Britse stoomlocomotieven


Gresley Pacifics

Class A4 Pacific 60011 "Empire of India" is op 27 juni 1962 op weg van Glasgow naar Aberdeen. Dit is de vroegere LNER 4490, een zusterloc van LNER 4468 "Mallard" (BR 60022) die het wereldsnelheidsrecord voor stoomlocomotieven op haar naam heeft staan. Vanaf 1935 zijn 34 van deze locs, een ontwerp van Sir Nigel Gresley, gebouwd. Hiervan zijn er zes bewaard gebleven. Ook te koop als model van Hornby. Foto M. Benn, collectie Nico Spilt.


London, Kings Cross, omstreeks 1960. Gestroomlijnde Class A4 Pacific 60010 "Dominion of Canada". Deze in 1937 gebouwde loc bevindt zich nu in het Canadian Railway Museum bij Montreal. Foto M. Benn, collectie Nico Spilt.
Website: www.sirnigelgresley.org.uk


York, National Railway Museum, 26 juni 2008. In 1938 legde loc 4468 van de LNER het officiële wereldrecord voor stoomlocomotieven op 126 miles/hour (202,7 km/uur). De loc droeg de naam Mallard (wilde eend). In het museum is ook de dynamometer car van de recordtrein bewaard gebleven. Dit meetrijtuig had een extra wiel dat men tijdens de rit op de rails kon laten zakken. Het snelheidsrecord stond eerder op naam van een Duitse loc uit de Baureihe 05.


Mallard and the A4 Class. Door David McIntosh. Uitg. Ian Allan, 2008. ISBN 9780711032972.

In 1938 legde loc 4468 van de LNER het officiële wereldrecord voor stoomlocomotieven op 126 miles/hour (202,7 km/uur). De loc droeg de naam Mallard (wilde eend). In dit boek wordt de geschiedenis beschreven van de serie waartoe de Mallard behoorde, met ruim aandacht voor de recordrit en de aanloop daartoe. De ontwerper, Nigel Gresley, had zich uitgebreid verdiept in de snelle Duitse dieseltreinen uit die tijd, maar kwam tot de conclusie dat een gestroomlijnde stoomloc met bijpassende rijtuigen een betere oplossing was.


Flying Scotsman

Tussen 1969 en 1973 bevond loc 4472 "Flying Scotsman" zich in de Verenigde Staten. Deze foto is omstreeks 1970 gemaakt in San Francisco. De loc is een in 1923 gebouwde A1 Pacific van de LNER, ontworpen door Gresley. Let op de in de VS verplichte schijnwerper, bel, koeienvanger en koppeling. De tweede tender was bedoeld om extra water te kunnen meenemen. In de normale dienst hadden deze locs maar één tender, die al rijdend kon worden gevuld via watertroggen tussen de rails. De tenders beschikten aanvankelijk ook over een doorloopmogelijkheid, om tussen London en Schotland van personeel te kunnen wisselen zonder te stoppen. Een bijzonderheid is dat de machinist op deze en andere locomotieven aanvankelijk rechts stond; pas na 1951 verhuisde de machinist naar de linkerkant. Loc 4472 heeft dienst gedaan tot 1963 en kwam daarna in particuliere handen. Het is de enige bewaard gebleven loc van dit type. Behalve de VS heeft ze ook Canada en Australië bezocht. Ze heeft daarbij een spoor van failliete eigenaren achter zich gelaten, maar is gelukkig zelf gespaard gebleven. Tegenwoordig bevindt de loc zich in het National Railway Museum in York.
Foto collectie Rob van der Rest.

Loc 4472 "Flying Scotsman" tijdens een afscheidsrit in april 1969 bij Arley & Fillongley, op weg van Birmingham naar Lincoln. Enkele maanden later zou de loc naar de Verenigde Staten gaan. Foto D.A. Swindell, collectie Nico Spilt.


Panorama 1970 nr. 28. De blinde Eric Dixon (66) bouwde een model van de Flying Scotsman met 10.376 lucifers.


Flying Scotsman ‘Memories of Steam’ Cuckoo Clock. Slechts £ 124.95 excl. verzendkosten.
Let op de speciale vorm van het rondrijdende treintje. Meer informatie.


York, National Railway Museum, 24 juni 2008. De trein die 's ochtends om klokslag 10 uur uit London King's Cross vertrekt naar Schotland, heet al decennia lang Flying Scotsman. Het materieel van vandaag heeft echter niets te maken met de roemruchte stoomlocs die tot in de jaren zestig langs de East Coast stormden. Een van deze locs heette eveneens Flying Scotsman. Tijdens ons bezoek was men deze loc aan het reviseren in de werkplaats van het museum. Dankzij de bijzondere tenders konden deze locomotieven lange afstanden afleggen zonder te stoppen. Via een smalle zijgang was de loc vanuit de trein bereikbaar, zodat halverwege de rit van personeel kon worden gewisseld. Onder de tender bevond zich een schoep waarmee water kon worden opgeschept vanuit tussen de rails geplaatste troggen.


Flying Scotsman. The People's Engine. Door Geoffrey Hughes. Uitg. Friends of the National Railway Museum, 2005. ISBN 0954668537. Dit boek gaat over loc LNER 4472 die de naam Flying Scotsman draagt. Er bestond en bestaat ook een trein die zo heet. Sinds 1862 vertrekt deze trein 's ochtends om 10.00 uur uit London King's Cross.


City of Truro

Utrecht, 14 juli 1989. Gezicht op het tijdelijke stoomlocdepot van NS 150. Links loc 3737 met daarachter DR 03 1010, in het midden de fraaie "City of Truro". Op de achtergrond de Utrechtse ongevallenkraan.


City of Truro. Main Line Centenarian. Door Michael Rutherford. Uitg. Friends of the National Railway Museum, 2003. ISBN 0954668502. De City of Truro was in 1904 de eerste stoomlocomotief die sneller dan 100 miles/hour reed.


Peppercorn Class A1 Pacifics


BR 60163 "Tornado"

Op 1 augustus 2008 is een nieuwe Britse stoomloc gepresenteerd: loc 60163 "Tornado". Het is een Class A1 Pacific, naar een ontwerp van Arthur Peppercorn. In 1948/49 is een serie van 49 locomotieven gebouwd, die tot in de jaren zestig dienst deden voor zware sneltreinen op de East Coast Main Line. Van deze serie is geen enkel exemplaar bewaard gebleven, wat voor Britse begrippen tamelijk bijzonder is. Maar dit probleem heeft men opgelost door een volledig nieuwe loc te bouwen. De enige aanpassing ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp is de verplichte beveiligingsinstallatie. De loc is geschilderd in de appelgroene LNER-kleur. Het geld, drie miljoen pond, is onder andere bijeengebracht door vrijwilligers die vanaf 1990 elke week de prijs van een pint bier afstonden. Treinfanaat Charles, Prince of Wales, heeft naar verluidt ook een miljoen bijgedragen. Websites www.nymr.co.uk en www.a1steam.com.


Goathland, North Yorkshire Moors Railway, 9 en 10 mei 2009. Loc 60163 "Tornado". Foto's Peter Meurs.


Grosmont, 1 mei 2009. Naamplaat van de Tornado. De loc is op 19 februari 2009 gedoopt door de Prince of Wales en de Duchess of Cornwall (a.k.a. Charles & Camilla). Foto Kees Wielemaker.


Doncaster Loco, 9 juli 1962. Loc 60113 "Great Northern". Dit is een door Gresley gebouwde Pacific uit 1922, die in 1945 grondig is verbouwd. Deze loc diende vervolgens als voorbeeld voor de 49 locs van de Peppercorn Class A1 Pacifics. Enkele maanden na het maken van deze foto ging de loc vanwege een beschadigde middencilinder uit dienst.
Foto M. Benn, collectie Nico Spilt.


Leeds, Copley Hill, 6 juni 1961. Peppercorn Class A1 Pacific 60122 "Curlew".
Foto M. Benn, collectie Nico Spilt.



BR 60532 "Blue Peter"

Perth, 10 september 1962. Peppercorn Class A2 Pacific 60532 "Blue Peter". Foto M. Benn, collectie Nico Spilt.

In 1994 raakte deze loc in de problemen. Op een filmpje is te zien dat de loc veel moeite heeft om een zware trein uit het station te trekken. Op een bepaald moment slaan de wielen door. De machinist, die geen ervaring had op deze loc, reageert hier verkeerd op. Ook is er vlak voor het vertrek te veel water in de ketel gedaan. Er ontstaat een proces waarbij de bemanning niet meer kan ingrijpen. De loc slaat volledig op hol. Omgerekend heeft de loc meer dan 220 km/uur gereden, alleen in bedwang gehouden door de zware trein. Pas toen de cilinders kapot gingen, kwam de loc weer tot rust. De machinist, die probeerde de loc tot stilstand te krijgen, werd ernstig gewond aan zijn armen. Het drijfwerk van de loc liep enorme schade op, maar de loc is inmiddels weer hersteld. Als de link naar dit filmpje het niet meer doet, zoek dan naar bluepeter1994.avi.



GWR Manor Class

Op 24 augustus 1988 hebben mijn ouders een rit gemaakt op de Paignton & Dartmouth Steam Railway bij Torquay. Op deze prentbriefkaart uit hun plakboek loc 7827 "Lydham Manor". Het is een loc uit de Manor Class van de Great Western Railway (GWR). In 1938-39 zijn hiervan twintig locomotieven gebouwd. In 1950, nadat de GWR was opgegaan in BR, zijn er nog eens tien locs gebouwd. Loc 7827 is uit deze tweede serie en droeg oorspronkelijk dus de BR-kleuren. Pas nadat ze uit actieve dienst was gegaan is ze in de GWR-kleuren geschilderd. Van deze fraaie tweecilinderlocs zijn negen exemplaren bewaard gebleven; hiervan waren er in 2008 vier dienstvaardig.


LMS Jubilee Class

"Leander" at Camden, from a painting by Alan Fearnley. Camden was the principal locomotive depot for steam trains out of Euston. 4-6-0 No. 5690 is a member of the famous Jubilee class introduced by Sir William Stanier. Withdrawn in 1962, it is now preserved and is normally on display at the Dinting Railway Centre, Glossop East Lancashire Railway.
Prentbriefkaart, collectie Nico Spilt.


Loc 4986 van de London Midland and Scottish Railway (LMS). Dit is een locomotief uit een vanaf 1927 gebouwde serie van 33 zogeheten Garrats. Ze werden gebruikt voor het trekken van zware goederentreinen. Een Garrett is een locomotief met twee drijfwerken, die onafhankelijk van de eigenlijke locomotief kunnen bewegen. Dit is een variant van de Mallet, waarbij het achterste drijfwerk vast verbonden is met de locomotief. Meer voorbeelden van gelede stoomlocomotieven. Foto F. Moore.


Stanier Black Five, Stanier Class 8F


Loc 45330 is met een reizigerstrein onderweg van Liverpool naar Southport. De foto is gemaakt in 1966. De loc is een "Black Five", een ontwerp van William Stanier uit 1934, gebouwd tot 1951. Naast de sporen is de derde rail zichtbaar van het 750 Volt-systeem van Merseyrail. Foto M. Benn, collectie Nico Spilt.


York, National Railway Museum, 24 juni 2008. Stanier Black Five nummer 5000. De loc staat in het deel van het museum dat is gewijd aan koninklijke treinen en draagt ook de headcode die bij dit soort treinen hoort: vier koplampen. Een dergelijk eenvoudig werkpaard zal echter nooit de eer hebben gehad om een koninklijke trein te trekken. Deze tweecilinderlocs, asopstelling 4-6-0, waren manusjes van alles: "do-anything go-anywhere". De naam "Black Five" hebben ze te danken aan hun kleur (zwart) en de power class waartoe de locs werden gerekend: 5 (op een schaal van 0 tot 9). Bij de LMS begon de nummering met loc 5000. Toen men bij nummer 5499 kwam, kon men vanwege een andere locserie niet verder. De volgende locs kregen daarom nummers onder de 5000. Bij BR kregen de LMS-locs een 4 voor het nummer. Zo ontstond de serie 44658-45499. Loc 45318 trok op 3 augustus 1968 de laatste reguliere stoomtrein van British Rail. Van de Black Five is de Standard Class 5 afgeleid, een nieuwbouwserie van BR uit de jaren vijftig. Dit waren de locs 73000-73171.


"Henry the Green Engine" door Rev. W. Awdry, illustraties door C. Reginald Dalby. Uitg. Heinemann, Londen 1951 (herdruk 1990). Dit is de oerversie van de verhalen over Thomas the Tank Engine. Henry zou na een ongeval in de verhalen zijn teruggekeerd als een Stanier Black Five, maar dan in groene uitvoering. Zie ook Wikipedia.


Stanier Class 8F

Loc 8000 van de London Midland and Scottish Railway (LMS). Dit is een Stanier Class 8F, waarvan er tussen 1935 en 1946 ruim 850 zijn gebouwd. Het is de goederentreinvariant van de Stanier Black Five. Tijdens de oorlog werd er een vereenvoudigde variant gebouwd in opdracht van het War Department. Hiervan heeft een deel ook in Nederland dienstgedaan (NS-serie 4300). Foto F. Moore.


Arnhem, kort na de oorlog. Een van het Britse War Department overgenomen stoomloc, serie 4300. Links machinist Jan Sletterink, met brede gouden band om zijn pet. De standplaats van de machinist op deze locs was links. Voor de korte periode dat de locs bij de NS dienst zouden doen is dat niet aangepast. De locs kregen bij NS een verlengde schoorsteen. Foto uit de collectie van de kleinzoon van de machinist, Jan Sletterink. Meer foto's.


March, 7 mei 1962. Loc 65589 (LNER class J17, een ontwerp van James Holden uit 1900). De loc bestaat niet meer, maar de nummerplaat die op de rookkastdeur heeft gezeten is in 2005 geveild voor 481 pond. Aan de schuin lopende stang (het ganghendel) is te zien dat de standplaats van de machinist rechts was, hoewel de treinen in Engeland links reden. Hoe zit het met het links of rechts rijden? Foto M. Benn, collectie Nico Spilt.


Spoor 1 (schaal 1:32, spoorwijdte 45 mm)

Jaap Oudes van het Spoor 1 Genootschap bracht in juni 2005 met zijn locomotieven een bezoek aan Engeland en zond mij een aantal foto's. Op de bovenste foto NS-loc 1735 met een sleep coupérijtuigen. Daaronder twee van de schitterende modellen, gebouwd door Engelse collega's van Jaap. Let ook op de levensechte spoorbaan, met bullhead-rails. Dit soort spoorstaven werd algemeen toegepast in Engeland. Pas na de Tweede Wereldoorlog is men daar ook overgestapt op de bekende Vignoles-rail. Het oorspronkelijke idee achter de bullhead rails was dat men dacht de rails twee keer te kunnen gebruiken: nadat de bovenkant was versleten zouden de rails kunnen worden omgekeerd. In de praktijk werkte dit niet: de rails bleken namelijk aan de onderkant vlakke kanten te krijgen op de plaatsen waar ze op de dwarsliggers waren bevestigd. Er zijn bij dit type forse railschoenen nodig, waar de rails met houten of stalen wiggen in worden vastgeklemd. Het voordeel van de Vignoles-rails is dat die aan de onderkant plat zijn, zodat ze eenvoudig op de dwarsliggers kunnen worden vastgemaakt. Vroeger ging dat gewoon met grote spijkers, maar tegenwoordig zijn er allerlei uitgebreidere bevestigingsconstructies.


Zie ook:




vorige       start       omhoog