Zwitserland


Luxemburg 19 juli 1969, SBB TEE-treinstel 501 op weg van Amsterdam naar Zwitserland. Voor meer foto's van dit materieel klik hier.


Eurovapor

Eurovapor: "Europäische Vereinigung von Eisenbahnfreunden zur Erhaltung von Dampflokomotiven" (Zürich).
Uit Eurovapor is de Verein Wutachtalbahn voortgekomen.

< 

Bw Tübingen, 1 maart 1971. Loc 038 313 is aan het rangeren met twee Zwitserse rijtuigen van Eurovapor.

Bw Tübingen, 1 maart 1971. Loc 888 van de Württembergische Staatsbahn (K.W.St.E.), in 1915 gebouwd door Maschinenbau Heilbronn, fabrieksnummer 3044. Van dit type (württ. T3) zijn 110 locs gebouwd, die bij de DR genummerd waren in de serie 89.30-40. Dit is loc 89 407, die in 1936 door de gasfabriek van Stuttgart is overgenomen. Daar deed de loc tot 1968 dienst, waarna Eurovapor zich erover ontfermde. De loc heeft daarna nog jarenlang bij de gasfabriek van Stuttgart gestaan. Sinds 2003 is ze eigendom van het Eisenbahnmuseum Heilbronn.

Bw Tübingen, 27 juni 1971. Sneltreinloc Eb 2/4, SBB nummer 5469, voorheen JS 35, in 1891 gebouwd door Maschinenfabrik Esslingen, fabrieksnummer 2498. Dit is type "American" van de Jura-Simplon-Bahn (JS). Er werden tien locomotieven aangeschaft voor de lokaaltreinen tussen Genève en Lausanne. Na elektrificatie van deze lijn in 1925 werden negen locs gesloopt. Het overgebleven exemplaar deed tot 1947 dienst op de zijlijn Nyon-Crassier-Divonne. Kort na het maken van deze foto werd de loc in DB-werkplaats Offenburg in dienstvaardige toestand teruggebracht. Foto door Peter Jucker (prentbriefkaart Eurovapor).


 

Scuol Tarasp, begin maart 1982. E-loc 609 van de Rhätische Bahn. Tweede foto: Parpan, 29 januari 1984. Treinstel 484 van de Rhätische Bahn. Deze foto's zijn gemaakt in een periode waarin ik me vrijwel niet actief met treinen bezig hield. Ik had toen andere interesses, waaronder zelfs sport. Nu ja, ik bond weleens een paar skies onder.


Parpan, januari 1984. Voor wie ooit vraagtekens heeft gezet bij mijn sportieve inslag,
is hier het bewijs van het tegendeel. Ter plaatse stond ik vrij algemeen bekend als het "beest van de blauwe piste".


Januari 1984. Voor- en achterzijde van een tweedaags retour Parpan-Arosa via Chur (Rhätische Bahn). Daarnaast een eendaagse pas voor de skiliften van de Heimberg.


Venlo, 17 oktober 2005. Loc 481 004 van SBB Cargo, helemaal uit Zwitserland naar Nederland gereden.
Foto Arnold de Vries.


Fruttigen, 16 juni 2007. Ter gelegenheid van de opening van een nieuwe tunnel van de BLS vond een kleine materieelshow plaats. Deze foto moest natuurlijk even worden gemaakt, vond althans Dolf Dijkstra.


Luzern, 11 juli 2007. Uw webmeester op een klassieke Zwitserse trein bij het Verkehrshaus der Schweiz.


Loc "Limmat" van de Spanisch-Brötlibahn. Maximum snelheid 40 km/uur. Meer Zwitserse stoomlocs.


Handgemaakte koektrommel in de vorm van de Roter Pfeil, in juli 2007 gekocht op het station van Basel SBB.


Luzern, Verkehrshaus der Schweiz, 11 juli 2007. Loc SBB 11852, type Ae 8/14, in 1939 gebouwd door de Schweizerische Lokomotiv- und Maschinenfabrik (SLM) Winterthur. Dit is een van de dubbellocomotieven die in de jaren twintig en dertig zijn gebouwd voor het trekken van zware treinen over de Gotthard. De twee andere locomotieven waren de 11801 en 11851. De drie locs weken op verschillende onderdelen van elkaar af. De locs konden 100 km/uur rijden en waren daarmee ook geschikt voor reizigerstreinen. Loc 11852 werd de sterkste elektrische locomotief ter wereld genoemd, maar ik weet niet of dat wel telt als het in feite om twee locomotieven gaat. In elk geval was de loc zo sterk (8170 kW) dat het volle vermogen niet kon worden benut, omdat dan de koppelingen zouden breken. Van het concept van de dubbellocomotief is men afgestapt toen het mogelijk werd om locomotieven in treinschakeling met elkaar te laten rijden. In 1971 raakte loc 11852 in de Gotthardtunnel in brand en werd daarbij onherstelbaar beschadigd. Ze is uiterlijk opgeknapt maar kan niet meer op eigen kracht rijden. Ook de 11801 is bewaard gebleven.


Mensen vragen mij weleens: is dat nou niet moeilijk, zo'n dubbellocomotief bedienen? Dat valt wel mee, zeg ik dan. Kijk maar eens hoe weinig knopjes er op zitten. Het zwarte ding boven mijn hoofd is de hendel van de typhoon. Merk op dat de machinist rechts staat (of zit op zijn klapbankje), terwijl de treinen in Zwitserland links rijden.

Luzern, Verkehrshaus der Schweiz, 11 juli 2007. Cabine van SBB-loc 11852. Ik dacht al: wat heeft deze enorme dubbellocomotief weinig bedieningsapparatuur. Maar die is er dus grotendeels uitgesloopt toen de loc (nadat deze was uitgebrand) naar het museum verhuisde. De zwartwitfoto komt uit een boekje uit 1945.


Luzern, Verkehrshaus der Schweiz, 11 juli 2007. Motorwagen ABm 2/5 nummer 9 van de Compagnie du Chemin de fer Régional du Val-de-Travers (RVT). Dit is de oudste dieselelektrische trein, in 1914 gebouwd door Sulzer (dieselmotor) en BBC (elektrische installatie). De dieselmotor dreef niet rechtstreeks de wielen aan, maar een generator die stroom opwekte voor de elektromotoren. Op die manier was er geen ingewikkelde versnellingsbak nodig. Er zijn twee van deze motorwagens gebouwd, die aanvankelijk dienst deden bij de Saksische spoorwegen. In Zwitserland hebben ze dienst gedaan tot 1965. Zie ook het thema over dieselhydraulische aandrijving.


Luzern, Verkehrshaus der Schweiz, 11 juli 2007. Opleggerbus gebouwd door Ford voor de Flughafen Zürich.


<

Flüelen, zomer 2004. Deze klassieke Zwitserse locs (krokodil 14253 en 11801) werden bij toeval aangetroffen door Dolf Dijkstra en zijn vrouw. Terwijl ze aan het filmen en fotograferen waren, kwam er ook nog een gerestaureerd TEE-treinstel voorbij rijden, dat ze in de consternatie echter niet goed in beeld konden krijgen (zie inzet).


Flüelen, zomer 2004. Zwitserse dubbellocomotief 11801. Foto Dolf Dijkstra.


Emmerich, 1 augustus 2009. Een extra trein naar Amsterdam werd in Duitsland getrokken door de Zwitserse 10008, de voormalige 408 (type Re 4/4') uit 1946 van de SBB. Alleen jammer van die lelijke borden van Centralbahn.
Foto Lennart Visser. www.centralbahn.com


Mendrisio, 20 augustus 2009. Gelede loc Re 6/6 11601 van de SBB. Foto Cornel Barten.
Het type Re 6/6 (tegenwoordige aanduiding Re 620) is in de jaren zeventig gebouwd voor zware diensten op de Gotthardbahn. Ze rijden vaak in combinatie met een Re 4/4II of Re 4/4III en worden dan aangeduid als Re 10/10 (dit betekent: 10 assen, waarvan 10 aangedreven). Er zijn 89 locs gebouwd, waarvan twee met een gelede locomotiefkast, waaronder de loc op deze foto.


Luzern, Verkehrshaus der Schweiz, 11 juli 2007. Model 1:10 van Zwitserse draaistroomlocomotief Fb 3/5 nr. 365 uit 1906. Let op de dubbele stroomafnemers. De wielen werden via een stangenstelsel aangedreven. De elektrificatie van de in die tijd gebouwde Simplontunnel was een initiatief van Brown Boveri & Cie (BBC). Voor eigen risico van BBC werd deze spoorlijn geëlektrificeerd met draaistroom. Het systeem beviel goed op dit korte traject, maar werd daarna in Zwitserland niet meer toegepast. Voor latere elektrificaties gebruikte men het ook in Duitsland en Oostenrijk toegepaste wisselstroomsysteem van 15.000 Volt 16,7 Hz.

Luzern, Verkehrshaus der Schweiz, 11 juli 2007. Opengewerkte draaistroommotor van locomotief Fb 4/4 nr. 366 uit 1907, eveneens gebouwd voor de dienst via de Simplontunnel.


Integra

Luzern, 11 juli 2007. Magneetspoelen van het sinds 1933 het in Zwitserland gebruikte Integra-Signum beveiligingssysteem. Midden onder de locomotief hangt een sterke permanente magneet. Deze wekt bij het passeren van een tussen de rails geplaatste magneetspoel een elektrische stroom op. Afhankelijk van de stand van het hoofdsein of voorsein worden in de magneetspoel naast het spoor een of twee magneetvelden opgewekt, die door de buitenste spoel van de locomotief worden opgepikt. Op deze manier wordt gecontroleerd of de machinist de seinen waarneemt en opvolgt. Een verfijndere versie van dit systeem is Zugbeeinflussung 121 (ZUB 121). Bij ZUB wordt gecontroleerd of de machinist voldoende afremt na het passeren van een voorsein. Deze foto's zijn gemaakt van museumloc 13254 in het Verkehrshaus der Schweiz in Luzern, en tussen de sporen van station Luzern Hbf. In de rijrichting gezien zijn de buitenste magneetspoelen links van het spoor gemonteerd (in Zwitserland rijden de treinen links).



 

Suikerzakjes met acht typen elektrische locomotieven van de SBB. De zakjes zijn in 1984 naar Nederland gekomen.
Klik hier voor mijn hele collectie.



Signale der Schweizer Bahnen. Zweite, neu bearbeutete Auflage. Door Rudolf W. Butz. Uitg. Orell Füssli Verlag Zürich, 1982. ISBN 3280013062. Beschrijving van de in Zwitserland gebruikte seinen, met veel foto's waarbij de auteur zoveel mogelijk de seinen laat zien zoals ze door de machinist worden waargenomen. Ook heeft hij met medewerking van seinhuiswachters seinbeelden kunnen fotograferen die in de praktijk zelden voorkomen. In Zwitserland komen nogal wat bijzondere omstandigheden voor, zoals gecombineerd smal- en normaalspoor, spoorlijnen die 's winters onder een pak sneeuw verdwijnen, tandradbanen, verschillende stroomsoorten op grensstations. Apart waren de armseinpalen met drie vleugels. Ook bijna verdwenen zijn de klokken op het perron die met een eenvoudig melodietje aangeven in of uit welke richting een bepaalde trein rijdt.


Eisenbahnen. Uranium Verlag, Oberwil/Zug 1974. Deeltje uit de Serie mit dem Glückskäfer. Deze Zwitserse serie bestond uit 60 boekjes. De oorspronkelijke versie verscheen in Engeland. Met kleurtekeningen en korte teksten worden diverse treinen en begrippen uit de spoorwegwereld aan de jeugdige lezers voorgesteld. Op de voorpagina een tekening van een Nederlands/Zwitsers TEE-treinstel.


TEE-Züge der Schweiz. Luxuszüge für Europa. Door Hans-Bernhard Schönborn. GeraMond, München 2002. ISBN 3765471224.

Na een inleiding over de voorgeschiedenis van de TEE worden de twee Zwitserse TEE-treinen behandeld. Dat zijn de samen met NS ontwikkelde dieselelektrische vierwagenstellen (RAm TEE I) en de vijfdelige elektrische treinstellen (RAe TEE II). Een foto van zo'n stel staat op het omslag. De elektrische stellen waren geschikt voor vier bovenleidingsystemen: 15 kV 16,7 Hz, 25 kV 50Hz, 1500 V = en 3000 V =, zodat ze in principe overal in Europa konden rijden. De vier stellen werden in 1959 afgeleverd en droegen de nummers RAe 1051-1054. Na hun TEE-periode werden ze als Intercity ingezet, voornamelijk tussen Zwitserland en Italië. Vanwege hun grijze kleurstelling werden ze "Graue Maus" genoemd. In het boek komen ook de andere TEE-treinen aan bod.


Verkehrshaus der Schweiz. Heft 11, 1966. Door Dipl. Ing. ETH Markus Hauri. Beschrijving van de modellen in het Zwitserse verkeersmuseum in Luzern.


Gotthard. Als die Technik Weltgeschichte schrieb. Door Alfred A. Häsler. Verlag Huber Frauenfeld, Stuttgart 1982. ISBN 3719308065. Het verhaal van de aanleg van de Gotthardtunnel, tussen 1872 en 1882, die het mogelijk maakte de spoorwegnetten van Zwitserland en Italië met elkaar te verbinden.

Honderd jaar later werd evenwijdig aan de spoortunnel een autotunnel gebouwd. In 2016 moet een tweede spoortunnel gereed zijn: de Gotthard-Basistunnel. Dat zal met 57 km de langste tunnel te wereld zijn. (Basistunnel wil zeggen dat de tunnel door de voet van de berg gaat; de tunnel wordt daardoor veel langer maar er zijn geen moeizaam te nemen hellingen meer nodig.)


100 Ans des Chemins de fer du Jura. Door Jean von Kaenel. Uitgegeven door de Chemins de fer du Jura in 1984, ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan.


100 Jahre Schweizer Eisenbahn. Mit 76 Bildern und 8 Farbtafeln. Herausgegeben von der Generaldirektion der Schweizerischen Bundesbahnen. Fretz & Wasmuth Verlag, Zürich, 1947.


La Suisse ferroviaire (dvd). La Suisse est un pays mythique pour les amateurs de chemins de fer, avec son réseau ferroviaire très dense, desservi par un service cadencé, et ses trains de montagne qui traversent des paysages uniques. Les Editions du Cabri, 85 minuten, commentaar in vier talen waaronder Nederlands.


Zie ook:




vorige       start       omhoog