BeijnesBeijnes is lange tijd een van de Nederlandse fabrikanten van spoor- en tramwegmaterieel geweest, naast Allan in Rotterdam en Werkspoor in Amsterdam en Utrecht. Geen van deze fabrieken bestaat meer: al het materieel komt nu uit het buitenland. In 1838 vestigde timmerman Jan Beijnes zich aan de Riviervischmarkt 7 in Haarlem als wagenmaker. Korte tijd later raakt zijn jongere broer Anton, die smid is, bij het bedrijf betrokken door de levering van ijzerbeslag. Het bedrijf was vele jaren gevestigd tegenover het station Haarlem. Op 2 november 1938 werd het eeuwfeest gevierd. Het bedrijf verschafte toen werk aan vijfhonderd mensen. In 1950 werd de fabriek naar Beverwijk verplaatst. De fabriek is in 1963 gesloten. Tot de laatste door Beijnes gebouwde producten behoren rijtuigen voor Hondekop-treinstellen en gelede trams voor het GVB in Amsterdam. |
|
|
|
Advertentie van Beynes (gespeld met een y in plaats van ij), met een motorrijtuig van
de ZHESM. |
|
|
|
|
Twee tweewagenstellen mat'35 ("Hoek van Hollanders"). Drie van de acht treinstellen
zijn gebouwd door Beijnes, |
|
|
Den Dolder, 30 juni 1969. Drie witte instructierijtuigen: 21849741008, 30849741931 en 21849741011. Het voorste rijtuig is geblindeerd om dienst te doen als filmzaal; dit is het vroegere inspectierijtuig NS A6001, oorspronkelijk NCS A 2, gebouwd bij Beijnes in 1910 (zie OdR 1989-NS 150 blz. 105). Daarachter het vroegere salonrijtuig Sr 2 uit de vooroorlogse Koninklijke Trein. Het achterste rijtuig is een voormalig D-treinrijtuig van de Staatsspoorwegen. |
|
|
|
Utrecht Centraal, 24 maart 2003. Loc 3737 (gebouwd in 1911 door Werkspoor) en haar
begeleidingsrijtuig, |
|
|
|
Spoorwegmuseum Utrecht, 30 augustus 2005. Paardentramrijtuig, in 1891 gebouwd door Beijnes in Haarlem voor de Stichtse Tramway-Maatschappij (STM). Deze maatschappij exploiteerde vanaf 1878 de paardetram van Utrecht naar De Bilt en Zeist. In 1901 werd de dienst overgenomen door de Nederlandsche Buurtspoorweg-Maatschappij (NBM). De tramlijn werd in 1909 geëlektrificeerd. Ter hoogte De Bilt was een speciale dubbelpolige bovenleidingconstructie nodig, om storingen aan de apparatuur van het KNMI te voorkomen. De frames van de paardentramrijtuigen werden versterkt, zodat ze dienst konden doen in de elektrische trams. Dit gebeurde alleen bij mooi weer; achter een motorrijtuig hingen dan drie open rijtuigen. De lijn Utrecht-Zeist is in 1949 opgeheven. Diep in een kast liggen plannen om de sneltram Nieuwegein-Utrecht door te trekken naar Zeist, via universiteitcentrum De Uithof. |
|
|
|
Spoorwegmuseum Utrecht, 12 december 2007. Tegeltableau Beijnes, 1859-1909. |
|
|
|
Station Haarlem met links de fabriek van Beijnes. Collectie Klaas van Giffen. |
|
|
|
Arbeiders (tegenwoordig zouden we dat werknemers noemen) verlaten de fabriek van Beijnes in
Beverwijk. |
|
|
|
Beverwijk, Spoorsingel. De gebouwen staan er anno 2010 nog steeds, maar hebben een iets andere functie
gekregen. |
Zie ook: