Baureihe 39 (P10)
Gedeeltelijk omgebouwd tot Baureihe 22.
De Pruisische serie P10 wordt beschouwd als voorloper van de Einheitslokomotiven van de Duitse
spoorwegen. Deze driecilinder 1'D1'-personentreinlocomotieven werden wel "Mittelgebirgskönigin" genoemd, maar het
locpersoneel stond daar genuanceerd tegenover: dat sprak liever van "Kohlenfresser". Op thermisch gebied was deze
van een Belpaire-vuurkist voorziene machine niet erg geslaagd. Toch hebben de locs tientallen jaren hun diensten bewezen
voor personen- en sneltreinen op heuvelachtige trajecten.
Tussen 1922 en 1927 werden er 260 gebouwd. Bij de DB ging de laatste loc in 1967 uit dienst. In Oost-Duitsland zijn
na de oorlog 85 machines omgebouwd tot de serie 22. Deze kregen een nieuwe ketel, een nieuw machinistenhuis en een
nieuwe tender. In feite ontstond daarmee de geplande Einheitslocomotive die er vanwege de Tweede Wereldoorlog nooit
is gekomen. Na 1969 zijn de overgebleven locs van de serie 22 hernummerd in de serie 39.1.
Voor het museum van de DB is loc 39 230 bewaard gebleven, in rolvaardige (niet dienstvaardige) toestand. Loc 39 184
is in 1960 teruggegaan naar de fabriek waar ze in 1924 is gebouwd: Linke-Hofmann. Ze is ondergebracht in het
fabrieksmuseum te Salzgitter.
Rechtsboven: fabrieksfoto van loc 39 117 (repro uit Hanomag Nachrichten, november 1924). Deze loc is voorzien
van een “Photoanstrich”. Voor het maken van fabrieksfoto's werden locomotieven
met grijze kalk geschilderd, waardoor alle details goed uitkwamen op de (zwart/wit) foto. In de gewone dienst
spoelde de kalklaag er weer snel af.
|