Overzicht |
Materieelbeschrijvingen Nederland |
|
Geschiedkundig overzicht der stoomlocomotieven van de Nederlandse spoorwegmaatschappijen over de periode 1839-1958. Door N.J. van Wijck Jurriaanse. Technische Uitgeverij H. Stam, Culemborg, 1968. Geen boek waar de stoom uit opslaat, maar een meticuleus overzicht van alle stoomlocomotieven, stoomketels en tenders die de auteur heeft weten op te sporen. Voer voor de nummerliefhebber dus, hoewel er ook enkele foto's in staan. Op het omslag een model van locaalspoorlocomotief 41 van de NCS, eigendom van het Nederlands Spoorwegmuseum, gebouwd door leerlingen van de bedrijfsschool van de hoofdwerkplaats Haarlem. De originele loc kwam in 1904 in dienst. |
|
|
Stoomlocomotieven. Door H. Waldorp. Uitg. de Alk, Alkmaar 1977. Grote Alk 693. ISBN 9060136934. In het voorwoord schrijft de auteur: "Dit boekje is bedoeld om in beknopte vorm enkele belangrijke stoomlocomotieftypen de revue te laten passeren." En dat is precies wat er in deze aardige publicatie, met flink wat foto's, gebeurt. |
|
|
Onze Nederlandse stoomlocomotieven in woord en beeld (4e druk). Door H. Waldorp. Uitg. H. Stam, 1963. Dit is de vierde druk, die verscheen in het jaar waarin de spoorwegen 125 jaar bestonden. Er hoort ook een grammofoonplaatje met stoomlocgeluiden bij: 33-toeren ep, nummmer 111 153 E. |
|
|
Onze Nederlandse stoomlocomotieven in woord en beeld (6e druk). Door H. Waldorp. Uitg. de Alk, Alkmaar 1982. ISBN 9060139097. Overzicht van alle stoomlocomotieven die bij de Nederlandse spoorwegen in gebruik zijn geweest. De eerste druk van dit boek (in mijn bezit) verscheen in 1932. Bij de verschillende drukken heeft de auteur er steeds naar gestreefd om andere foto's te gebruiken. De laatste (7e) druk verscheen in 1986. In april 2005 verscheen een geheel herziene en uitgebreide nieuwe versie; zie hieronder. |
|
|
De Nederlandse stoomlocomotieven. Door R.C. Statius Muller, A.J. Veenendaal jr. en H. Waldorp†. Uitg. de Alk, Alkmaar 2005. ISBN 9060132629. Overzicht van alle stoomlocomotieven die bij de Nederlandse spoorwegen in gebruik zijn geweest, met zeer veel foto's. Opvolger van de sinds 1932 verschenen boeken van H. Waldorp. Zie ook het overzicht Stoomlocs NS. |
|
|
Stoomtractie bij de Nederlandse Spoorwegen 1944-1958. Door H. van Poll. Uitg. De Bataafsche Leeuw, Dieren 1983, 2e druk. ISBN 9067070033. Met honderden zwartwitfoto's van de bekende spoorwegfotografen uit die tijd. Uitgave onder auspiciën van de werkgroep "De Stoomlocomotief", die ook het tijdschrift Stoomkroniek uitgaf (later Railkroniek, tegenwoordig Railmagazine). |
|
|
De locomotieven van Werkspoor. Door H. de Jong. Uitg. de Alk, Alkmaar 1986. ISBN 906013933X. Overzicht van de door Werkspoor (voorheen de firma Paul van Vlissingen en Abram Dudok van Heel) gebouwde locomotieven en treinstellen, in de periode 1843 tot 1963. In 1970 ging Werkspoor failliet. De samensteller van het boek heeft zich helaas beperkt tot het in Amsterdam gebouwde materieel. Het door Werkspoor Utrecht gebouwde materieel wordt alleen even opgesomd achter in het boek. Dit betreft een groot aantal stroomlijntreinstellen, rijtuigen en trams. Ook verder valt er over de opzet en uitwerking van het boek het nodige te zeggen, blijkens het door Martin van Oostrom in 1987 in eigen beheer uitgegeven vlugschrift "De locomotieven van Werkspoor" kritisch beschouwd. Het boek is volgens hem in feite niet meer dan "een rommelige compilatie van enkele bekende spoorwegboeken. (...) Uitgever en auteur hebben de lezers met een boek vol inconsequenties en onjuiste gegevens opgezadeld, zodat bij het gebruik van dit boek als naslagwerk iedere keer opnieuw de betreffende gegevens moeten worden nagetrokken. Weest op Uw hoede!" Zie ook het thema Werkspoormaterieel. |
|
|
Majesteit, uw trein staat gereed! De geschiedenis van het koninklijk spoorwegmaterieel in Nederland. Door G.F. van Reeuwijk. Uitg. Kluwer, Deventer 1980. ISBN 9020112996. |
|
|
Mat'54 in kleur. Extra uitgave van de Stichting Mat'54 Hondekop-Vier, verschenen in februari 2002. Het boekje toont alle kleurvarianten waarin de Hondekoppen hebben rondgereden, inclusief de speciale beschilderingen aan het eind van hun loopbaan. Klik hier voor meer informatie over de Stichting Mat'54 Hondekop-Vier. |
|
|
Van Duizend tot Dubbeldekker. De moderne tractie bij de NS in kleur. Door M.L. Vocke e.a. Uitg. Schuyt & Co, Haarlem 1988. ISBN 9060972376. Dit boek beschrijft de materieelinzet bij NS in de jaren 80. Zeer veel kleurenfoto's. |
|
|
Onze treinen en locomotieven. Beknopt materieeloverzicht met kleurenfoto's. Brochure uit 1966 van de afdeling Propaganda van de N.V. Nederlandsche Spoorwegen. |
|
|
Treinen. Brochure uit 1983 van de afdeling Redactionele Producties I en E van de Nederlandse Spoorwegen. |
|
|
Stoomlocomotieven van de Nederlandse Spoorwegen. Door N.J. van Wijck Jurriaanse. Uitg. Wyt, Rotterdam 1972. ISBN 906007517X. Overzicht van de stoomlocomotieven die na het ontstaan van de belangengemeenschap Nederlandsche Spoorwegen, in 1920, dienst hebben gedaan. Deel 1 van de serie Spoorwegen in Nederland. Andere locomotieven van de Nederlandse Spoorwegen. Door N.J. van Wijck Jurriaanse. Uitg. Wyt, Rotterdam 1974. ISBN 9060075374. Overzicht van de acculocs, diesellocomotieven en elektrische locomotieven, die sinds 1908 in ons land een rol hebben vervuld. Deel 3 van de serie Spoorwegen in Nederland. |
|
|
De stalen getrokken rijtuigen der Nederlandse Spoorwegen. Door N.J. van Wijck Jurriaanse. Uitg. Wyt, Rotterdam 1980. ISBN 9060075870. Overzicht en beschrijving van al het getrokken stalen NS-materieel van 1928 tot 1968, met uitzondering van de Blokkendozen. Deel 8 van de serie Spoorwegen in Nederland. Alle stalen getrokken rijtuigen op een rij. Uitgegeven door Stibans, 2003. Voer voor de nummerfetisjisten. Nummering, vernummeringen, afvoerdatum en dergelijke van alle stalen rijtuigen die bij de NS dienst hebben gedaan, inclusief Blokkendozen. Een register ontbreekt, maar de materieeltekeningen bieden enig houvast bij het zoeken van een bepaald rijtuig. |
|
|
Van stoom tot stroom. Het blokkendoosmaterieel van de NS. Door N.J. van Wijck Jurriaanse. Uitg. de Alk, Alkmaar 1980. ISBN 9060139062. Boek waarin de geschiedenis van het uit 259 rijtuigen bestaande blokkendoosmaterieel uitvoerig wordt beschreven. |
|
|
Diesellocomotieven in Nederland. Door Carel van Gestel e.a. Uitg. de Alk, Alkmaar 2002. ISBN 9060130898. Overzicht van alle benzine- en diesellocomotieven die in Nederland dienst hebben gedaan of nog dienst doen, inclusief die van buitenlandse maatschappijen. Elektrische lokomotieven in Nederland. Door Carel van Gestel e.a. Uitg. de Alk, Alkmaar, derde druk 1997. ISBN 9060139690. Overzicht van alle elektrische locomotieven die in Nederland dienst hebben gedaan of nog dienst doen, inclusief die van buitenlandse maatschappijen. Ook het ontwerp van de nooit gebouwde serie 1400 komt aan de orde. |
|
|
Dieseltreinen in Nederland. Door Carel van Gestel e.a. Uitg. de Alk, Alkmaar, derde druk 1997. ISBN 9060139755. Overzicht van alle verbrandingsmotorrijtuigen en dieseltreinstellen die in Nederland dienst hebben gedaan of nog dienst doen, inclusief die van buitenlandse maatschappijen. Blauwe Engelen en Rode Duivels. Door Carel van Gestel e.a. Uitg. de Alk, Alkmaar, 2000. ISBN 9060131126. Dit boek is een aanvulling op "Dieseltreinen in Nederland." |
|
|
Elektrische treinen in Nederland. Deel 1. Door Carel van Gestel e.a. Uitg. de Alk, Alkmaar, tweede druk 1997. ISBN 9060139895. Dit deel beschrijft het materieel van de ZHESM, het materieel '24 (Blokkendozen) en het eerste stroomlijmaterieel (mat. '35 en '36). Elektrische treinen in Nederland. Deel 2. Door Carel van Gestel e.a. Uitg. de Alk, Alkmaar, tweede druk 1997. ISBN 9060139895. Dit deel beschrijft het stroomlijnmaterieel 1940, 1946, postrijtuigen Pec, materieel 1954 (Hondekoppen) en het Beneluxmaterieel uit 1957. Elektrische treinen in Nederland. Deel 3. Door Carel van Gestel e.a. Uitg. de Alk, Alkmaar, 1997. ISBN 906013057X. Dit deel beschrijft het stroomlijnmaterieel Plan T, Plan V, de motorpostrijtuigen, Plan Y (Sprinters) en Plan Z (Koplopers). Hondekoppen en Muizeneuzen. Door Carel van Gestel e.a. Uitg. de Alk, Alkmaar, 2003. ISBN 9060132173. Dit boek is een aanvulling op deel 2 van "Elektrische treinen in Nederland." |
|
|
De Nederlands-Zwitserse TEE. Door Martin van Oostrom. Uitg. Uquilair 1997. ISBN 9071513289. Fraai boek over het ontwerp, de bouw en de levensloop van de dieselelektrische treinstellen NS 1001-1003 en SBB 501-502. In het begin van het boek komen ook enkele andere stellen uit de beginperiode van de TEE (medio jaren vijftig) voorbijrijden. De Nederlands/Zwitserse TEE-stellen zijn nadat ze hun dienst hadden bewezen naar Canada verkocht. Inmiddels is een deel van het materieel weer terug in Europa, om er een nieuw treinstel van te formeren. De motorwagens zijn helaas allemaal gesloopt. |
|
|
Diesel-Elektrische locomotieven NS-serie 2600 en NS-loc 2801. Werkspoor-lijndiesellocs van NS. Door Paul Henken. Uitg. Uquilair, 2006. ISBN 9071513556. De geschiedenis van twee mislukte projecten: de serie 2600 (Beelen) en loc 2801 (Kreupele Marie). |
|
|
Diesel-Elektrische locomotieven NS-serie 2400. Eenvoudige bediening en breed inzetbaar. Door Martin van Oostrom. Uitg. Uquilair, 2009. ISBN 9789071513695. Stevig motorgebrul en een zwarte rookpluim: dit standaardtype diesel-elektrische locomotief van de Franse fabrikant Alsthom vond emplooi over de hele wereld, waarvan 130 stuks bij NS dienst deden. Samen met de diesellocs van de serie 2200 vormden zij drie decennia lang de ruggegraat van het Nederlandse goederenvervoer. De locs hadden een eenvoudige bediening en waren breed inzetbaar. Voor de lichte en middelzware goederentreinen stelde de NS vanaf 1954 de NS-serie 2400/2500 in dienst, de laatste loc uit deze serie kwam in 1957 op de baan. In rap tempo vervingen zij het resterende stoomlocomotievenpark. Het stoomtijdperk kon mede daardoor en dankzij verdergaande elektrificaties in 1958 bij NS beëindigd worden. De serie 2400 heeft nagenoeg elk stukje van het Nederlandse spoorwegnet bereden. In 1992 werden de laatste locs bij NS buiten dienst gesteld. Een aantal van hen vond in het buitenland een tweede emplooi bij de aanleg van nieuwe spoorlijnen. Martin van Oostrom schreef dit standaardwerk aan de hand van originele documenten. Mede door het unieke en fraaie fotomateriaal en een aantal tekeningen komen deze locomotieven in al hun aspecten weer tot leven. Enkele foto's verschenen eerder op de website van Nico Spilt. |
|
|
Elektrische locomotieven NS-serie 1000. Door Henk Bouman. Stichting Railpublicaties, 1992. ISBN 9071513092. Voor in het boek staat dat het de "eerste druk" is. Het boek is zeer gezocht, maar een tweede druk zal niet verschijnen aldus de uit de Stichting Railpublicaties voortgekomen uitgeverij Uquilair. |
|
|
Elektrische locomotieven SNCF-serie BB-300. Door W.H. van den Dool sr. Uitg. Uquilair, 2004. ISBN 9071513505. De ondertitel luidt "Stamboom van de NS-locomotieven serie 1100". Het boek is een voorbode van boek over de NS 1100, die is voortgekomen uit een Franse locomotieffamilie. Elektrische locomotieven NS-serie 1100. Hoogtepunt en einde in de ontwikkeling van het "Midi"-type. Door W.H. van den Dool sr. Uitg. Uquilair, 2006. ISBN 9071513564. In dit boek zijn diverse kleurenfoto's van mijn hand opgenomen. Zie Presentexemplaren. |
|
|
Elektrische locomotieven NS-serie 1200. Door Henk Bouman. Uitg. Uquilair, 1998. ISBN 9071513297. De ondertitel van het boek luidt "De geschiedenis van de Nederlandse Amerikanen." Een geschiedenis die bij het verschijnen van dit boek overigens nog niet helemaal was afgelopen. Elektrische locomotieven NS-serie 1300. Door Henk Bouman. Uitg. Uquilair, 1999. ISBN 9071513327. |
|
|
NS-motorrijtuigen omBC en omC. Door Martin van Oostrom. Uitg. Uquilair 2007. ISBN 9071513602. In de jaren twintig werden, om de dure stoomlocomotief van onrendabele nevenlijnen terug te dringen, enkele series motorrijtuigen gebouwd: de vierassige omBC's en omC's, en de twee-assige omC's. Deze motorrijtuigen vertoonden gelijkenis met het elektrische materieel 1924 (Blokkendozen). In 1937 volgde een serie van acht motorrijtuigen, afgeleid van de omBC's uit 1929 maar met een modieus stroomlijnjasje. Aan de type-aanduiding omC danken deze treinen hun bijnaam "Ome Ceesje". Aan dit boek heeft uw webmeester een bescheiden bijdrage geleverd (pagina 230). Lees meer over de motorrijtuigen omBC en omC. |
|
|
NS loc 3737. De laatste Jumbo. Door Jan de Bruin en Guus Ferrée. Uitg. De Alk, Alkmaar 1996. ISBN 9060130693. Dit boek geeft een beknopte geschiedenis van de serie waartoe loc 3737 behoorde. Van deze eens 120 exemplaren omvattende serie is slechts één loc bewaard gebleven. Deze heeft jarenlang in het Spoorwegmuseum gestaan, maar is later weer rijvaardig gemaakt. De diverse restauratieperikelen komen eveneens uitgebreid aan de orde. Uitgeverij De Alk heeft de gewoonte om de mooiste foto's te verpesten door ze over de vouw van het boek te plaatsen, en houdt haar naam op dit gebied ook in dit boek hoog. Verder wordt loc 3737 door de auteurs voortdurend de "Oude Dame" genoemd, wat na 86 keer toch een beetje gaat vervelen. |
|
|
Stoomlocomotieven serie NS 6300. Door Martin van Oostrom. Uitg. Stichting Rail Publicaties, 1985. ISBN 9071513017. Van deze serie, die de bijnaam "Beulen" droeg vanwege de moeite die het kostte de hongerige machines te stoken, is loc 6317 bewaard gebleven in het Spoorwegmuseum. Stoomlocomotieven serie NCS 71-78 (NS 3600). Door Martin van Oostrom. Uitg. Stichting Rail Publicaties, 1988. ISBN 9071513033. Stoomlocomotieven serie SS 685-799 (NS 3700). Door Paul Henken. Uitg. Uquilair, 2001. ISBN 9071513386. Van deze serie is loc 3737 bewaard gebleven. Stoomlocomotieven NS-serie 6100. Door Paul Henken. Uitg. Uquilair, 2002. ISBN 9071513432. Dit is de tenderuitvoering van de loc serie 3700. Stoomlocomotieven serie HSM 501-535 (NS-serie 2100). Door Paul Henken. Uitg. Uquilair, 2003. ISBN 9071513459. Van deze serie is loc 2104 bewaard gebleven in het Spoorwegmuseum. Stoomlocomotieven SS 801-935 (NS-serie 1700). Stoomlocomotieven Serie SS 601-612 en 651-680 (NS 6500 en 8100). De Bt-rangeerlocomotieven van de Staatsspoorwegen. Door Paul Henken. Uitg. Uquilair, 2011. ISBN 9071513726. Stoomlocomotieven NS 3900. De laatste Nederlandse sneltreinlocomotieven. Door Paul Henken. Uitg. Uquilair, 2012. In deze boeken wordt zeer uitvoerig ingegaan op de voorgeschiedenis, het ontwerp, de bouw, de latere constructiewijzigingen en de dienstuitvoering. Zo uitvoerig dat het soms een beetje saai wordt, vooral als je de tijd waarin deze locomotieven dienst deden niet zelf hebt meegemaakt. Het was aantrekkelijker geweest als er wat meer over de grenzen van de beschreven series heen was gekeken. Minder details opnemen, en dan bijvoorbeeld de boeken over de 3700 en de vrijwel identieke 6100 met elkaar combineren. Zie ook het overzicht met Nederlandse stoomlocomotieven. |
|
|
Loc 6104 rond 1935 in Hilversum. Naast het machinisten-huis staat mijn grootvader, rangeerder N. Spilt. Deze foto uit mijn collectie is door een fout van een fotobeheerder van de NVBS met een onjuist bijschrift in het boek over de serie 6100 terecht gekomen. |
|
|
De Erfenis. De houten rijtuigen van de Nederlandsche Spoorwegen 1921-1956. Door Bert Steinkamp. Uitgeverij Uquilair, 2005. ISBN 9071513548. Deel 40 in de boekenreeks van de NVBS. De titel van het boek slaat op de meer dan 3000 houten rijtuigen die de in 1921 opgerichte Nederlandsche Spoorwegen erfde van haar voorgangers, zoals de HSM en de SS. Een boek over de locomotieven die er in 1921 waren zou je dus ook "De Erfenis" kunnen noemen. Maar afgezien van deze wat onbeholpen titel is het een prachtig boek, waarbij niet alleen de techniek van de rijtuigen aan bod komt, maar vooral ook de mensen die er gebruik van maakten. Bert Steinkamp (overleden in september 2011) schreef ook mee aan het boek Vervlogen Stoom, over de Nederlandsche Spoorwegen in de periode 1921-1940. |
|
Buitenlandse spoor- en tramwegen |
Voor boeken gewijd aan meer dan één land zie Algemene spoorweggeschiedenis.
|
International Union of Railways 1922-1997. Brochure uitgegeven ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de UIC, dat op 19 juni 1997 in Parijs werd gevierd. Uitgave van de Direction de la Communication. Ik kreeg dit boekje in 2004 cadeau na een e-mailtje aan de UIC. The International Union of Railways (UIC), was founded 1922 after two intergovernmental conferences with the aim of creating uniform conditions for the establishment and operation of railways. The primary role of UIC as the worldwide railway organisation is to promote all forms of international cooperation between its 162 members from all 5 continents and to carry out activities to develop international transport by rail. The UIC maintains and develops the overall coherence of the railway system and enhances international interoperability of railway equipments in order to improve the rail competitiveness. To achieve these goals, it prepares international specifications and standards and strives to encourage state-of-the-art technology and new management methods among its members. The UIC represents the rail transport sector vis a vis a large number of international political and economic organisations and has the consultative status at the UN. |
|
|
Grenzenloze Spoorwegen. Uitgegeven door de Internationale Spoorwegunie (UIC), 1967. Boekje over de samenwerking tussen de Europese spoorwegen. Onder andere hoofdstukken over de TEE, meerstroomlocomotieven, autoslaaptreinen, plannen voor een Kanaaltunnel, Europabus, gecombineerd rail-wegvervoer, TEEM (Trans-Europ-Express Marchandises), EUROP, ORE en de standaardisatie van het rollend materieel, Eurofima, spoorwegen en automatisering, automatische koppeling, nieuwe wagenkentekens. Ik bezit ook de Duitse uitgave. Klik hier voor de inhoud (pdf) Zie ook UIC, RIC, RIV, UIC-koppeling, UIC-landcode. |
|
|
Van Pullman tot TEE. Geschiedenis van de luxetreinen. Door George Behrend. Schuyt & Co, Haarlem 1979. ISBN 9060970942. Oorspronkelijke titel Histoire des Trains de luxe (1977). Toen je nog met de trein op reis ging. |
|
|
La légende des Trans-Europ-Express. Entre luxe et grande vitesse. Door Maurice Mertens en Jean-Pierre Malaspina. Uitg. Loco Revue Presse, 2007. ISBN 2903651450. Uitgebreide heruitgave van een gelijknamig boek uit 1985. De geschiedenis van de roemruchte TEE, een initiatief uit 1953 van president-directeur Den Hollander van de NS. Ze staan er allemaal in. Dit dikke boek is een mer à boire voor de liefhebber van de TEE-treinen die de schakel vormden tussen de luxe vooroorlogse treinen en de hogesnelheidstreinen van tegenwoordig. Het boek bevat zeer veel illustraties, waaronder een achttal uit mijn TEE-archief. |
|
|
De Oriënt-Express. Reis naar Constantinopel. Uitgegeven ter gelegenheid van de tentoonstelling Reis naar Constantinopel, de Oriënt-Express in de ASLK-Galerij te Brussel van 24 oktober 1997 tot 1 februari 1998. Met losse panoramafoto van Constantinopel uit 1860. (ASLK is later opgegaan in Fortis.) |
|
|
High Speed in the Low Lands. Uitgave van Infraspeed, Zoetermeer, oktober 2006. Niet in de handel verkrijgbaar. In dit boek wordt de aanleg van de HSL Zuid beschreven, bekeken door de roze bril van de aannemers BAM, Fluor, HSBC, Innisfree en Siemens. Op de eerste pagina's wordt even in de geschiedenis van de Nederlandse spoorwegen gedoken, waaronder de eerste elektrische spoorlijn (ZHESM) en de gestroomlijnde dieseltreinen uit de jaren dertig. Een van de voor dit boek geraadpleegde bronnen is de niet geheel onbekende website www.nicospilt.com. Een presentexemplaar heb ik nooit gekregen; ik kreeg het boek toevallig in bezit toen ik op 17 maart 2008 te gast was bij UIC HIGHSPEED 2008, the 6th World Congress and Exhibition on High Speed Rail. |
|
|
Hogesnelheidslijnen. Door Henry van Amstel. Uitg. Uquilair 2007. ISBN 9071513629. Japan nam in 1964 de eerste hogesnelheidslijn in dienst. Frankrijk volgde in 1981 en Duitsland weer tien jaar later. In dit boek worden zowel de geschiedenis als de actuele stand van de moderne hogesnelheidslijnen in de wereld behandeld. Zowel infrastructuur als materieel komen uitgebreid aan de orde. Lees de boekbespreking. |
|
|
De Belgische spoorwegen in kleur. 1980-1988 + CFL. Door M.L. Vocke e.a. Uitg. Schuyt & Co, 1988. ISBN 9060972368. Tweetalig overzicht van het materieel van de NMBS en de CFL dat in de jaren tachtig te zien was. Op het omslag een Bolle Neus. |
|
|
25ste verjaardag van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. Jubileumnummer uitgegeven met de medewerking van de Persdienst der N.M.B.S., oktober 1951. |
|
|
Stations van weleer. Door P. Pastiels. Uitgegeven door de Handelsdirektie van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen in 1978. |
|
|
De Belgische trein bij leven en welzijn. Door André ver Elst. Europese Bibliotheek, Zaltbommel 1990. ISBN 9028849866. Ondanks de wat jeukende titel een zeer aangenaam boek om te lezen en te bekijken. Veel foto's. |
|
|
Instappen a.u.b! Honderd jaar buurtspoorwegen in België. Uitgeverij De Nederlandsche Boekhandel, 1985. ISBN 9028910395. Jubileumboek van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB). |
|
|
Eisenbahnen in Luxemburg. Band 1 (algemeen). Door Ed Federmeyer. Uitg. Wolfgang Herdam Fotoverlag, 2007. ISBN 9783933178213. Eisenbahnen in Luxemburg. Band 2 (stoomlocomotieven). Door Ed Federmeyer. Uitg. Wolfgang Herdam Fotoverlag, 2009. ISBN 9783933178244. In Band 3 komen de diesel- en elektrische treinen aan bod; hierin zullen ook enkele foto's van mijn hand te zien zijn. Band 2 kreeg ik cadeau van de auteur. Meer over de Luxemburgse spoorwegen. |
|
|
Steam on the S.N.C.F. Door Peter. F. Winding. Uitg. D. Bradford Barton Ltd., 1976. ISBN 0851532470. Beschrijvingen en zwartwitfoto's van Franse stoomlocomotieven in de periode 1949-1969. Zie ook het thema Stoom in Frankrijk. |
|
|
Au temps du tram et du trolley à Mulhouse. Bernard Fischbach et Jacques Kirchmeyer. Editions Alan Sutton, 2006. ISBN 2849104035. Geschiedenis van het openbaar vervoer in en rond Mulhouse, vanaf de eerste stoomram in 1882 tot de heropening van twee tramlijnen in 2006. |
|
|
Chronik des deutschen Verkehrs 1949. Samengesteld door Jörg Werner. Uitg. GeraMond (Lok Magazin) 2000. ISBN 3932785398. Chronik des deutschen Verkehrs 1961. Samengesteld door Jörg Werner. Uitg. GeraMond (Lok Magazin) 2000. ISBN 393278538X. Zeer aardige boekjes over het spoorvervoer en andere vormen van transport in de genoemde jaren. Ook verkeerspolitieke en economische onderwerpen komen aan de orde. In het boekje over 1949 staat bijvoorbeeld een hoofdstuk over de luchtbrug die tussen West-Duitsland en Berlijn werd onderhouden ten tijde van de Russische blokkade. |
|
|
Kleine Geschichte der Deutschen Eisenbahnen. Kleine Eisenbahn-Bücherei, Band 1. Berthold Stumpf. Verlagsanstalt Hütig und Dreyer, 1955. Op het omslag de VT 10.551 "Komet", een gelede slaaptrein. Lokomotiven und Wagen der Deutschen Eisenbahnen. Kleine Eisenbahn-Bücherei, Band 2. Erhard Born. Verlagsanstalt Hütig und Dreyer, 1958. Op het omslag een VT 11.5. Lokomotiven und Wagen der Deutschen Eisenbahnen. Kleine Eisenbahn-Bücherei, Band 2 (3. verbesserte Auflage). Erhard Born. Verlagsanstalt Hütig und Dreyer, 1967. Op het omslag loc E03 004. Der moderne Personenbahnhof in Technik und Betriebsweise. Kleine Eisenbahn-Bücherei, Band 3. Friedrich Fakiner. Verlagsanstalt Hütig und Dreyer, 1959. Eisenbahn-Lexikon. 4000 Stichwörter aus allen Fachgebieten des Eisenbahnwesens. Kleine Eisenbahn-Bücherei, Band 5. Berthold Stumpf. Verlagsanstalt Hütig und Dreyer, 1960. |
(een "Band 4" bestaat niet, net zomin als |
|
Vom Adler zum IC. Eisenbahnen in Deutschland. Door Dr. Fritz Stöckl, Dilp.-Ing. Peter Molle, Dipl.-Ing. Hermann Wolters. Prisma Verlag, Gütersloh 1977 (5e druk; 1e druk 1974). Wetenschappelijk verantwoord boek met veel tekst en een aantal fotokaternen. |
|
|
Offizieller Jubiläumsband der Deutschen Bundesbahn. 150 Jahre Deutsche Eisenbahnen. Uitg. Eisenbahn-Lehrbuch Verlagsgesellschaft, München 1985. ISBN 3923967039 (standaard) of 3923967047 (luxe uitgave). In 1985 vierde de DB het 150-jarig bestaan van de Duitse Spoorwegen. Dat was vier jaar voor de val van de muur, maar ook aan Die Reichsbahn in der DDR wordt in dit interessante jubileumboek aandacht besteed. |
|
|
Die Bahn in Bewegung. Kijkje achter de schermen van Die Bahn. Berlijn, 2003. |
|
|
100 Jahre Köln-Bonner Eisenbahn 1895-1995. In 1995 uitgegeven door Häfen und Güterverkehr Köln AG. De Köln-Bonner Eisenbahn (KBE) exploiteerde een spoorwegbedrijf tussen Köln en Bonn. Het begon in 1891 met een smalspoorlijn waarop met stoom werd gereden: de "Feurige Elias". Uiteindelijk ontwikkelde zich een fors normaalsporig, grotendeels geëlektrificeerd regionaal spoorwegbedrijf. Hierop vond zowel personen- als goederenvervoer plaats. In 1992 ging het goederenbedrijf op in het nieuwe bedrijf Häfen und Güterverkehr Köln. Het personenvervoer was al begin jaren 80 voor een deel opgeheven en voor een ander deel opgegaan in de stadsvervoernetten van Keulen en Bonn. Klik hier voor foto's. |
|
|
Die Königlich Sächsischen Staatseisenbahnen. Door Karl-Ernst Maedel. Uitg. Franckh'sche Verlagshandlung, Stuttgart, 1977. ISBN 344004369X. |
|
|
Die Lübeck-Büchener Eisenbahn. Alfred B. Gottwalt. Alba Buchverlag, Düsseldorf 1975. ISBN 3870940292. De Lübeck-Büchener Eisenbahn (LBE) exploiteerde vanaf 1851 spoorlijnen van Lübeck naar Hamburg en van Lübeck naar Büchen (aan de spoorlijn van Hamburg naar Berlijn). Verder een aantal nevenlijnen. In dezelfde regio was ook de Eutin-Lübecker Eisenbahn (ELE) actief. In dit boekje wordt de geschiedenis van beide maatschappijen beschreven, en het materieel dat dienst deed. Interessant zijn de dubbeldekstreinen van de LBE, die door gestroomlijnde tenderlocs werden getrokken of geduwd. In het laatste geval werd de locomotief vanuit een stuurstand bediend door de machinist, terwijl de stoker op de loc dienst deed. De LBE experimenteerde ook met andere nieuwe technieken, waaronder een door een stoommotor aangedreven locomotief. Als gevolg van de naderende Tweede Wereldoorlog is die locomotief nooit gereed gekomen. Op 1 januari 1938 ging de LBE op in de Deutsche Reichsbahn. Een van de dubbeldeksstammen is bewaard gebleven. Klik hier voor foto's. |
|
|
Reichsbahn hinter der Ostfront. 1941-1944 Door Andreas Knipping en Reinhard Schulz. Transpress, Stuttgart 1999. ISBN 361371101X. Meer dan 300 foto's met verhalen over het Duitse avontuur aan het oostelijke front, vanaf het begin van de aanval op de Sovjet-Unie in 1941 tot aan de capitulatie bij Stalingrad in 1943. De Sovjet-Unie zou genadeloos terugslaan. |
|
|
Eisenbahn im Dritten Reich. Geschichte - Fahrzeuge - Kriegseinsatz. Door Martin Weltner. Uitg. GeraMond. München 2008. ISBN 9783765470905. |
|
|
Die Breitspurbahn. Das Projekt zur Erschliessung der gross-europäischen Raumes 1942-1945. Door Anton Joachumsthaler. Herbig, Berlin 1985 (3. Auflage). ISBN 3776613521. Adolf Hitler zag de dingen groot. Hij wilde een groot rijk, met grote gebouwen. Het centrum van dat rijk zou Welthauptstadt Germania heten, de nieuwe naam van Berlijn nadat de nazi's de oorlog gewonnen hadden. Germania zou ook het centrum zijn van een spoorwegnet waarop enorme treinen zouden rijden: breedspoortreinen met een spoorwijdte van drie meter. Niet omdat die technisch of economisch grote voordelen zouden hebben, maar omdat ze groot moesten zijn. Verder dan de tekentafel en enkele modellen is men echter nooit gekomen. De plannen zijn in de archieven verdwenen, totdat de auteur van dit fantastische boek ze er weer uit heeft gehaald. Zie ook het thema Die Breitspurbahn. |
|
|
Interzonenzüge. Eisenbahnverkehr im geteilten Deutschland 1945-1990. Door Peter Bock. GeraMond, München 2007. ISBN 9783765471186. De geschiedenis van het treinverkeer tussen de twee Duitslanden, waaronder de transittreinen tussen de Bondsrepubliek en West-Berlijn. Die boden de liefhebber de gelegenheid om vanaf West-Duitse stations naar Oost-Duitse stoomlocomotieven te kijken. Zie bijvoorbeeld de thema's Hamburg, Hof en Berlijn. |
|
|
Eindpunt DDR. Sporen uit een verdwenen land. Door Guus Ferrée. Uitg. De Alk, 1991. ISBN 9060139968. Dit boek verscheen nadat de DDR (Oost-Duitsland) in 1990 ophield te bestaan. Guus Ferrée heeft zowel voor als na de omwenteling veel bezoeken gebracht aan dit land, en illustreert zijn verhalen met fraaie foto's. In de DDR-tijd was fotograferen vaak een groot probleem, want oude stoomtreinen waren natuurlijk staatsgeheim. Zelf heb ik er nooit zin in gehad om gezeur aan mijn kop te hebben. In West-Duitsland kon je ongestoord van stoomtreinen genieten. In 1979 ben ik wel in Leipzig, Dresden en Saalfeld geweest. |
|
|
Endstation Rheine. Die letzten Dampfloks der DB. Door Wolfgang Staiger. Franckh'sche Verslagshandlung, Stuttgart 1977. ISBN 3440043304. De auteur heeft vanaf 1973 een tijd als stoker gewerkt op de Emslandstrecke, om zijn inkomen als student aan te vullen en om dicht bij de stoomlocomotieven te kunnen zijn. Zijn verhaal is boeiend om te lezen, de vele zwartwitfoto's in dit boek zijn helaas meestal veel te donker afgedrukt. |
|
|
Die Bahn in Rheine. Programmaboekje van het Dampflokabschied en de Leistungsschau op 10 en 11 september 1977 in Rheine. Met aandacht voor de geschiedenis van de stad Rheine (vanaf 1327), het station en natuurlijk het stoomlocdepot Bw Rheine-Hauenhorst. Klik hier voor foto's van het afscheid van de stoomtractie in Rheine. |
|
|
Bahnknotenpunkt Würzburg. Door Peter Heinrich en Hans Schülke. EK-Verlag, Freiburg 1990. ISBN 3882558709. De Duitse spoorwegliefhebbersmarkt is zo groot, dat er over elke spoorlijn en elk station van enige betekenis wel een apart boek is verschenen. Dat geldt dus ook voor Würzburg in Unterfranken. Dit boek kwam toevallig in mijn bezit. Ik heb ooit, in 1973, een paar uur op dit station gewacht op de eerste trein naar Lauda. |
|
|
Die Fahrzeuge der Harzer Schmalspurbahnen. Uitg. Schweers + Wall, 2003. ISBN 3894941200. Overzicht van al het materieel van de Südharz-Eisenbahn, de Gernrode-Harzgeroder Eisenbahn, de Nordhausen-Wernigeroder Eisenbahn, en van de huidige Harzer Schmalspurbahnen (HSB). Mit Volldampf durch den Harz. Uitg. Schmidt-Buch-Verlag, Wernigerode 2002 (4e bijgewerkte druk). ISBN 3928977601. |
|
|
Der Eiserne Rhein. Door Thomas Barthels e.a. Uitg, Thomas Barthels Druck-Agentur, Mönchengladbach, 2005. ISBN 3981018303. 160 pagina's, 230 foto's. Eerste deel van een trilogie over vroegere en huidige grensoverschrijdende spoorlijnen tussen Duitsland, België en Nederland. Voor informatie en bestellingen zie www.barthels.de. |
|
|
Die Montzenroute. Eisenbahnen zwischen Antwerpen, Lüttich, Aachen und Köln. Tekst in het Duits, Nederlands en Frans. Door Thomas Barthels e.a. Uitg, Thomas Barthels Druck-Agentur, Mönchengladbach, 2006. ISBN 3981018311. Bijna 250 pagina's. Veel foto's, waaronder een aantal die ik in 1970 in Aachen West heb gemaakt. |
|
|
Bahnen am Niederrhein. Eine Bestandsaufnahme der Eisenbahnen am Niederrhein zwischen Arnhem und Rommerskirchen, Venlo und Oberhausen. Door Thomas Barthels e.a. Uitg, Thomas Barthels Druck-Agentur, Mönchengladbach, 2007. ISBN 3981018332. Ruim 300 pagina's. Veel foto's, waaronder enkele bijdragen van mijn hand. Uitvoerige geschiedenis van de grensoverschrijdende spoorlijnen tussen Arnhem en Venlo, tot en met de Betuweroute. |
|
|
Das Berliner U- und S-Bahnnetz. Door Alfred B. Gottwaldt. Uitg. Transpress, 2007. ISBN 9783613713048. Eine Geschichte in Streckenplänen von 1888 bis heute. Berlijn kende aanvankelijk alleen een flink aantal kopstations, van elkaar beconcurrerende spoorwegmaatschappijen. Om goederen en militair materieel te kunnen overbrengen, werden deze stations door middel van een ringlijn met elkaar verbonden. Twee van de vier sporen van deze ringlijn zijn het domein van de S-Bahn (Stadtschnellbahn). Dwars door de stad, van oost naar west, loopt ook een spoorlijn, met roemruchte stations als Berlin Zoo en Alexanderplatz. Behalve de S-Bahn is er de U-Bahn, die grotendeels ondergronds loopt. In dit boek wordt de geschiedenis van Berlijn beschreven aan de hand van de ontwikkeling van deze twee netten, inclusief de bijzondere periode waarin Berlijn in twee zones was verdeeld. |
|
|
175 Jahre Eisenbahn in Deutschland. Andreas Knipping. GeraMond, München 2010. ISBN 9783765470174.
|
|
|
Famous Trains. Door Cecil J. Allen. Uitg. Meccano Limited, Liverpool 1928. In boekvorm gebundelde heruitgave van artikelen die in het Meccano Magazine zijn verschenen. Het idee was dat er meer delen zouden verschijnen, maar bij dit ene boek is het gebleven. Hierin worden dertien beroemde treinen beschreven die werden gereden door de vier grote spoorwegmaatschappijen uit die tijd: de LNER, GWR, LMS en SR. Dit boek wordt zelden aangetroffen met het bijbehorende stofomslag. |
|
|
The trains we loved. Door C. Hamilton Ellis. George Allen & Unwin Ltd, London 1955 (second impression, first published 1947). Terugblik op de hoogtijdagen van de spoorwegen in het United Kingdom. Met foto's en fraaie kleurplaten. |
|
|
Salute to the LNER. Door G. Freeman Allen. Uitg. Ian Allan Ltd, London 1977. ISBN 0711007896. De London & North Eastern was een van de vier grote Britse spoorwegmaatschappijen, voordat deze werden gefuseerd tot British Rail. De LNER was op haar beurt voortgekomen uit verschillende andere spoorwegmaatschappijen, zoals de North Eastern Railway, Stockton & Darlington, Great Northern Railway, Great Eastern Railway en Great Central Railway. Het hoogtepunt van de LNER lag in de jaren 30 van de vorige eeuw, toen door Gresley gebouwde Pacifics treinen trokken als de Flying Scotsman, de Silver Jubilee en de Coronation Scot. Hiermee beconcurreerde de LNER de London, Midland & Scottish Railway (LMS), die via een meer westelijke route verbindingen onderhield tussen Londen en Schotland. |
|
|
Railways between the Wars. Door H.C. Casserley. Uitg. David & Charles, 1971. ISBN 0715352946. Railways since 1939. Door H.C. Casserley. Uitg. David & Charles, 1972. ISBN 0715354876. Geen uitgebreide geschiedschrijving, maar bijzondere foto's en leuk geschreven teksten. |
|
|
Historical guide to the Romney Hythe & Dymchurch Light Railway. Door C.S. Wolfe. Uitgegeven door de Romney Hythe & Dymchurch Association, New Romney, Kent, 1976. Geschiedenis en beschrijving van de beroemde miniatuurspoorweg in het zuiden van Engeland (vlak bij de uitgang van de tegenwoordige Kanaaltunnel). Zie verder Romney Hythe & Dymchurch Railway. |
|
|
Palaces on Wheels. Royal Carriages at the National Railway Museum. Door David Jenkinson en Gwen Townend. ISBN 0112903665. In 1981 verschenen uitgave van het National Railway Museum in York, waar meer dan een dozijn koninklijke rijtuigen zijn ondergebracht. Het oudste exemplaar is het in 1842 gebouwde rijtuig van koningin Adelaide. Dat rijtuig, drie koetscabines op een drieassig onderstel, deed dienst tot 1849 en werd toen zorgvuldig opgeborgen. De opvolgster van Adelaide, koningin Victoria, reisde ook vaak per trein. Zij had de beschikking over twee luxe drieassige salonrijtuigen, die door middel van een vouwbalg met elkaar waren verbonden. Dat was een handige uitvinding, maar de koningin vertrouwde het toch niet helemaal: voordat ze naar het andere rijtuig liep, moest de trein eerst tot stilstand worden gebracht. In 1900, na meer dan 30 jaar dienst, waren de rijtuigen aan vervanging toe, maar Victoria wilde geen afstand doen van haar twee saloons. Die werden toen samengevoegd op een nieuw gebouwd onderstel met drieassige draaistellen. De spoorwegmaatschappij bracht tevens elektrische verlichting aan, maar hare majesteit was daar niet van gecharmeerd: behalve de elektrische lampen werden daarom ook weer olielampen en kaarsverlichting aangebracht. Victoria werd opgevolgd door koning Edward VII en koningin Alexandra. De verschillende spoorwegmaatschappijen wilden niet voor elkaar onderdoen, en stelden alle diverse koninklijke rijtuigen beschikbaar, tot complete treinen aan toe. Voor een reis van Londen naar het noorden konden de koning en koningin kiezen: een trein van de LMS voor een reis langs de oostkust of een trein van de LNWR voor een reis langs de westkust. Pas in 1941, onder de regering van koning George VI en koningin Elizabeth, kwam aan deze overdaad een einde. Er werden toen twee nieuwe salonrijtuigen gebouwd, ontworpen door William Stanier, die tijdens de oorlogsjaren van een bepantsering waren voorzien. Sinds 1977 staan ook deze rijtuigen in het museum. Koningin Elizabeth II kreeg een nieuwe trein tot haar beschikking. |
|
|
Royal Trains. Door Patrick Kingston. Uitg. David & Charles Inc., 1985. ISBN 0715385941. Uitvoerige geschiedgeschrijving van de treinen waarin het Britse koningshuis zich sinds 1840 heeft laten vervoeren, met reisverslagen en anekdotes. Zo zien we kroonprins Charles verschillende keren glunderend op een voetplaat staan, waaronder die van een miniatuurloc van de Romney, Hythe & Dymchurch Railway. Ook enkele per trein afgelegde staatsbezoeken aan de landen van het Britse Gemenebest (Commonwealth) passeren de revue. |
|
|
Return to York. Door Peter Rose. Uitg. Bellcode Books, 1994. ISBN 1871233046. Station York in de jaren 50 en 60. Het stoomlocdepot is inmiddels omgebouwd tot National Railway Museum. |
|
|
Classic Trains. Door Nicholas Faith. Uitg. Boxtree, in association with Channel Four Television Corporation, London 1996. ISBN 0752211609. Boek over de 'Golden Age' van de Britse spoorwegen, dat verscheen in samenhang met een door Channel Four uitgezonden televisieserie. In deze serie kwamen ook klassieke motorfietsen, vrachtwagens en schepen aan bod. |
|
|
The official Channel Tunnel Factfile. Uitg. Boxtree Limited, 1982. ISBN 1852833572. Populair boekje met veel illustraties, over de bouw van de Kanaaltunnel. Het boekje beschrijft ook de eerdere plannen die er ooit zijn bedacht, zoals een tunnel waarbij door paarden getrokken koetsen het verkeer tussen Engeland en Frankrijk zouden onderhouden. Uiteindelijk zijn dat dus treinen geworden die onder de naam le Shuttle auto's en hun passagiers vervoeren. |
|
|
The Age of the Electric Train. Electric trains in Britain since 1883. Door J.C. Gillham. Uitg. Ian Allan, 1988. ISBN 0711013926. Veel zwartwitfoto's. Met onder andere een hoofdstuk over de met 1500 Volt gelijkspanning geëlectrificeerde spoorlijnen, volgens de standaard die in 1930 door een door de regering ingestelde commissie was vastgesteld. Deze commissie had ook gekeken naar de ervaringen die men in Frankrijk, Nederland en andere landen met dit systeem had opgedaan. Onder andere rond Manchester werd een netwerk volgens dit systeem geëlektrificeerd. Na de oorlog besloot men echter dat toekomstige elektrificaties met 25.000 Volt wisselspanning zouden plaatsvinden. Het 1500-Voltsysteem rond Manchester is inmiddels verdwenen. In 1969 werden zeven locomotieven door NS overgenomen: de serie 1500 (ex BR 27000). |
|
|
Brits Abroad. Door Ken Carr & David Maxey. Uitg. Visions International, 2009. ISBN 9780955826412. Dit boek is gewijd aan Britse locomotieven die in het buitenland dienst doen of hebben gedaan. Daaronder de EM2s (NS 1500) en Class 58 die we in Nederland hebben gezien. In dit boek staan ook een paar foto's van mij, helaas niet allemaal even fraai afgedrukt en bovendien met mijn naam verkeerd gespeld: Nico Split. |
|
|
100 Jahre Franz-Josefs-Bahn. Dit boekje verscheen ter gelegenheid van het honderdjarig jubileum van de lijn Wien-Eggenburg, op 23 juni 1970. Deze spoorlijn verbindt Wenen (Frans-Josefs-Bahnhof) met onder andere Praag, Budweis en Pilzen. Na de Tweede Wereldoorlog raakte de lijn bij het plaatsje Gmünd doorsneden door het IJzeren Gordijn. Klik hier voor de foto's die ik in 1973 heb gemaakt. |
|
|
Dampflokomotiven auf der Steyrtalbahn. Österreichs älteste Lokalbahn mit 760 mm Spurweite. Door Wilhelm Tausche. Uitg. Franckh'sche Verlagshandlung Stuttgart, 1974. ISBN 3440041425. Geschiedenis en materieelbeschrijving van deze in 1890 geopende smalspoorweg. Een deel van deze mooie lijn wordt nog steeds bereden door toeristische treinen. Klik hier voor foto's die ik in 1971 en 1973 heb gemaakt. |
|
|
Die Lokomotiven der Republik Österreich. Door Josef Otto Slezak. Uitg. Verlag Josef Otto Slezak, Wien 1970. In 1918, na de Eerste Wereldoorlog, werd de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie (met de hoofdsteden Wenen en Boedapest) ontmanteld. Het grondgebied werd verdeeld over Joegoslavië, Tsjechoslowakije, Hongarije en de republiek Oostenrijk. Deze verdeling had uiteraard ook gevolgen voor het spoorwegnet. Dit boek beschrijft de geschiedenis en de techniek van alle loctypen en motorrijtuigen die in 1918 in de republiek Oostenrijk aanwezig waren, inclusief die welke er daarna zijn bij gekomen. Op het omslag staat een e-loc type 4061. Zie ook het thema Oostenrijk (klik en kijk dan links in het scherm). |
|
|
Fahrzeugportrait Reihe 310. Door Heribert Schröpfer. Uitg. Transpress, Stuttgart 2002. ISBN 3613711834. Portret van de beroemde Reihe 310 van de Oostenrijkse spoorwegen, in de tijd van de Deutsche Reichsbahn genummerd in Baureihe 16. Deze compoundlocomotieven zijn in 1911 ontworpen door Karl Gölsdorf. Een bijzonderheid is de asvolgorde 1'C2', het omgekeerde van een Pacific. Er zijn 90 locomotieven gebouwd, die tot in de jaren vijftig werden ingezet voor zware sneltreinen. Loc 310.23 is bewaard gebleven. |
|
|
Gotthard. Als die Technik Weltgeschichte schrieb. Door Alfred A. Häsler. Verlag Huber Frauenfeld, Stuttgart 1982. ISBN 3719308065. Het verhaal van de aanleg van de Gotthardtunnel, tussen 1872 en 1882, die het mogelijk maakte de spoorwegnetten van Zwitserland en Italië met elkaar te verbinden. Honderd jaar later werd evenwijdig aan de spoortunnel een autotunnel gebouwd. In 2016 moet een tweede spoortunnel gereed zijn: de Gotthard-Basistunnel. Dat zal met 57 km de langste tunnel te wereld zijn. (Basistunnel wil zeggen dat de tunnel door de voet van de berg gaat; de tunnel wordt daardoor veel langer maar er zijn geen moeizaam te nemen hellingen meer nodig.) |
|
|
100 Ans des Chemins de fer du Jura. Door Jean von Kaenel. Uitgegeven door de Chemins de fer du Jura in 1984, ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan. |
|
|
100 Jahre Schweizer Eisenbahn. Mit 76 Bildern und 8 Farbtafeln. Herausgegeben von der Generaldirektion der Schweizerischen Bundesbahnen. Fretz & Wasmuth Verlag, Zürich, 1947. Zie ook het thema Zwitserland. |
|
|
TEE-Züge der Schweiz. Luxuszüge für Europa. Door Hans-Bernhard Schönborn. GeraMond, München 2002. ISBN 3765471224. Na een inleiding over de voorgeschiedenis van de TEE worden de twee Zwitserse TEE-treinen behandeld. Dat zijn de samen met NS ontwikkelde dieselelektrische vierwagenstellen (RAm TEE I) en de vijfdelige elektrische treinstellen (RAe TEE II). Een foto van zo'n stel staat op het omslag. De elektrische stellen waren geschikt voor vier bovenleidingsystemen: 15 kV 16,7 Hz, 25 kV 50Hz, 1500 V = en 3000 V =, zodat ze in principe overal in Europa konden rijden. De vier stellen werden in 1959 afgeleverd en droegen de nummers RAe 1051-1054. Na hun TEE-periode werden ze als Intercity ingezet, voornamelijk tussen Zwitserland en Italië. Vanwege hun grijze kleurstelling werden ze "Graue Maus" genoemd. In het boek komen ook de andere TEE-treinen aan bod. Zie ook TEE-stellen NS/SBB. |
|
|
Železnice v Ceskoslovenské Dopravní Soustave (spoorwegen in het Tsjechoslowaakse verkeerssysteem.) Uitg. Nadas, 1989. ISBN 8070300298. Boek over de 150-jarige geschiedenis van de spoorwegen in het gebied wat toen Tsjechoslowakije heette. Veel mooie, grote foto's. De tekst is in het Tsjechisch; achter in het boek staan samenvattingen in het Russisch, Duits, Engels en Frans. Op het omslag loc 498.022, een van de twee CSD-locs die in 1989 op bezoek in Nederland zijn geweest. |
|
|
CSD-Dampflokomotiven. Door Helmut Grieble. Uitg. Verlag Josef Otto Slezak, Wien 1969. Dit boek bestaat uit twee banden. In de eerste band wordt de geschiedenis van de CSD beschreven; een geschiedenis die in 1918 is begonnen na de ontmanteling van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Ook komen alle locomotieven aan bod die bij de CSD in dienst waren en die daarna zijn gebouwd. Daarbij speelde de eigen industrie een belangrijke rol, zoals de bekende Skoda-fabriek in Pilzen. In de tweede band worden alle afzonderlijke locomotieven genoemd, met nummers, datum indiensttreding etc. Zie ook het thema Tsjechoslowakije. |
|
|
Järnvägens historier. Door Björn Kullander. Uitg. Sveriges Järnvägsmuseum Gävle/Ängelholm, 2006. ISBN 9163194465. Geschiedenis van de Zweedse spoorwegen, beschreven in opdracht van het Zweedse spoorwegmuseum. Dat heeft twee vestigingen: in Gävle en in Ängelholm. Danmarks Jernbanemuseum. Historie og rullende materiel. Door Poul Thestrup en Ulrik Tarp Jensen. Uitg. Danmarks Jernbanemuseum, 2000. ISBN 8798222740. Brochure over het spoorwegmuseum in Odense. |
|
|
Le nostro locomotive elettriche. Quaderni delle Ferrovie Italiane dello Stato. Deel 9, 1970 (oorspronkelijke uitgave 1957). Storia del mostro. Quaderni delle Ferrovie Italiane dello Stato. Deel 10, 1970 (oorspronkelijke uitgave 1958). "Geschiedenis van het monster": de stoomlocomotief. Città e stazioni. Quaderni delle Ferrovie Italiane dello Stato. Deel 11, 1961. Over steden en stations. Elettromotrici ed Elettrotreni. Quaderni delle Ferrovie Italiane dello Stato. Deel 12, 1966. Uit een serie van 12 boekjes, vanaf 1952 uitgegeven door de FS. |
|
|
Le Ferrovie Italiane dello Stato 1905-1955. Jubileumboek van de Italiaanse spoorwegen. Op de voorpagina stoomloc 685.054 en een Settebello. FS58. Fraai geïllustreerd jaarverslag 1958 van de Italiaanse spoorwegen. Zie ook het thema Italië. |
|
|
Fiat Materiale Ferrotranviario. Overzicht van treinen en aanverwante producten van Fiat, circa 1960. Fiat Ferroviaria was vanaf 1930 de locomotiefdivisie van Fiat (Fabbrica Italiana Automobili Torino). In 1996 werd het Zwitserse SIG overgenomen. In 2002 ging Fiat Ferroviaria op in het Franse Alstom. Enkele foto's uit het boek. |
|
|
Locomotoras diesel (IV). Door Lluís Prieto i Tur. Uitgave in de serie Monografías del ferrocarril, 2002. ISBN 8493093041. In deel IV wordt, na een inleiding over de modernisering van de Spaanse spoorwegen, aandacht besteed aan de "Bolle Neuzen" van General Motors en aan de daarvan afgeleide serie 1900 van de RENFE. Locomotoras diesel (VI). Door Lluís Prieto i Tur. Uitgave in de serie Monografías del ferrocarril, 2007. ISBN 8493131845. Deel VI is gewijd aan de door Alsthom gebouwde series 1000 en 1600 van de RENFE en hun familieleden, zoals de NS-serie 2400. In dit deel staan ook enkele foto's van Rick Dijkstra en mij, met in het kleurenkatern onze namen verwisseld. Zeer aardige boeken, voor wie het Castellaans-Spaans enigszins beheerst. Voor meer informatie zie www.monffcc.com |
|
|
Pennsylvania Railroad. Door Mike Schafer en Brian Solomon. Uitg. MBI Publishing Company, 1997. ISBN 0760303797. Het enorme net van de Pennsylvania Railroad (PRR) strekte zich uit van Chicago en St. Louis, via Pittsburgh tot aan New York en Washington. De basis lag in Altoona, een stadje dat zijn bestaan volledig aan de spoorwegmaatschappij had te danken. Hier bevonden zich de fabrieken waarin de maatschappij haar eigen stoomlocomotieven bouwde. De PRR was een van de laatste maatschappijen die de stoomlocomotief afschafte, maar ze was ook bekend vanwege haar gestroomlijnde elektrische locs, waar ontwerper Raymond Loewy de hand in had. De PRR kende een eigen lichtseinstelsel: position light signals. In de jaren zeventig van de vorige eeuw is de PRR roemloos ten onder gegaan in de concurrentiestrijd met de auto en het vliegtuig. |
|
|
Steam Locomotives of the Burlington Route. Door Bernard Corbin en William Kerka. Bonanza Books, New York 1978. ISBN 0517261952. Mooie locs, matig fotowerk. |
|
|
On the 8:02. An Informal History of Commuting by Rail in America. Door Lawrence Grow. Mayflower Books, New York 1979. ISBN 831766077. Dankzij de komst van de trein konden mensen buiten de stad gaan wonen. Zo ontstond de menssoort "forens". In dit boek wordt de geschiedenis van het forensenverkeer beschreven, aan de hand van de situatie rond New York, Philadelphia, Boston en Chicago. |
|
|
All Aboard! The Golden Age of American Rail Travel. Edited by Bill Yenne. Dorset Press, Greenwich, 1989. ISBN 0880293535. Salontafelboek met beelden en verhalen uit de tijd dat de trein hét vervoermiddel was in de Verenigde Staten. |
|
|
A Study of Railway Transportation. Vol. 1: Teacher's manual. Vol.2: The stories behind the pictures. Uitgegeven door de Association of American Railroads, zesde druk, 1954. Vanaf omstreeks 1942 publiceerde de Association of American Railroads (AAR) een opleidingspakket voor scholieren. Onderdeel van dat pakket waren 56 grote foto's en deze twee begeleidende boekjes voor de leraren. |
|
|
De 'Bergkoningin' en de spoorwegen in Nederlands-Indië 1862-1949. Door ir. E. Krijthe. Uitgegeven door het Nederlands Spoorwegmuseum, Utrecht 1983. Dit boekje verscheen naar aanleiding van de komst van de 'Bergkoningin' naar het Spoorwegmuseum. Dit is de bijnaam van een door Werkspoor gebouwde gelede smalspoorstoomlocomotief, die in 1928 in dienst kwam bij de Staatsspoorwegen in Nederlands-Indië. In 1981 werd deze prachtige loc geschonken aan het Spoorwegmuseum (sinds 2005 is de loc verstopt in een kermisattractie). In het boekje wordt ook ingegaan op de geschiedenis van de spoorwegen in Nederlands-Indië tot het jaar 1949, toen het land onafhankelijk werd. Met veel oude foto's en twee losse spoorwegkaarten. |
|
|
Stations en spoorbruggen op Sumatra. 1876-1941. Door Michiel van Ballegoijen de Jong. De Bataafsche Leeuw, Amsterdam 2001. ISBN 9067075124. Deel 32 in de boekenreeks van de NVBS. Tijdens een tentoonstelling in Amsterdam, begin 2006, werd dit dikke boek voor een vriendelijk prijsje verkocht. Van dezelfde auteur, in NVBS-kringen zeer bekend, verscheen in 1993 het boek Spoorwegstations op Java. Zie ook het thema Nederlands-Indië. |
|
|
De elektrische stadstrams op Java. Door H.J.A. Duparc. Uitg. Wyt, Rotterdam 1972. ISBN 906007582X. Deel 9 van de serie Trams en tramlijnen. Eerder dan in Nederland reden ook in het toenmalige Batavia al elektrische trams. Vanaf 1899 kende deze stad dit railvervoermiddel. Ook Surabaia had jarenlang een elektrische tram, die er echter nooit in is geslaagd de stoomtram te verdrijven, zodat beide tractievormen decennia lang tesamen voorkwamen. De heer H.J.A. Duparc, die beide bedrijven van dichtbij meemaakte, neemt de lezer mee naar de statige lanen van Weltevreden, de tuinen van Simpang, de pasars van Djakarta-Kotta en al die andere plaatsen waar de "trem listrik" opereerde. |
|
|
The railroads of Aruba and Curaçao / Railverkeer op Aruba en Curaçao. Door Lee A. Dew. Uitg. Wyt, Rotterdam 1977. ISBN 9060075781. Op deze Antilliaanse eilanden vond op verschillende plaatsen railvervoer plaats. Het waren mijnbouwmaatschappijen en olieraffinaderijen die verschillende smalspoorlijnen voor goederen exploiteerden. In Willemstad (Curaçao) reden bovendien trams in het kader van het openbaar vervoer. In dit boek wordt de geschiedenis van de verschillende lijntjes verteld door de Amerikaanse historicus prof. Lee A. Dew uit Kentucky, geïllustreerd met veelal zeldzame foto's van de verschillende lijnen en voertuigen. Tweetalig boekje, zelfde uitvoering als van de srie Trams en tramlijnen. |
|
|
The Railway of Suriname. The "Landsspoorweg" 1902-2002. Door Eric Wicherts. Private Rail Consultants, Calgary (Canada), 2004. ISBN 0973481706. Zie ook het thema Suriname. |
|
|
Proceed to Peterborough. Door Douglas Colquhoun, Ronald Stewien en Adrian Thomas. UItgegeven door de Australian Railway Historical Society, 1970. Boek over de laatste stoomlocomotieven die dienst deden bij de Zuid-Australische spoorwegen. Op het omslag een van de grote smalspoor-Garratts die tot januari 1970 dienst deden. Een deel van het spoorwegnet is inmiddels omgebouwd tot normaalspoor. |
|
|
Modern Australian and New Zealand Trains. Frank Shennen (editor). Uitg. Murray, Sydney. Boek uit de jaren zestig van de vorige eeuw, met 104 kleurenfoto's. Dat staat althans voor in het boek; het betreft in veel gevallen zwartwitfoto's die op een onnatuurlijke manier zijn ingekleurd. Dampf über Australien un Neuseeland. Door Günter Oczko. Godom Verlag, Bindlach 1991. ISBN 3811208713. Prachtige kleurenfoto's, deels uit de tijd dat er nog stoomlocs in normale dienst reden, deels van de jubileumritten in 1988. In dat jaar bestond Australië 200 jaar, wat onder andere gevierd werd met diverse stoomritten, en vierden de Nieuw-Zeelandse spoorwegen hun 125-jarig jubileum. |
|
|
Locomotives of Australia 1854 to 2007. Door Leon Oberg. Uitg. Rosenberg 2007, ISBN 9781877058547. Dikke pil waar ze zo'n beetje allemaal in staan. Aan variatie geen gebrek, want elke Australische staat had zijn eigen spoorwegbedrijf en koos voor zijn eigen spoorwijdte. Ik kreeg dit boek in 2008 cadeau van Bert Bolle, omdat ik weleens wat archiefonderzoek voor hem heb gedaan. |
|
|
Cavalcade of New Zealand Locomotives. Door A.N. Palmer en W.W. Stewart. Uitg. A.H. & A.W. Reed, Wellington 1957. Overzicht van alle Nieuw-Zeelandse locomotieven die sinds 1863 dienst hebben gedaan (stoom, diesel, elekrtisch). Coaling from the clouds. Door R.J. Meyer. Uitg. The New Zealand Railway and Locomotive Society, Wellington 1971. Beschrijving van de "The Mount Rochfort Railway and the Denniston Incline". Dit spoorlijntje werd in 1879 aangelegd om kolen hoog uit de bergen naar de westkust van het Zuidelijk Eiland te vervoeren. In 1967 werd de lijn gesloten. Dit boekje heb ik, net als een aantal andere zaken, gekregen van een Nieuw-Zeelandse treinenliefhebber waarmee ik in de jaren 70 correspondeerde. |
|
|
Whistling Steam. Romance of Indian Rails. Tekst en foto's Dileep Prakash. Uitg. Roli & Janssen BV 2002. ISBN 8174361871. De foto's kunnen uit het boekje worden gehaald om ze als prentbriefkaart te gebruiken, maar wie zal dat doen? Andere boekjes uit deze Pocket Art Series gaan over Boeda, Ghandi, de Mount Everest, Daila Lama, Rolls Royce, Kama Sutra en Indische erotische kunst. |
|
|
The fascination of Steam Locomotives (カラー 蒸気機関車の旅) The fascination of Japanese Railways (カラー 日本の鉄道) Teksten grotendeels in het Japans, met korte Engelse fotobijschriften. Ik kocht deze twee boekjes in 2010 voor weinig geld op een beurs in Houten. Voor de aardigheid liet ik ze daar zien aan een serieuze boekhandelaar. Die kon daar niets mee, zei hij. Maar dat was ook helemaal niet de bedoeling: ik hou ze zelf! |
|
Voor boeken gewijd aan meer dan één land zie Algemene spoorweggeschiedenis
Materieelbeschrijvingen buitenland |
|
Locomotives of British Railways. Door H.C. Casserley en L.L. Asher. Spring Books, London 1965 (eerste druk 1961). De meer dan 700 zwartwitfoto's zijn bijna allemaal gemaakt door H.C. Casserley. In 1948 werden de vier spoorwegmaatschappijen in Groot-Brittannië genationaliseerd. Ze gingen op in British Railways. De vier maatschappijen, ook wel aangeduid als The Big Four, waren Great Western Railway (GWR), Southern Railway (SR), London, Midland & Scottish Railway (LMS) en London & North Eastern Railway (LNER). Deze vier maatschappijen waren in 1923 ontstaan tijdens de grouping van een groot aantal kleinere spoorwegmaatschappijen. Bij de nationalisatie in 1948 waren meer dan 20.000 stoomlocomotieven betrokken, verdeeld over honderden classes. Voor deze locs werd een nummerschema ontworpen, waarbij de oorspronkelijke nummers zoveel mogelijk herkenbaar bleven. Dit deed men eenvoudig door er cijfers voor te zetten. De locs van de SR werden genummerd vanaf 30000. De locs van LMS werden genummerd in de series 40000 en 50000, waarbij een grote groep oudere locs werd ondergebracht in de serie 58000. De LNER-locs, die in 1946 nog in een volledig nieuw nummerschema waren ondergebracht, kregen 60000 bij het locnummer opgeteld. De locs van GWR behielden hun nummers (onder de 10000). Deze keuze had te maken met het feit dat de GWR als enige koperen locnummerplaten gebruikte. De andere maatschappijen werkten met geschilderde nummers, die eenvoudig te veranderen waren. Diesellocomotieven kregen nummers vanaf 10000, elektrische locomotieven vanaf 20000. Typisch Engels is het om de eerste loc van een serie het volgnummer 0 te geven, bijvoorbeeld de serie 27000-27006, bij de NS genummerd vanaf 1501. Na 1948 heeft British Rail zelf ook nog stoomlocomotieven gebouwd. Voor een deel als vervolg op bestaande series, maar ook nieuwe ontwerpen. Deze werden genummerd vanaf 70000. In Groot-Brittannië heerste in 1948 nog de stoomlocomotief, maar in 1968 was het afgelopen. Dit terwijl in maart 1960 de laatste nieuwe stoomlocomotief in dienst was gesteld. Deze loc, nummer 92220, kreeg de toepasselijke naam Evening Star. Handig om te weten: een tenderlocomotief heet in het Engels een "tank engine". Het Engelse "tender locomotive" staat voor een locomotief met losse tender. |
Stanier Black Five |
|
The Observer's Book of Railway Locomotives of Britain. Samenstelling H.C. Casserley. Uitg. Frederick Warne & Co., 1955, revised edition 1964. Onmisbaar zakboekje voor de Britse locomotiefspotter. Driekwart van het boekje was in 1964 nog nodig voor de stoomlocomotieven. |
|
|
British Pacific Locomotives. Door Cecil J. Allen. Uitg. Ian Allan Ltd, 1962. De eerste Britse Pacific, asopstelling 4-6-2 (of op z'n Duits of Nederlands 2C1), verscheen al in 1908 op de rails. Maar de bloeiperiode van dit loctype begon in 1922. De grote locomotiefbouwers uit de hoogtijdagen van de spoorwegen waren Gresley, Thompson, Peppercorn, Stanier en Bulleid, die elk voor hun eigen maatschappij prachtige locs ontwierpen. Ook na de Tweede Wereldoorlog, toen de Britse spoorwegen waren genationaliseerd, werden er nog nieuwe locomotieven gebouwd. De laatste Standard Pacific werd in 1954 opgeleverd. In dit dikke boek komen ook enkele nooit gebouwde ontwerpen aan de orde. |
|
|
Bulleid's Pacifics. Door D.W. Winkworth. Uitg. George Allen & Unwin, London, 1981 (oorspronkelijk gepubliceerd 1974). ISBN 0046250050. Biografie van de beroemde Bulleid Pacifics. |
|
|
Leader. Steam's last chance. Door Kevin Robertson. Uitg. Alan Sutton, 1988. ISBN 0862993768.
Voor meer over dit bijzondere ontwerp van Bulleid zie The Leader Project. |
|
|
Mallard and the A4 Class. Door David McIntosh. Uitg. Ian Allan, 2008. ISBN 9780711032972. In 1938 legde loc 4468 van de LNER het officiële wereldrecord voor stoomlocomotieven op 126 miles/hour (202,7 km/uur). De loc droeg de naam Mallard (wilde eend). In dit boek wordt de geschiedenis beschreven van de serie waartoe de Mallard behoorde, met ruim aandacht voor de recordrit en de aanloop daartoe. De ontwerper, Nigel Gresley, had zich uitgebreid verdiept in de snelle Duitse dieseltreinen uit die tijd, maar kwam tot de conclusie dat een gestroomlijnde stoomloc met bijpassende rijtuigen een betere oplossing was. |
|
|
City of Truro. Main Line Centenarian. Door Michael Rutherford. Uitg. Friends of the National Railway Museum, 2003. ISBN 0954668502. De City of Truro was in 1904 de eerste stoomlocomotief die sneller dan 100 miles/hour reed. In 1989 was deze fraaie loc te gast op het jubileum NS 150. Flying Scotsman. The People's Engine. Door Geoffrey Hughes. Uitg. Friends of the National Railway Museum, 2005. ISBN 0954668537. Dit boek gaat over loc LNER 4472 die de naam Flying Scotsman draagt. Er bestond en bestaat ook een trein die zo heet. Sinds 1862 vertrekt deze trein 's ochtends om 10.00 uur uit London King's Cross. |
|
|
Deutschlands Dampflokomotiven gestern und heute. Door Karl-Ernst Maedel. VEB Verlag Technik Berlin, 1e druk 1957. Die deutschen Dampflokomotiven gestern und heute. Door Karl-Ernst Maedel. VEB Verlag Technik Berlin, 5e druk 1968. |
|
|
Stoomlocs van de Deutsche Bundesbahn met bouwseries, bedrijfsnummers en depots. Door Martin van Oostrom. De Alk, Alkmaar 1973. Grote Alk 643. Beschrijving van de stoomlocseries die toen nog in dienst waren bij de DB. Behalve matig afgedrukte zwartwitfoto's bevat het boekje een overzicht van alle afzonderlijke locomotieven en de depots waar ze op 1 januari 1972 gestationeerd waren. De treinenjager had echter meer baat bij de boekjes die de Eisenbahn Kurier twee keer per jaar uitgaf, en waarin je ook de dienstregeling kon vinden van alle personentreinen die nog met stoom werden gereden. |
|
|
Die preussische P10. Ein Lokporträt in Wort, Bild und Ton. Johannes C. Klossek, Albert Mühl. Sonderausgabe des Lok-Magazins mit Schallplatte. Franckh'sche Verlagshandlung, Stuttgart 1970. Met grammofoonplaatje. Op het omslag het vertrek van een P10 (Baureihe 39) uit Neustadt, 1964. |
|
|
Reko- und Neubau Dampfloks der DR. Door Hans Wiegard. Uitg. GeraMond, München 2001. ISBN 3765471038. Na de Tweede Wereldoorlog moest in beide Duitslanden het spoorwegbedrijf weer worden opgebouwd. De stoomlocomotief was daarbij onmisbaar. West-Duitsland ging er onder andere dankzij het Marshall Plan vanaf 1950 weer op vooruit: het Wirtschaftswunder. Daardoor kon men gaan denken aan modernere tractiemiddelen, hoewel er nog wel nieuwe stoomlocomotieven werden gebouwd. Oost-Duitsland, economisch leeggeplunderd door de Sovjet-Unie, bleef echter achter. In de jaren vijftig begon men noodgedwongen met een omvangrijk programma om verouderde stoomlocomotieven te moderniseren en om nieuwe locs te bouwen, vaak op basis van oudere ontwerpen. In dit boek wordt uitgebreid ingegaan op de "Nachkriegskonstruktionen der Reichsbahn". Voorbeelden: Baureihe 01.5, Baureihe 44, Baureihe 52, en de smalspoorlocs van de HSB. |
|
|
Fahrzeugportrait Baureihe 01.5. Door Dirk Endisch. Uitg. Transpress, Stuttgart 2001. ISBN 3613711672. Tussen 1962 en 1965 werden in Oost-Duitsland 35 locs van de Baureihe 01 grondig verbouwd. De locs kregen nieuwe ketels en ondergingen ook allerlei andere aanpassingen. Opvallend is de doorlopende dombekleding bovenop de ketel, die ook de bekende Oost-Duitse trapeziumvormige voorverwarmer gedeeltelijk bedekt. De meeste locs werden omgebouwd op oliestook. De locs kregen ook nieuwe nummers: 01 501 t/m 01 535. Enige locs hebben "boxpokwielen" gehad. Deze waren echter van slechte kwaliteit en zijn op den duur vervangen door versterkte spaakwielen. De renovatie was aanvankelijk geen succes. Het programma kostte veel meer geld dan voorzien, en in het begin waren er allerlei kinderziektes. Maar uiteindelijk voldeden de locs uitstekend. Tot halverwege de jaren 70 speelden ze een hoofdrol in het zware sneltreinverkeer in de DDR. Ze kwamen ook regelmatig de grens over, bijvoorbeeld met de sneltreinen tussen Berlijn en Hamburg. De laatste loc ging in 1982 uit dienst. Vijf exemplaren van de stoere "Reko-01" zijn bewaard gebleven. Klik hier voor foto's. |
|
|
Das grosse Lokomotivenalbum. Door Andreas Knipping (deel 1) en Clemens Hahn (deel 2). Uitg. Sconto, München 2004. ISBN 386517017X. Gebundelde heruitgave van twee eerder bij GeraNova verschenen boeken. In het eerste deel worden de tussen 1949 en 1993 bij de Deutsche Bundesbahn ontwikkelde locomotieven en treinstellen beschreven. In het tweede deel gebeurt dat voor de in die periode bij de Deutsche Reichsbahn (DDR) ontwikkelde treinen. Niet alleen de nieuw gebouwde treinen komen aan bod, maar ook de (soms experimentele) verbouwingen aan stoomlocomotieven die de Tweede Wereldoorlog hadden overleefd. In 1992, drie jaar na de val van de Berlijnse Muur, werd de eerste nieuwe "Gesamtdeutsche Lok" besteld: de Baureihe 112.1, waarvan beide maatschappijen er 45 zouden krijgen. Maar toen de eerste locs werden afgeleverd, bestonden de twee spoorwegmaatschappijen niet meer: ze waren opgegaan in de nieuwe DB. |
|
|
Die deutschen Krokodile. Ellok-Baureihe E93 und E94. Door Hans-Dieter Andreas en Manfred Herb. Verlag Wolfgang Zeunert, Gifhorn 1981. ISBN 3921237645. De eerste twee locs van de Baureihe E93, een zesassige loc op twee draastellen (asopstelling C'C'), werden in 1933 gebouwd door AEG. Tot 1939 werden 18 locs gebouwd. Van de vervolgserie, Baureihe E94, werden tussen 1940 en 1956 door diverse fabrikanten 285 exemplaren gebouwd. De E94 was sterker en sneller dan de E93. De locs werden vooral gebruikt voor het zware goederenvervoer in het zuiden van Duitsland of als opdrukloc bij steile hellingen, maar ze waren ook wel voor personentreinen te zien. Hun bijnaam krokodil danken dit soort locs aan hun lange neuzen. In 1968 werden de locs vernummerd in Baureihe 193 resp. 194 (in Oost-Duitsland 254). Van de E94 zijn na de oorlog 44 exemplaren in Oostenrijk achtergebleven. Deze zijn in 1953 door de ÖBB genummerd in de Reihe 1020. |
|
|
Lijndiesellocs in West-Europa. Door B.A. van Reems. Uitg. De Bataafsche Leeuw, Amsterdam 1988. Tweede, bijgewerkte druk. ISBN 9067071854. De ondertitel "1945-heden" is wat onbeholpen, want zo'n boek wordt ook na het verschijningsjaar nog weleens gelezen. Verder is het jammer dat er bijna geen kleurenfoto's in staan. Verder is het een prettig boek, met een vooral op de techniek gerichte beschrijving van de lijndiesellocs die vanaf 1945 in West-Europa in dienst zijn gekomen, vaak met als doel de stoomlocomotieven van het toneel te verdrijven. Op de voorkant een foto van ÖBB-loc 2043.64 met een rijtje tweeassers. |
|
|
50 Jahre Diesellokomotiven. Gesamtentwicklung 1913 bis 1945; Entwicklung seit 1945 in Europa. Door H.K. Stockklausner. Birkhauser Verlag, Basel und Stuttgart, 1963. Een gedegen boekwerk, dat begint met de eerste experimenten met benzinemotoren en later met dieselmotoren, waaronder de Duitse V3201 die op perslucht reed: de dieselmotor dreef een luchtpomp aan, waarna de samengeperste lucht door cilinders als van een stoomlocomotief werd geleid. Op het omslag staat een Russische dubbellocomotief van het type TG 102. |
|
|
Alles für die Lok. Vom Werdegang der Lokomotiven. Door Wolfgang Messerschmidt. Franckh'sche Verlagshandlung, Stuttgart, 1971. Over de ontwikkeling van locomotieven, vanaf de tekentafel tot en met de eerste proefritten. Op het omslag een foto van locs V200 013, E10 137 en 01 1087. Ellok-Raritäten. Kuriositäten und Besonderheiten elektrischer Lokomotiven. Door Wolfgang Messerschmidt. Franckh'sche Verlagshandlung, Stuttgart, 1976. ISBN 3440042995. De titel belooft rariteiten, en die zijn dan ook in het boek te vinden. Bijvoorbeeld foto's van Italiaanse draaistroomlocomotieven die een tweepolige bovenleiding nodig hadden. Op het omslag een foto van de Duitse sneltreinloc E18 047 voor een goederentrein. |
|
|
Giganten der Schiene. Door Karl-Ernst Maedel. Uitg. Franckh'sche Verlagshandlung, Stuttgart, 1962. Op het omslag een foto van locs E10 136 en V200 056. Ik ben helaas geen jongen meer, vandaar dat ik wat moeite had met de jongensboekachtige manier waarop de geschiedenis van de elektrische en dieseltreinen is beschreven. Maar het is interessant om te lezen hoeveel moeite het heeft gekost voordat de stoomlocomotief verdrongen kon worden door moderne tractiemiddelen. Onder de in dit boek beschreven treinen bevinden zich ook de Beneluxtreinstellen van NS en NMBS, echter met een foto van een vierdelig Hondekoptreinstel. Zelfs een grootmeester als Maedel laat dus wel eens een steekje vallen... Zie ook het thema Giganten der Schiene. |
|
|
Elektrische Lokomotiven fotografiert von Carl Bellingrodt. Eisenbahn Kurier, Freiburg 1979. ISBN 3882552107. Dit boek verscheen ter gelegenheid van het 100-jarige bestaan van de elektrische locomotief. Met grote zwartwitfoto's van alle elektrische locomotieven die in Duitsland hebben rondgereden. De meeste foto's zijn gemaakt door de beroemde fotograaf Carl Bellingrodt, die al voor de Tweede Wereldoorlog actief was langs de rails. Zijn archief is na zijn overlijden overgegaan naar de Eisenbahn Kurier. |
|
|
Fiat Materiale Ferrotranviario. Overzicht van treinen en aanverwante producten van Fiat, circa 1960. Fiat Ferroviaria was vanaf 1930 de locomotiefdivisie van Fiat (Fabbrica Italiana Automobili Torino). In 1996 werd het Zwitserse SIG overgenomen. In 2002 ging Fiat Ferroviaria op in het Franse Alstom. Enkele foto's uit het boek. |
|
|
Schienenzeppelin. Franz Kruckenberg und die Reichsbahn-Schnelltriebwagen der Vorkriegszeit. Door Alfred B. Gottwald. Uitg. Rösler + Zimmer Verlag, Augsburg 1972. Biografie van Franz Kruckenberg (1882-1965), die zich eerst bezighield met het ontwerpen van luchtschepen (zeppelins) maar zich daarna op de spoorwegen richtte. Zijn bekendste ontwerp is de Schienenzeppelin, een motorrijtuig dat werd aangedreven door een vliegtuigmotor en -propellor. Later was hij betrokken bij het ontwerp van snelle dieseltreinstellen. Klik hier voor meer over de Schienenzeppelin. |
|
|
Deutsche Schnelltriebwagen. Door Günter Dietz en Peter Jach. EK-Verlag, Freiburg 2003. ISBN 3882552247. Historisch overzicht, beginnend bij de "Fliegende Hamburger" uit 1932 tot de ET 403 ("Donald Duck") uit 1973. Met veel technische gegevens en prachtige foto's, onder andere van Carl Bellingrodt. De eerste experimenten met snelle treinen komen eveneens aan de orde, zoals die met de Schienenzeppelin van Franz Kruckenberg. Ook de snelle treinstellen van de naoorlogse DR worden behandeld, zoals het prachtige type "Görlitz". Klik hier voor meer over snelle Duitse dieseltreinen. |
|
|
Alweg-Bahn. Technik, Geschichte und Zukunft der legendären Einschienenbahn. Door Reinhard Krischer. Uitg. Transpress, Stuttgart 2003. ISBN 3613712091. De naam ALWEG is afgeleid van de letters van de naam van Dr. Axel L. Wenner-Gren, de initiatiefnemer en financier van het concept van de Alweg-Bahn uit de jaren vijftig. De treinen zijn voorzien van wielen met luchtbanden, waarmee ze over een betonnen baan rijden. Dwarswielen, eveneens met rubber banden, zorgen ervoor dat de trein niet kan ontsporen. |
|
|
Magnetbahn Transrapid. Die neue Dimension des Reisens. MVP Versuchs- und Planungsgesellschaft für Magnetbahnsysteme; Transrapid International Gesellschaft für Magnetbahnsysteme. Hestra-Verlag, 1989. ISBN 3777102083. Radlos in die Zukunft? Die Entwicklung neuer Bahnsysteme. Ralf Roman Rossberg. Orell Füssli Verlag, 1983. ISBN 3280015030. |
|
Franckh'sche Verlagshandlung, Frank Stenvalls Förlag
|
Taschenbuch Deutsche Dampflokomotiven (Regelspur). Door Horst J. Obermayer. Franckh'sche Verlagshandlung, Stuttgart 1969. Zakboekje waarin van alle normaalsporige Duitse stoomlocomotieven een foto en een korte beschrijving wordt gegeven. Handig om bij je te hebben, hoewel er in 1969 niet zo erg veel verschillende typen meer rondreden in beide Duitslanden. Na het succes van dit boekje volgden er nog acht delen, geschreven door dezelfde auteur. Die heb ik in 2006 antiquarisch weten te bemachtigen. Wie het stapeltje op tafel legt ziet wat het probleem is met Duitse boeken: de titels op de rug staan verkeerd. Dit is vooral lastig in kasten waar boeken in verschillende talen door elkaar staan. |
|
|
Taschenbuch Deutsche Elektrolokomotiven. 1970, 4e verbeterde druk 1976. ISBN 3440037541. Taschenbuch Deutsche Schmalspur-Dampflokomotiven. 1971, 2e druk 1973. ISBN 3440038181. Taschenbuch Deutsche Diesellokomotiven. Mit Kleinlokomotiven. 1972, 5e druk 1979. ISBN 3440039323. Taschenbuch Deutsche Triebwagen. 1973. ISBN 3440040542. Taschenbuch der Eisenbahn 1. Fahrzeuge und Bahntechnik. 1975. ISBN 3440042480. Taschenbuch der Eisenbahn 2. Bahnanlagen und Fahrdienst. 1977. ISBN 3440043746. Taschenbuch Deutsche Reisezugwagen. 1978. ISBN 3440045897. Taschenbuch Deutsche Güterwagen. Deutsche Bundesbahn. 1980. ISBN 3440048551. |
|
|
Taschenbuch Deutsche Lokomotivfabriken. Ihre geschichte, ihre Lokomotiven und Konstrukteure. Wolfgang Messerschmidt. Franckh'sche Verlagshandlung, 1977. ISBN 3440044629. |
|
|
Taschenbuch Deutsche Dampflokomotiven (Regelspur). Door Horst J. Obermayer. Heel Verlag, 2011. ISBN 9783868523867. Fotografische herdruk van mijn stoombijbeltje, gebaseerd op de laatste druk uit 1979. De drukkwaliteit is matig, maar daar staat de prijs (ca. € 10) tegenover. Inhoudelijk mis ik de uitleg over hernummering die in 1970 bij de Oost-Duitse spoorwegen plaatsvond. De hernummering bij de DB in 1968 wordt wel uitgelegd. |
|
|
Danske lokomotiver og motorvogne 1980-01-01 Österreichische Lokomotiven und Triebwagen 1978-01-01 Benelux Lokomotieven en Treinstellen 1978-01-01 Materiale Motore F.S. Italia 1979-01-01. |
|
|
In dezelfde uitvoering als de zakboekjes van de Franckh'sche Verlagshandlung, publiceerde de Zweedse uitgever Stenvall een serie boekjes over het materieel van andere landen. Een afwijkend detail is de tekst op de rug van de boekjes: dat doen ze in Zweden wel goed. De boekjes zijn geschreven in de taal van het betreffende land; het deel over de Benelux is in het Nederlands en het Frans. Er zijn ook boekjes verschenen over de Noorse en Zweedse spoorwegen. |
Spoorwegtechniek |
|
Het spoorwegmaterieel en het spoor. Beknopte handleiding voor de kennis van het spoorwegmaterieel en zijn werking op den weg. Door ir. P. Labrijn en ir. E. Bolleman Kijlstra, ingenieurs bij den Dienst van Tractie en Materieel der Nederlandsche Spoorwegen. Uitg. J.B. Wolters, 1920. Boek (de schrijvers zelf noemen het een boekje) bestemd voor de aanstaande opzichters van de weg en voor andere belangstellenden. Behandeld worden de bouw en de inrichting van het spoorwegmaterieel en de invloed die door dit materieel gedurende de rit op het spoor wordt uitgeoefend. |
|
|
De stoomlocomotief. Deel I: tekst, deel II: figuren. Door ir. P. Labrijn. Oosthoek's uitg.mij. Utrecht, 1948. Deze handleiding werd gebruikt bij de opleiding van locomotiefpersoneel. Uitgebreid worden de constructie en de werking van de stoomlocomotief beschreven. In deze naoorlogse versie van dit standaardwerk wordt ook aandacht besteed aan de bijzonderheden van de in ons land dienstdoende Engelse, Zweedse en Zwitserse locomotieven. En negen jaar later waren alle stoomlocomotieven uit dienst. |
|
|
Eisenbahnfahrzeuge. I. Die Lokomotiven. Door H. Hinnenthal. Uit de "Sammlung Göschen", een serie toentertijd goedkope boekjes over uiteenlopende onderwerpen. In dit deel wordt op de technische aspecten van de stoomlocomotief ingegaan. Uitgegeven door Walter de Gruyter & Co. Sammlung Göschen (107). Leipzig, 1913. Eisenbahnfahrzeuge. I. Die Dampflokomotiven. Geheel bewerkte herdruk van het boekje uit 1913. Inmiddels waren er ook andere dan stoomlocomotieven, vandaar dat de titel moest worden aangepast. Walter de Gruyter & Co. Sammlung Göschen (107). Leipzig, 1921. |
|
|
Handboek voor spoorwegtechniek. Handboek ten dienste van spoorwegtechnici, waterbouwkundigen, machinisten, werkmeesters en voor allen die in dienst zijn van de spoor- en tramwegen en hen die door hun functie daarmee in aanraking komen of die daarvoor werken uitvoeren, benevens studeerenden aan technische scholen enz. Samengesteld door Vakgroep I (technici) van den Bond van Ambtenaren in dienst van de Nederlandsche Spoorwegen. |
|
|
Deel I. Aardebaan, kunstwerken, gebouwen, bovenbouw van den weg, opmetingen enz.
|
|
Spoorwegtechniek, het rollend materieel. Uitgegeven door de Opleidingsschool van den Dienst van Exploitatie der N.V. Nederlandsche Spoorwegen gevestigd te Utrecht, 1943. Voor een ingescande versie van dit boek zie Spoorwegtechniek, het rollend materieel. |
|
|
Gelijkstroomtractie op hoofdspoorwegen. Door ir. J.P. Koster, ingenieur b.d. Afd. Electrificatie van de Dienst van Materieel, Werkplaatsen en Electrificatie der N.V. Nederlansche Spoorwegen. Uitgeverij Gottmer, Haarlem 1948. In dit standaardwerk van bijna 600 pagina's worden de achtergronden en de inrichting van het elektrische tractiesysteem van de NS beschreven. Ook buitenlandse systemen komen aan de orde. Zie ook het thema Energievoorziening van de spoorwegen. |
|
|
50 jaar elektrische spoorwegen in Nederland. Uitgave van de N.V. Nederlandsche Spoorwegen. Utrecht, 1 oktober 1958. Vanuit technische optiek geschreven geschiedenis van de elektrificatie, beginnend bij de eerste elektrische treinen die in 1909 gingen rijden tussen Rotterdam Hofplein en Scheveningen. Zie ook het thema Elektrificatie van de NS. |
|
|
Intercity. Bestek voor prijsaanvraag en bestelling van rollend materieel. Nederlandse Spoorwegen, 1973. Het bestek voor de nieuw te leveren driewagenstellen IC-III, bestemd voor de leveranciers die bij de bouw van deze treinstellen betrokken waren. Een dikke pil, die ook in het Duits beschikbaar was. Er hoorden ook veel bijlagen bij, maar die bezit ik niet. De roemruchte doorloopkop wordt slechts terloops genoemd: die zou de NS in eigen beheer ontwerpen en ontwikkelen. |
|
|
How to drive a steam locomotive. Door Brian Hollingsworth. Uitg. Astragal Books, London 1983. ISBN 0906525039. Wie dit boek heeft doorgewerkt, weet precies hoe hij een stoomlocomotief gereed maakt voor de dienst, hoe hij er mee weg moet rijden en wat er onderweg allemaal moet gebeuren. In een van de hoofdstukken wordt zelfs ingegaan op het bouwen van je eigen stoomlocomotief. Op het omslag een detail van een schilderij van Cuneo, waarop de bemanning van loc "Monmouth Castle" aan het werk is. Merk op dat de machinist rechts staat, hoewel de treinen in Engeland links rijden. |
|
|
Electricity in transport. Over sixty year's experience, 1883-1950. Uitgegeven door de English Electric Company Limited, London 1951. Bedrijfsgeschiedenis van de in 1918 gevormde English Electric Company en de oorspronkelijke bedrijven: Dick, Kerr & Company, Siemens Bros. Dynamo Works, Willans & Robinson, Phoenix Dynamo Manufacturing Company. Dit bedrijf leverde uiteenlopende elektrische voertuigen en bijbehorende installaties. Voorbeelden hiervan: de NS-locs serie 500/600, gelijkrichterstations voor de NS, trolleybussen voor Arnhem. Op het omslag een loc van de Estrada de Ferro Santos a Jundiai. Klik hier voor meer. |
|
|
Wendezüge. Door Erich Preuß. Transpress, Stuttgart 2001. ISBN 3613711656. De Nederlandse vertaling van Wendezug is trek-duwtrein: een trein met aan de ene kant een locomotief en aan de andere kant een stuurstandrijtuig. Er bestaan ook varianten met aan beide kanten een locomotief (trek-trektrein) of een locomotief in het midden van de trein met aan beide zijden een stuurstandrijtuig. Het doel is duidelijk: een Wendezug kan eenvoudig van rijrichting veranderen, zonder dat de locomotief naar de andere kant gerangeerd hoeft te worden. In Frankrijk reden al in 1885 voorstadstreinen volgens dit principe. Een Duitse pionier is de Lübeck-Büchener Eisenbahn, die dubbeldeksrijtuigen liet trekken resp. duwen door gestroomlijnde stoomlocs. Bij geduwde stoomtreinen neemt de machinist plaats in het stuurstandrijtuig, terwijl de stoker op de locomotief achterblijft. Natuurlijk moet er dan een systeem zijn waarmee de machinist en de stoker met elkaar kunnen communiceren. Het boek gaat ook in op de voor- en nadelen van Wendezüge ten opzichte van treinstellen (Triebwagen). Een voordeel van trek-duwtreinen is dat de lengte van de trein eenvoudig kan worden aangepast aan de behoefte. Een nadeel is dat een geduwde trein een beperkte maximum snelheid heeft. Zie ook het thema Trek-duwtreinen. |
|
|
Schaku. 75 Jahre Scharfenbergkupplung Gmbh. Door de firma Scharfenbergkupplung uitgegeven boekje ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan in 1996. Tweetalig (Duits en Engels). Automatische koppelingen bestonden al toen Karl Scharfenberg in 1903 zijn koppeling patenteerde. Zo werden de Amerikaanse spoorwegen in 1893 wettelijk verplicht om hun materieel te voorzien van de in 1870 door Janney uitgevonden klauwkoppeling. Het bezwaar hiervan was dat er speling zit tussen de twee gekoppelde delen, met slijtage als gevolg. De koppeling van Scharfenberg heeft dit bezwaar niet: de twee delen klemmen zich strak aan elkaar vast. De koppeling werd eerst op kleine schaal ingevoerd bij een aantal spoorlijnen. In 1921 werd in Berlijn de firma Scharfenbergkupplung Gmbh opgericht. De "Schaku" begon toen aan zijn opmars door Duitsland en andere landen, waaronder Nederland. Er bestaan verschillende uitvoeringen, waaronder een kleine die gebruikt is op Duitse railbussen, maar het principe is al die jaren gelijk gebleven. Zelfs zeer verschillende materieelsoorten kunnen daardoor (mechanisch) met elkaar worden gekoppeld, als de koppelingen zich op dezelfde hoogte bevinden. Zie ook het thema Koppelingen. |
|
|
Jugendlexikon Eisenbahn. Günther Böhm, Eberhard Lorenz, Hartmut Renner. Transpress VEB Verlag für Verkehrswesen Berlin, 1986 (2. bearbeitete und ergänzte Auflage). ISBN 3344000551. Een wat saaie maar degelijke pocket-encyclopedie voor de jeugdige DDR-bewoner die alles van de spoorwegen wil weten, met nadruk op de Oost-Duitse DR. Hobbylexikon Eisenbahn. Erhard Born, Alfred Herold, Walter Trüb. Rowolt Taschenbuch Verlag GmbH, Hamburg 1980. (Oorspronkelijke uitgave "Lexikon für Eisenbahnfreunde", 1977.) ISBN 3499162628. Bestemd voor de West-Duitse spoorwegbelangstellende; ook wat aandacht voor de omliggende landen. |
|
|
Railway Dictionary. An A-Z of railway technology. Door Alan A. Jackson. Wordsworth Reference, 1997. ISBN 1853267503. Handig boekje waarin voornamelijk Engelse en Amerikaanse spoortermen, inclusief onofficieel jargon (railway slang), worden uitgelegd. Dat gebeurt niet altijd op een waardevrije manier, meer bepaald niet als het gaat om treinliefhebbers: Number cruncher. A fanatical type of rly enthusiast given to collecting or 'observing' locomotives and other vehicles and recording their numbers until all have been seen. The gear carried often includes binoculars, personal tape recorder and camera. The somewhat pointless obsession is in extreme cases carried over from childhood and adoloscence into middle and old age and is almost exclusively confined to males. |
|
|
Zwaar materieel op de sporen van de Lage Landen. Ad van den Dool Uitgeefprojecten (Krimpen aan de Lek) i.s.m. Strukton Railinfra, 2004. ISBN 9090189289. Met foto's van o.a. Nico Spilt. Het boek is ook verschenen in het Engels (Heavy equipment on the tracks in the Low Countries), Frans (Matériel lourd sur le réseau ferroviaire des Pays-Bas et de la Belgique) en Zweeds (Arbetsfordon i Holland och Belgien). Klik hier voor een uitgebreide beschrijving. |
|
Handboeken en voorschriften |
|
Van reizen en verkeer. Verkeerstechniek voor iedereen. Door C. van Zwijndrecht. Uitgegeven door Instituut Schoevers, Den Haag. In 1947, het jaar waarin dit boek verscheen, voorzag men dat het reizen voor zaken of genoegen snel weer op gang zou komen, en dat er een tekort aan werkkrachten zou ontstaan bij reisbureaus en informatiebureaus. In dit boek wordt inzicht geboden in de geschiedenis en de praktische aspecten van het vervoer per trein, schip en vliegtuig. |
|
|
Spoorwegaardrijkskunde. Deel I (Nederland). Uitgegeven door de opleidingsschool van den Dienst van Exploitatie der N.V. Nederlandsche Spoorwegen te Utrecht, 1943. Practische talengids voor spoorwegpersoneel. Samenstelling P. Rölkens. Uitgegeven door de opleidingsschool van de Dienst van het vervoer der N.V. Nederlandsche Spoorwegen te Utrecht, 1951. Viertalige gids (Nederlands, Frans, Duits, Engels), in het bijzonder bestemd voor medewerkers op de stations en de hoofdgebouwen. |
|
|
Materieelgidsen loc serie 1200, Mat '54 en Benelux. Met bedieningsvoorschriften en aanwijzingen voor het verhelpen van storingen. Uitg. Nederlandse Spoorwegen, 1994. Wie zo'n gids heeft bestudeerd, rijdt er zo mee weg! In 1999 heb ik deze gidsen voor een rijksdaalder per stuk gekocht in het Spoorwegmuseum. Tweedehands zijn ook andere gidsen te vinden. |
|
|
|
|
|
Instructie dieselelectrische één- en tweewagenstellen. N.V. Allan, Rotterdam 1954. Het officiële instructieboekje van de fabrikant van de Blauwe Engelen. Met bedieningsvoorschriften, aanwijzingen voor het verhelpen van storingen en veel schema's. Ook enkele foto's, zoals van de stuurstand. |
|
Knorr-Lambertsen-rem. Bijzonder Voorschrift No. 35, uitgegeven door de Dienst van Tractie en Materieel, 1940. De Knorr-Lambertsen-rem is toegepast op al het stroomlijnmaterieel. Het voornaamste verschil met de normale Knorr- of Westinghouse-rem is, dat er twee luchtleidingen worden gebruikt: de remleiding en de vulleiding. De rem is daardoor onuitputtelijk en biedt de mogelijkheid van trapsgewijs remmen en lossen. |
|
|
Kenmerken rollend materieel. Gidsje voor het bedienend personeel. Uitgave NS Reizigers, april 2001. Beschreven materieel: rijtuigen Plan W; Intercity-rijtuigen (ICR); trekduwrijtuigen Benelux; Belgische K4-rijtuigen; Koploper (ICM); Interregiomaterieel (IRM); Materieel '64 (Plan V en T); Sprinter (SGM); Railhopper (SM'90); Dubbeldekkermaterieel (DDM); Dubbeldekker Agglo-Regio (DD-AR, mDDM); DE3 (Plan U); Wadloper (DH); Buffel (DM'90); e-locs 1700 en 1800. |
|
Beveiliging en ongevallen |
|
Seinreglement 1934. Dienstreglement van de Nederlandsche Spoorwegen, geldig voor de hoofd- en de locaalspoorwegen. Klik hier voor de volledige inhoud. Als rangeerder in Hilversum moest mijn grootvader hier natuurlijk alles vanaf weten. Hij heeft nog enkele andere reglementen uit die periode nagelaten. |
|
|
Het seinwezen. Door Piet Bakker. Uit een serie van vier boekjes, omstreeks 1941 uitgegeven door de Nederlandsche Spoorwegen. Zie ook seinreglementen. |
|
|
Electrische treinen en seinen. C. v. Steenderen Jr. Uitgeversmaatschappij Diligentia, Amsterdam, ca. 1942. Met medewerking van de Nederlandsche Spoorwegen. Uit de serie "Topprestaties der techniek, voor vader en zoon." 1. Waarom electrische treinen? 2. Het gestroomlijnde electrische treinstel. 3. Electrische seinen. 4. Hoe gereden wordt. |
|
|
150 jaar seinen voor treinen. Door H.G. Hesselink. Uitg. Wyt, Rotterdam 1978. ISBN 9060075676. Met ruim 200 foto's en tekeningen uit de enorme collectie van H.G. Hesselink op het gebied van het seinwezen. Deel 6 van de serie Spoorwegen in Nederland. |
|
|
De beveiligingen bij de Nederlandse Spoorwegen. Uitgave Documentatiebureau NVBS. Dit is een gebundelde heruitgave van de seinwezennummers van Op de Rails uit 1965, 1969 en 1980, inclusief een aantal artikelen over dit onderwerp uit andere nummers van Op de Rails. Ook zijn er enkele niet eerder gepubliceerde correcties en aanvullingen opgenomen. Het overzicht loopt tot september 1991. |
|
|
Signale der Schweizer Bahnen. Zweite, neu bearbeutete Auflage. Door Rudolf W. Butz. Uitg. Orell Füssli Verlag Zürich, 1982. ISBN 3280013062. Beschrijving van de in Zwitserland gebruikte seinen, met veel foto's waarbij de auteur zoveel mogelijk de seinen laat zien zoals ze door de machinist worden waargenomen. Ook heeft hij met medewerking van seinhuiswachters seinbeelden kunnen fotograferen die in de praktijk zelden voorkomen. In Zwitserland komen nogal wat bijzondere omstandigheden voor, zoals gecombineerd smal- en normaalspoor, spoorlijnen die 's winters onder een pak sneeuw verdwijnen, tandradbanen, verschillende stroomsoorten op grensstations. Apart waren de armseinpalen met drie vleugels. Ook bijna verdwenen zijn de seinen op het perron, die met een eenvoudig melodietje aangeven in of uit welke richting een bepaalde trein rijdt. |
|
|
Stellwerke. Door Erich Preuß. Transpress Verlag, Stuttgart 2002. ISBN 3613711966. Over de techniek en de architectuur van Duitse seinhuizen. Mechanische, hydraulische, pneumatische, elektromagnetische en elektronische systemen. Zie ook het thema Seinhuizen. |
|
|
Treinramp. Door J.F.A.M. Entken. Uitgegeven door de Stichting IVIO. AO-reeks nummer 895. Het boekje verscheen op 17 januari 1962 naar aanleiding van de grote treinramp bij Harmelen op 8 januari van dat jaar. Over dat ongeluk zelf wordt weinig informatie gegeven; het onderzoek naar de oorzaken was nog maar net begonnen. De auteur, die een aantal jaren bij de afdeling Voorlichting van de NS heeft gewerkt, besteedt aandacht aan de maatregelen die NS heeft voorbereid voor het geval zich een keer een calamiteit voordoet. In het tweede deel van het dunne boekje wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken met betrekking tot de baanvak- en stationsbeveiliging. Aan het eind schrijft de auteur: "Er bestaan ook beveiligingssystemen, waarbij de trein automatisch begint te remmen, wanneer deze door een rood licht rijdt. In het buitenland wordt dit systeem toegepast; in ons land wil men er niet gaarne aan. Hierdoor wordt immers de persoonlijke verantwoording geheel uitgeschakeld!" Maar hier dacht de politiek toch anders over. De treinramp bij Harmelen is de belangrijkste aanleiding geweest om het Nederlandse spoorwegnet beter te beveiligen. Hierbij koos men niet voor een systeem zoals het Duitse Indusi, dat betrekkelijk snel zou kunnen worden ingevoerd. In plaats daarvan zou het nog tientallen jaren duren voordat vrijwel het hele net was beveiligd met ATB. Wat betreft de "persoonlijke verantwoording": die is inmiddels zo ver afgenomen dat de ATB is uitgebreid naar emplacementen, vanwege de dagelijkse STS-incidenten (STS = stoptonend sein). |
|
|
Ter nagedachtenis. Treinramp Harmelen, 8 januari 1962. Door Hans Fictoor. Uitgave in eigen beheer, 2008. ISBN 9789088345197. De vader van de auteur, Pieter Fictoor, was machinist bij de spoorwegen en is in 1962 bij de treinramp in Harmelen om het leven gekomen. Bij deze ramp zijn 93 mensen omgekomen en vielen 54 gewonden. Over deze treinramp hoor je zelden of nooit iets en daarom is deze ramp bij velen onbekend. Er staat een ‘landelijk monument spoorwegongevallen’ in Utrecht, echter zonder de namen van de slachtoffers. Hans Fictoor heeft dit boek geschreven ter nagedachtenis aan zijn vader en met hem alle slachtoffers van deze ramp. De namen van alle omgekomen mensen zijn als bijlage in het boek opgenomen. In het boek beschrijft hij de week, vanaf het ongeval tot en met de begrafenis, zoals die door het gezin is meegemaakt. Daar tussendoor wordt een beschrijving gegeven van zijn ouders en grootouders vanaf de oorlog, de loopbaan van zijn vader bij de spoorwegen en de gevolgen voor het gezin na de begrafenis. |
|
|
Spoorwegongevallen in Nederland, 1839-1993. Door R.T. Jongerius. Uitg. Schuyt & Co, Haarlem 1993. ISBN 9060973410. Deel 22 in de boekenreeks van de NVBS. Uit de flaptekst: "Dit boek gaat vooral over de technische kant van spoorwegongevallen. Welke fouten werden er gemaakt; waren er defecten aan materieel, baan of beveiligingsapparatuur? ... Soms zijn ongevallen het gevolg van slordigheid en nalatigheid." Het boek is niet compleet: verschillende spectaculaire ongevallen worden niet eens genoemd in de tabellen achterin het boek. De auteur heeft geselecteerd op ongevallen waarbij doden of gewonden zijn gevallen. Zie ook de thema's spoorwegongelukken en schadegevallen. |
|
|
Ongevallen op Nederlands spoor. Door Rob & Marcel van Ee. Uitg. De Alk, Alkmaar 1997. ISBN 9060130677. Vader en zoon Van Ee hebben vanaf 1970 een groot aantal spoorwegongevallen gefotografeerd, variërend van ernstige botsingen tot dienstauto's die over de perronrand zijn gekukeld. In het boek worden ook de achtergronden beschreven. Een apart hoofdstuk is gewijd aan de calamiteitenorganisatie bij de Nederlandse Spoorwegen. |
|
|
Naast het spoor. Door Rob Dragt. Uitg. Aprilis, 2005. ISBN 9059940865. Bij het transport over rails gebeurt ook 'naast' het spoor van alles. Treinen en trams raken defect, krijgen een aanrijding, ontsporen en worden beschadigd. Nieuwe en afgedankte locomotieven worden vaak over de weg getransporteerd met speciaal vervoer. Naast recente fotoreportages zijn ook foto's over dit onderwerp opgenomen van de afgelopen decennia, waardoor een goed beeld ontstaat van de technische ontwikkelingen van het transport en het hersporen van materieel. Meer over dit boek. |
|
|
Reddingsvoertuigen. Uit de serie "gouden boek" van Truckstar Magazine. Door Niels Jansen. Uitgeverij de Toorts, Haarlem. ISBN 9071492249. Overzicht van het rollend materieel dat bij de diverse hulpdiensten in gebruik is of is geweest. Voral die laatste voertuigen zijn vaak prachtig om te zien. |
|
|
Historische Eisenbahn-Katastrophen. Einde Unfallchronik von 1840 bis 1926. Door Bernhard Püschel. Uitg. Eisenbahn-Kurier, 1977. ISBN 3882558385. |
|
|
Die grössten Eisenbahnkatastrophen. Gondrom Verlag, Bindlach 1997. ISBN 3811215809. Tja, waarom koop je zo'n boek? Het lag sterk afgeprijsd in het winkeltje van het Spoorwegmuseum. |
|
|
Tangiwai Disaster and 30 other railway accidents in New Zealand. Door Graham Stewart. Willison & Horton, Auckland, 1972. Locomotief 949, een vertegenwoordiger van de Nieuw-Zeelandse KA Class, was op 24 december 1954 betrokken bij de Tangiwai Disaster. Toen de exprestrein van Wellington naar Auckland op de brug over de Whangaehu reed, werd deze brug plotseling weggeslagen door een enorme vloedgolf. Bij het ongeluk kwamen 151 mensen om het leven. |
|
|
The greatest disasters of the 20th century. Marshall Cavendish Publications, London 1975. ISBN 0856851353. Voor wie er niet genoeg van kan krijgen. Niet alleen de de Titanic (14 april 1912) en de Hindenburg, maar ook een paar grote spoorwegongevallen. Op het omslag een foto van de ramp met het luchtschip Hindenburg, dat op 6 mei 1937 tijdens de landing in de VS in brand vloog. Dit ongeluk betekende het einde van het Duitse avontuur met de Zeppelin. Frans Kruckenberg was aanvankelijk ook betrokken bij het ontwerp van luchtschepen, maar hij zag meer toekomst in snelle treinen omdat die niet van het weer afhankelijk waren. Zijn bekendste ontwerp is de Schienenzeppelin, een door een vliegtuigmotor aangedreven treinstel. |
|
|
Unfälle und Schadensfälle. Door Frans Kleindel. Uitg. Verlag Pospischil, Wien 1980. Deel 13 in de serie Bahn in Bild. Een collectie Oostenrijks spoorwegongelukken. Foto's met korte beschrijvingen, waarbij de auteur zelden iets vermeldt over eventuele slachtoffers. De trein staat dus centraal. |
|
|
Trams in Trouble. Door Brian Hinchliffe. Uitg. Pennine Publications Ltd, Sheffield 1990. ISBN 0946055076. Twee-assige dubbeldekkers, met een slechte wegligging en een hoog zwaartepunt. Fog, zodat de bestuurder niet kon zien waar hij reed. En dan lag er weer een tram op zijn kant. Maar er kwamen ook gewone botsingen en ontsporingen voor. Een stuk of zestig foto's uit de periode 1902-1945. |
|