|
Wandeltocht Bilthoven-Driebergen, 17 km
|
Over het gebiedDe Utrechtse Heuvelrug was, evenals het naburige Gooi, ooit een streek van arme boeren en bosbouwers die zich met huisnijverheid wat extra inkomsten konden verwerven. Hoewel deze streek tussen een aantal belangrijke kernen lag - Amsterdam, Utrecht, Amersfoort - was de invloed van buitenaf minimaal. Hierin kwam pas verandering aan het eind van de achttiende eeuw. De ontwikkeling van een plaats als Zeist is illustratief in dat opzicht. Zeist is een dorp van middeleeuwse oorsprong. Het had tot in de achttiende eeuw weinig betekenis, al gaf het monumentale slot de plaats wel enig cachet. Rondom het slot verrezen in de achttiende eeuw de monumentale gebouwen van het klooster van de Hernhutters, de Moravische Broederschap die in eigen land vervolgd werd. De komst van de Hernhutters bracht enige bedrijvigheid: zij waren niet alleen een biddend, maar ook een werkend slag mensen, en stichtten bedrijfjes, onder andere voor metaalbewerking. Bovendien stichtten vele rijkelui, onder invloed van het toen levende arcadische ideaal, een fraaie buitenplaats langs de straatweg Utrecht-Rhenen. De "Stichtse Lustwarande" breidde zich steeds meer uit, totdat de hele straatweg één aaneenschakeling van schitterende buitenplaatsen was. De ene in middeleeuwse stijl, de andere als een suikertaart, weer een andere in strengclassicistische stijl. De komst van al deze rijken betekende geld in het laatje voor de plaatselijke middenstanders en ambachtslieden. Er kwam verzorgende industrie op; er kwamen metaalbedrijven, een gasfabriek en wasserijen. De Nederlandse Centraalspoorweg Maatschappij, die o.a. sinds 1863 de lijn Amersfoort-Utrecht exploiteerde, zag dat het de moeite waard kon zijn een spoorlijn aan te leggen naar deze snel groeiende plaats. De lijnen Utrecht-Arnersfoort en Utrecht-Arnhem liepen net buiten Zeist om, zodat de inwoners lange tijd op paardetramverbindingen waren aangewezen. Daarom werd in 1901 door de NCSM een zijtak Bilthoven-Zeist aangelegd - rijkelijk laat, maar het grote villapark ten oosten van Zeist werd daardoor eindelijk goed bereikbaar. En men hoopte dat deze nieuwe lijn aanleiding zou geven tot de stichting van nog meer villaparken. Die kwamen er ook, maar toch is de lijn nooit een groot succes geworden. De omweg over Bilthoven werd te groot gevonden. De tramlijnen naar Utrecht liepen wél min of meer langs de kortste weg; door de electrifïcatie enkele jaren later verbeterde de dienstverlening van de trams sterk. Uiteindelijk legde de spoorweg het loodje. Door de bossen en heuvels loopt nu nog een fraai pad, met nog twee stationsgebouwen. Heel anders is de geschiedenis van het uiterst curieuze Bornia-lijntje. Op het landgoed Bornia, eigendom van een gelijknamige Friese familie, werd rond 1900 een compleet smalspoornet aangelegd, met wagonloods en tal van stopplaatsen bij mooie punten, zoals de dromerige vijver midden in het bos. Enkele perronnetjes herinneren nog aan deze spoorweg die alleen diende voor de afvoer van hout. Tekst: Alexander Artz, 2000 |
Toeristische tips
|
|
|
RoutebeschrijvingTekst Alexander Artz, in cursief opmerkingen van Nico Spilt.
Het spoorviaduct "het oude spoor" over de A28 is in praktijk nooit gebruikt als zodanig. Ooit bedoeld voor de spoorlijn Bilthoven-Zeist, die al buiten gebruik was toen het viaduct werd aangelegd. Volgens het boek 'Geheim Landschap' is het viaduct uitsluitend gebouwd om een geheime defensiepijpleiding over de snelweg te dragen. Die leiding, naar Vliegbasis Soesterberg, lag er al toen de snelweg kwam. En om naar het publiek toe uit te leggen waarom er een viaduct kwam, heeft men het verhaal verzonnen van de spoorbrug. Bron: www.nuttelozewerken.nl
|
Foto's en fietsverslag
|
|
|
Een station in het bos. Of toch niet?(...) Het is een geslaagd idee, wandelen langs voormalige spoorlijnen. De rails liggen er allang niet meer, maar sommige lijnen bestaan voort als een soort onzichtbare gangen. Het resultaat voor de wandelaar zijn ongebruikelijk ruime, ongewoon rechte paden en weggetjes, zelfs in het bos kun je honderden meters ver kijken. (...) Ik denk me in hoe het honderd jaar geleden was, aan zo’n enkele spoorlijn waar iedere paar uur een trein tussen de beuken en de dennen voorbij tsjoekte, met een stoomfluit die de eksters overstemde en pompende wielen die de struiken opzij woeien. (...) Hier en daar laten zich bemoste restanten van perronnetjes onderscheiden en ook enkele voormalige stations zijn herkenbaar. Slanke, dreigende gebouwen, mooie locaties voor een griezelfilm op niveau. De mooiste is het voormalig station Bosch en Duin. Het ligt afgelegen deftig te zijn tussen de hoge rechte bomen, met witte muren en wimpers van lindegroen-geglazuurde tegelpatronen boven de hoge vensters. (...) Joyce Roodnat in NRC Handelsblad, 2 februari 2002. Zij maakte de wandeling uit het boekje van Alexander Artz. |
|
|
|
|
|
|
Zeist, 4 januari 2007. De spoorlijn uit Bilthoven eindigde bij station Zeist. Hiervandaan vertrokken ook de trams naar Utrecht en naar Driebergen en verder. Alleen de namen van twee parkeergarages herinneren nog aan dit railverleden. Het emplacement aan de Slotlaan heeft plaatsgemaakt voor een busstation. |
|
Zie ook: |