Zwitserland

CH = Confoederatio Helvetica (Latijn voor Zwitsers Eedbondgenootschap). Tot 1848 was Zwitserland een confederatie, tegenwoordig een bondsstaat.



Luxemburg 19 juli 1969, SBB TEE-treinstel 501 op weg van Amsterdam naar Zwitserland. Voor meer foto's van dit materieel klik hier.



Eurovapor-materieel in Bw Tübingen

Eurovapor: "Europäische Vereinigung von Eisenbahnfreunden zur Erhaltung von Dampflokomotiven" (Zürich). Uit Eurovapor is de Verein Wutachtalbahn voortgekomen.


  

Loc 038 313 is aan het rangeren met twee rijtuigen van Eurovapor. Links een Zwitsers rijtuig, rechts een rijtuig van de Württembergse spoorwegen.

Bw Tübingen, 1 maart 1971. Loc 888 van de Württem­bergische Staatsbahn (K.W.St.E.), in 1915 gebouwd door Maschinenbau Heilbronn, fabrieksnummer 3044. Van dit type (württ. T3) zijn 110 locs gebouwd, die bij de DR genummerd waren in de serie 89.30-40. Dit is loc 89 407, die in 1936 door de gasfabriek van Stuttgart is over­genomen. Daar deed de loc tot 1968 dienst, waarna Eurovapor zich erover ontfermde. De loc heeft daarna nog jarenlang bij de gasfabriek van Stuttgart gestaan. Sinds 2003 is ze eigendom van het Eisenbahnmuseum Heilbronn.

Bw Tübingen, 27 juni 1971. Sneltreinloc Eb 2/4, SBB 5469, voorheen JS 35, in 1891 gebouwd door Maschinenfabrik Esslingen, fabrieksnummer 2498. Dit is type "American" van de Jura-Simplon-Bahn (JS). Er werden tien loco­motieven aangeschaft voor de lokaaltreinen tussen Genève en Lausanne. Na elektrificatie van deze lijn in 1925 werden negen locs gesloopt. Het overgebleven exemplaar deed tot 1947 dienst op de zijlijn Nyon-Crassier-Divonne. Kort na het maken van deze foto werd de loc in DB-werkplaats Offenburg in dienstvaardige toestand teruggebracht. Foto Peter Jucker (prentbriefkaart Eurovapor).


Apeldoorn, 29 juli 1968. Modelbaan in het park Berg en Bos. Op deze baan reden Zwitserse modellen van Hille de Groen.


Rhätische Bahn (RhB)

Scuol Tarasp, begin maart 1982. E-loc 609 van de Rhätische Bahn.


Arosa, 29 januari 1984. Motorwagen 484 van de Rhätische Bahn met een trein uit Chur.


Luzern, Verkehrshaus der Schweiz, 11 juli 2007. Loc 402 van de Rhätische Bahn, smalspoorversie van de krokodil.


Parpan, januari 1984. De foto's hierboven zijn gemaakt in een periode waarin ik me vrijwel niet actief met treinen bezig hield. Ik had toen andere interesses, waaronder zelfs sport. Nu ja, ik bond weleens een paar skies onder. Voor wie ooit vraagtekens heeft gezet bij mijn sportieve inslag, is hier het bewijs van het tegendeel. Ter plaatse stond ik vrij algemeen bekend als het "beest van de blauwe piste".


Januari 1984. Voor- en achterzijde van een tweedaags retour Parpan-Arosa via Chur (Rhätische Bahn). Daarnaast een eendaagse pas voor de skiliften van de Heimberg.


Utrecht CS, 17 september 2002. Loc 1764 loopt binnen met de dagelijkse Eurocity "Berner Oberland" van Amsterdam naar Basel en Interlaken. De trein bestaat voornamelijk uit Zwitserse rijtuigen, waaronder een panoramarijtuig. In 2003 werd deze trein opgeheven. Sindsdien rijdt er een ICE tussen Amsterdam en Basel.


Venlo, 17 oktober 2005. Loc 481 004 van SBB Cargo, helemaal uit Zwitserland naar Nederland gereden. Foto Arnold de Vries.


Fruttigen, 16 juni 2007. Ter gelegenheid van de opening van een nieuwe tunnel van de BLS vond een kleine materieelshow plaats. Deze foto moest natuurlijk even worden gemaakt, vond althans Dolf Dijkstra.


Luzern, 11 juli 2007. Uw webmeester op een klassieke Zwitserse trein bij het Verkehrshaus der Schweiz.


Loc "Limmat" van de Spanisch-Brötlibahn. Maximum snelheid 40 km/uur. Meer Zwitserse stoomlocs.


Handgemaakte koektrommel in de vorm van de Roter Pfeil, in juli 2007 gekocht op het station van Basel SBB.


<

Flüelen, zomer 2004. Deze klassieke Zwitserse locs (krokodil 14253 en 11801) werden bij toeval aangetroffen door Dolf Dijkstra en zijn vrouw. Terwijl ze aan het filmen en fotograferen waren, kwam er ook nog een gerestaureerd TEE-treinstel voorbij rijden, dat ze in de consternatie echter niet goed in beeld konden krijgen (zie inzet).


Flüelen, zomer 2004. Zwitserse dubbellocomotief 11801. De loc voert een rood sluitsein; zie ook Schweizer Lichtwechsel. Foto Dolf Dijkstra.


Emmerich, 1 augustus 2009. Een extra trein naar Amsterdam werd in Duitsland getrokken door de Zwitserse 10008, de voormalige 408 (type Re 4/4') uit 1946 van de SBB. Alleen jammer van die lelijke borden van Centralbahn. Foto Lennart Visser. www.centralbahn.com


Mendrisio, 20 augustus 2009. Gelede loc Re 6/6 11601 van de SBB. Foto Cornel Barten. Het type Re 6/6 (tegenwoordige aanduiding Re 620) is in de jaren zeventig gebouwd voor zware diensten op de Gotthardbahn. Ze rijden vaak in combinatie met een Re 4/4II of Re 4/4III en worden dan aangeduid als Re 10/10 (dit betekent: 10 assen, waarvan 10 aangedreven). Er zijn 89 locs gebouwd, waarvan twee met een gelede locomotiefkast, waaronder de loc op deze foto.


Spiez, 20 april 2012. SBB-loc 460 001 met reclame voor de Fiat Panda. Foto Ronald Heyne.


Venlo, grensovergang A67, 29 maart 2017. Een restauratierijtuig van de SBB is zojuist in Nederland gearriveerd. Op een dieplader, zonder draaistellen, want een spoorrijtuig vervoer je liever niet over het spoor. 's Nachts zou het transport verdergaan. Bombardier heeft diverse vestigingen in Europa. Mogelijk is deze bak op weg van Brugge naar Berlijn om daar te worden gecompleteerd. Foto Nico Bartels.


Nieuwe locomotieven voor de SBB: de Ae 4/6. Hiervan is de NS 1000 afgeleid.
Artikel in Spoor- en tramwegen nr. 14, 5 juli 1941.


Loc Be 4/4 nummer 14 van de Bodensee-Toggenburg-Bahn (BT). Een van de eerste in Zwitserland gebouwde draaistellocomotieven, bouwjaar 1931. Ook andere maatschappijen schaften dit type aan. Het ontwerp was gebaseerd op Reihe 1170 (later 1045) van de Oostenrijkse spoorwegen. Model van Editions Atlas.


Integra

Luzern, 11 juli 2007. Magneetspoelen van het sinds 1933 in Zwitserland gebruikte beveiligingssysteem Integra-Signum. Midden onder de locomotief hangt een sterke permanente magneet. Deze wekt bij het passeren van een tussen de rails geplaatste magneetspoel een elektrische stroom op. Afhankelijk van de stand van het hoofdsein of voorsein worden in de magneetspoel naast het spoor een of twee magneetvelden opgewekt, die door de buitenste spoel van de locomotief worden opgepikt. Op deze manier wordt gecontroleerd of de machinist de seinen waarneemt en opvolgt. Een verfijndere versie van dit systeem is Zugbeeinflussung 121 (ZUB 121). Bij ZUB wordt gecontroleerd of de machinist voldoende afremt na het passeren van een voorsein. Deze foto's zijn gemaakt van museumloc 13254 in het Verkehrshaus der Schweiz in Luzern, en tussen de sporen van station Luzern Hbf. In de rijrichting gezien zijn de buitenste magneetspoelen links van het spoor gemonteerd (in Zwitserland rijden de treinen links).


Door en door Zwitserland

Promotiemateriaal voor de Gotthard-spoorlijn
De eerste affiches voor de Gotthardspoorlijn verschenen enkele jaren na de ingebruikname in 1882, de laatste in 2016 rond de opening van de 56 kilometer lange Gotthard-Basistunnel. In de tussenliggende jaren veranderden niet alleen de ontwerpstijlen regelmatig, maar ook de focus. Begonnen als internationaal project werd de Gotthard later als typisch Zwitsers gepresenteerd. Afwisselend werd de spoorlijn aangeprezen als doorgangsroute van Noord-Europa naar Italië, of als Zwitserse reisbestemming en attractie op zich. In beide gevallen vormde de Gotthardbahn de verbinding tussen het koude noorden met het zonnige zuiden: Italië danwel het Zuid-Zwitserse kanton Tessin.

Lees het artikel op retours.eu door Arjan den Boer.



 

Suikerzakjes met acht typen elektrische locomotieven van de SBB. De zakjes zijn in 1984 naar Nederland gekomen. Bekijk mijn collectie.


Uit een boekje dat in de jaren 60 zat verpakt bij grootpak Venz chocoladehagel.


Männer der Schiene 1847-1947. Ernst Mathys, Bibliothekar SBB. Im Selbstverlag des Verfassers. Bern 1947.

Biografie van 44 mannen die de Zwitserse spoorwegen hebben gemaakt tot wat ze anno 1947 waren geworden. Bekende namen zijn die van Abt en Riggenbach, ontwerpers van tandradsystemen.

Bekend is ook Willem-Jan Holsboer, een Nederlander die in 1865 naar Zwitserland was verhuisd vanwege zijn vrouw die aan een longziekte leed. Na haar overlijden bleef hij in Davos wonen waar hij betrokken raakte bij het opzetten van een kuuroord. Om dat beter bereikbaar te maken zette hij zich in voor de aanleg van een spoorlijn van Landquart naar Davos. Deze lijn legde de basis voor de Rhätische Bahn. Zie ook het artikel over Rail Away.


Signale der Schweizer Bahnen. Zweite, neu bearbeutete Auflage. Door Rudolf W. Butz. Uitg. Orell Füssli Verlag Zürich, 1982. ISBN 3280013062. Beschrijving van de in Zwitserland gebruikte seinen, met veel foto's waarbij de auteur zoveel mogelijk de seinen laat zien zoals ze door de machinist worden waargenomen. Ook heeft hij met medewerking van seinhuiswachters seinbeelden kunnen fotograferen die in de praktijk zelden voorkomen. In Zwitserland komen nogal wat bijzondere omstandigheden voor, zoals gecombineerd smal- en normaalspoor, spoorlijnen die 's winters onder een pak sneeuw verdwijnen, tandradbanen, verschillende stroomsoorten op grensstations. Apart waren de armseinpalen met drie vleugels. Ook bijna verdwenen zijn de klokken op het perron die met een eenvoudig melodietje aangeven in of uit welke richting een bepaalde trein rijdt.


Eisenbahnen. Uranium Verlag, Oberwil/Zug 1974. Deeltje uit de Serie mit dem Glückskäfer. Deze Zwitserse serie bestond uit 60 boekjes. De oorspronkelijke versie verscheen in Engeland. Met kleurtekeningen en korte teksten worden diverse treinen en begrippen uit de spoorwegwereld aan de jeugdige lezers voorgesteld. Op de voorpagina een tekening van een Nederlands/Zwitsers TEE-treinstel.


TEE-Züge der Schweiz. Luxuszüge für Europa. Door Hans-Bernhard Schönborn. GeraMond, München 2002. ISBN 3765471224.

Na een inleiding over de voorgeschiedenis van de TEE worden de twee Zwitserse TEE-treinen behandeld. Dat zijn de samen met NS ontwikkelde dieselelektrische vierwagenstellen (RAm TEE I) en de vijfdelige elektrische treinstellen (RAe TEE II). Een foto van zo'n stel staat op het omslag. De elektrische stellen waren geschikt voor vier bovenleidingsystemen: 15 kV 16,7 Hz, 25 kV 50Hz, 1500 V = en 3000 V =, zodat ze in principe overal in Europa konden rijden. De vier stellen werden in 1959 afgeleverd en droegen de nummers RAe 1051-1054. Na hun TEE-periode werden ze als Intercity ingezet, voornamelijk tussen Zwitserland en Italië. Vanwege hun grijze kleurstelling werden ze "Graue Maus" genoemd. In het boek komen ook de andere TEE-treinen aan bod.


Le centenaire des Chemins de fer suisses. Avec 75 illustrations et 8 vues en couleurs. Publié par la Direction générale des Chemins de fer fédéraux. Librairie Payot, Lausanne, 1947.

100 Jahre Schweizer Eisenbahn. Mit 76 Bildern und 8 Farbtafeln. Herausgegeben von der Generaldirektion der Schweizerischen Bundesbahnen. Fretz & Wasmuth Verlag, Zürich, 1947.

Uitgegeven ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de spoorwegen in Zwitserland. In de Franse versie moest men een fotopagina laten vervallen. In het Frans is meer tekst nodig om hetzelfde te vertellen als in het Duits.

 

Zum Abschluss der Elektrifikation der SBB. Uitgegeven door de SBB, circa 1960.

100 Jahre Elektrische Bahnen in der Schweiz. Walter Trüb. Orell Füssli Verlag, 1988. ISBN3280017602.

In Zwitserland, geen kolen, wel goedkope waterkracht, was men er al snel bij met het elektrificeren van spoorlijnen. Vrijwel alles rijdt elektrisch. Tijdens de oorlog zijn er zelfs stoomlocs geweest die via de bovenleiding op temperatuur werden gebracht.

 

La Suisse ferroviaire (dvd). La Suisse est un pays mythique pour les amateurs de chemins de fer, avec son réseau ferroviaire très dense, desservi par un service cadencé, et ses trains de montagne qui traversent des paysages uniques. Les Editions du Cabri, 85 minuten, commentaar in vier talen waaronder Nederlands.


Die Schweizerbahnen. Josef Britt, Hans Stricker. Brochure uit 1965.

Die SBB in Bild und Zahl. Brochure van de SBB uit 1950.

 


SBB-Fibeln

Fibel = handboek, boek voor de jeugd. Uitgegeven in opdracht van de SBB door Orell Füssli Verlag, Zürich.

Unsere Lokomotiven. SBB-Fibeln Heft 1 (1945).

Unsere Triebfahrzeuge. SBB-Fibeln Heft 1 (1959).

Unsere Triebfahrzeuge. SBB-Fibeln Heft 1 (1963).

  

Unsere Bahnhöfe. SBB-Fibeln Heft 2 (1946).

Unsere Kraftwerke. SBB-Fibeln Heft 3 (1947).

Signale und Stellwerke. SBB-Fibeln Heft 4 (1948).

Unsere Wagen. SBB-Fibeln Heft 5 (1951).

   

Les mystères des chemins de fer. Technique - Fonctionnement. Expliqués au public en prenant pour exemple les Chemins de fer suisses. Textes réunis par Ernst Gut. Avec 213 illustrations dans le texte; 69 planches, dont 5 en couleurs. Editions F. Rouge & Cie S.A., Lausanne. - 1946

Ook in het Duits verschenen: "Die Geheimnisse der Eisenbahn".

Zie ook mijn andere jeugdboeken.


Chemin de fer de Vitznau (Lucerne-Righi). Orell Füssli, Zürich, 1877

Chemin de fer Montreux-Oberland-Bernois. Orell Füssli, Zürich, 1905

Aus der Frühzeit der Dampfrosse. Mit 40 Illustrationen. Friedrich Aug. Volmar. Verlag A. Francke, Bern, 1947.

  

Englische, Deutsche und Schweizerische Dampflokomotiven. Max Baumann. Gloria-Verlag, Spreitenbach, Schweiz, 1969.

Auf den Spuren des Feuerrosses. Max Baumann. Gloria-Verlag, Spreitenbach, Schweiz, 1972.

Boeken waarin je de gekleurde plaatjes moest plakken die bij allerlei kruidenierwaren cadeau werden gedaan. Er zijn boeken over diverse onderwerpen verschenen.

 

Verkehrshaus der Schweiz. Heft 11, 1966. Door Dipl. Ing. ETH Markus Hauri. Beschrijving van de modellen in het Zwitserse verkeersmuseum in Luzern.


Zie ook:




vorige       start       omhoog