. de Alk, Alkmaar, 1997. ISBN 906013057X. Dit deel beschrijft het stroomlijnmaterieel Plan T, Plan V, de motorpostrijtuigen, Plan Y (Sprinters) en Plan Z (Koplopers). |
|
Zie ook: