Stoomloc DR 18 201 (voorheen 61 002)Deze loc is samengesteld uit drie andere locomotieven. De basis wordt gevormd door de in 1939 gebouwde 2'C3' sneltreintenderloc 61 002. Deze loc deed samen met een andere gestroomlijnde tenderloc dienst met de Henschel-Wegmann-Zug tussen Berlijn en Dresden. In 1961 werd de loc omgebouwd, gebruik makend van onderdelen van loc 45 024 en een ketel van de Baureihe 22. De loc kreeg het nummer 18 201, later 02 0201. Ze is alleen voor testdoeleinden gebruikt: het was de enige loc van de DDR die 180 km/uur kon rijden, zodat ze voor de export bestemde rijtuigen kon testen. Een jaar eerder, in 1960, ontstond in Oost-Duitsland een andere proeflocomotief, de 18 314. Deze was gebaseerd op een Badische IVh, die net als de 18 201 is voorzien van een ketel van Baureihe 22. Ook de 18 314 is gedeeltelijk gestroomlijnd. Hieronder ook kort aandacht voor de Baureihe 62. |
|
|
|
|
Hierboven: Kesteren, 4 oktober 1991. Loc 18 201 (met extra tender) met de NVBS-jubileumexpres. Hieronder: tussenstop in Amersfoort. Laatste twee foto's: Amsterdam CS en Amsterdam Muiderpoort, 6 oktober 1991. Loc 18 201 met een pendeltrein naar de Watergraafsmeer en bij de terugkeer naar Duitsland. Klik hier voor meer foto's van het NVBS-jubileum 1991. |
|
|
|
|
|
|
|
Fabrieksfoto van loc 61 002, in 1939 gebouwd door Henschel. Op basis van deze loc is later de 18 201 gebouwd. Haar zusterloc was de 61 001. Deze had asopstelling 2'C2' in plaats van 2'C3' en had twee in plaats van drie cilinders. Deze loc heeft, zonder stroomlijnbekleding, tot 1951 dienst gedaan bij de DB en is in 1957 gesloopt.
De twee stroomlijnlocs waren bestemd voor de Henschel-Wegmann-Zug, die een snelle dienst onderhield tussen Berlijn en Dresden. Deze trein was gebouwd als reactie op de succesvolle dieseltreinstellen uit die tijd, zoals de Fliegende Hamburger. De gestroomlijnde tenderlocs konden zowel voor- als achteruit 175 km/uur rijden. De rijtuigen waren gebouwd door Wegmann. Zowel de stoomlocs als de buitenste rijtuigen waren voorzien van Scharfenbergkoppelingen. De rijtuigen onderling waren kortgekoppeld. Na de oorlog hebben de vier rijtuigen dienst gedaan in de F-Zug "Blauer Enzian". Drie van deze rijtuigen waren op 9 april 2004 in Ede-Wageningen te zien, achter een door V200 116 getrokken trein. Het achterste rijtuig is een "Kanzelwagen". |
|
|
|
Door Uitgeverij Atlas uitgegeven HO-modellen van loc 61 002 en 18 201. |
|
Der zweite „Typisierungsplan“ der noch jungen Deutschen Reichsbahn sah u.a. den Bau einer 2’C2’-Personenzug-Tenderlokomotive der Baureihe 62 mit dem Gattungszeichen Pt 37.20 vor. Sie sollte Schnell- und Personenzüge auf kurzen Strecken befördern können, auf denen der Einsatz von Schlepptenderlokomotiven unwirtschaftlich war. Henschel in Kassel baute 1928 insgesamt 15 dieser ausgesprochen formschönen Lokomotiven, die die Reichsbahn größtenteils erst später abnahm und in den Direktionen Wuppertal (Bw Düsseldorf-Abstellbf), Stettin (Bw Sassnitz) und Erfurt (Bw Meiningen) einsetzte. Die nach Kriegsende bei der späteren Deutschen Bundesbahn verbliebenen sieben Lokomotiven wurden bis 1956 ausgemustert, während die acht DR-Maschinen bis 1970 in zahlreichen Bahnbetriebswerken eingesetzt wurden. Band 41 in der Reihe „Eisenbahn-Bildarchiv“ zeigt zahlreiche und teilweise auch bisher unbekannte Aufnahmen aus allen Einsatzepochen. Ein weiteres Kapitel widmet sich der DR-Museumslokomotive 62 015, die von 1975 bis 1996 betriebsfähig vor unzähligen Sonderzügen in vielen Teilen Deutschlands im Einsatz stand. Lokporträt Baureihe 62. Thomas Frister, Hansjürgen Wenzel. EK-Verlag 2009. ISBN 9783882553802. |
Zie ook: