Van Gend & Loos en ATO

En laadkistenvervoer door de NS.


Hilversum, 1944. Groepsfoto van het Hilversumse personeel van N.V. ATO Van Gend & Loos. De paarden, belangrijke werknemers in die tijd, mochten ook op de foto. Foto collectie E. van Barneveld.


 

Hilversum, 5 december 1968. Drieassige goederenwagen 4263 met conducteursruimte; blijkens een opschrift is deze wagen ooit gebruikt voor rijwielvervoer. Op de wagen staat een wit kruis, wat betekent dat ze voor de sloop bestemd is. Maar op 15 april 1972 stond de wagen nog steeds voor de loods van Van Gend & Loos.


Hilversum, 5 december 1968. Van Gend & Loos-wagen, type Gls, nummer 208413301150. Deze wagens waren op afstand herkenbaar aan de gele banden op de hoeken. Ze werden dan ook wel "geelbanders" genoemd.


 

Hilversum, 13 juli 1972. Loc 1010 is in het laatste avondlicht onderweg met een Van Gend & Loos-trein van Amersfoort naar Amsterdam.


   

Hilversum, 15 april 1972 en 16 februari 1974. Het terrein van Van Gend & Loos.


 

In 1990 werd het station van Hilversum gesloopt. De loods van Van Gend & Loos mocht nog even blijven staan, maar is later ook verdwenen. Eerste foto Theo van Woerkom. De tweede foto is gemaakt op 13 september 1990.


Spoorwegmuseum, 14 juli 2005. Een Chevrolet uitgevoerd als vrachtwagen van Van Gend & Loos en ATO. Met dit soort auto's, maar ook met paard en wagen, werden goederen vanaf het station thuisbezorgd. Deze vrachtauto is gekocht in de Verenigde Staten en is door het museum aangepast. Er moet nog een huif op komen. Het kenteken is van de provincie Utrecht. Tot 1951 werd de afgifte en registratie van de voertuigdocumenten verzorgd door Gedeputeerde Staten van de provincies. De nummerbewijzen waren persoonsgebonden en werden voor het leven verstrekt. Elke provincie had een of twee vaste letters, gevolgd door maximaal vijf cijfers: A = Groningen, G of GZ = Noord-Holland, B = Friesland, H of HZ = Zuid-Holland, D = Drenthe, E = Overijssel, K = Zeeland, M = Gelderland, N = Noord-Brabant, L = Utrecht, P = Limburg, R = Departementen. (bron www.rdw.nl)



Laadkisten en laadvloeren

Uit: Spoorwegtechniek, het rollend materieel. Uitgegeven door de opleidingsschool van de Dienst van Exploitatie, 1943.

In het goederenvervoer per spoor was tot voor een aantal jaren een lacune, welke de concurrentiestrijd tegen de vrachtauto zeer moeilijk maakte: het gemis van de mogelijkheid, goederen van enige omvang van huis tot huis te vervoeren. Er is toen gezocht naar een oplossing van dit probleem en deze is tenslotte gevonden in de laadkist.

Laadkisten bestonden reeds en werden ook wel vervoerd per spoor, per vrachtauto en per schip. De bijzonderheid bij het laadkistentransport, dat enige jaren geleden zijn intrede bij de Nederlandsche Spoorwegen deed, bestaat in de wijze van verplaatsen der laadkisten van de spoorwagen op de auto op de begane grond.

Hiervoor zijn speciale opleggers geconstrueerd. de z.g. DAF-lossers. die van een hydraulisch werkende, door de motor aangedreven installatie voorzien zijn, door welke bovengenoemde manipulaties verricht worden.

In fig. 104 zien we een laadkistenwagen met laadkisten. De wagen is, zoals reeds opgemerkt, een platte wagen, voorzien van dwarsgoten, voor geleiding van de wielen der laadkisten en van spanbouten met een haak, welke in een oog aan de laadkisten geslagen wordt.

Op deze wijze wordt de kist aan vier hoeken bevestigd op de wagen. De spanbouten moeten stevig aangedraaid worden, waartoe ze voorzien zijn van grote vleugelmoeren. Als extra beveiliging worden nog kruisstangen aangebracht, zoals op de figuur duidelijk te zien is.

Wil men de kisten van de wagen op de auto Iaden, dan wordt deze dwars voor de spoorwagen gereden.

Op het chassis van de auto is een baantje voor de kisten met een uitschuifbaar gedeelte bevestigd. Dit wordt vastgelegd op speciaal hiervoor aan de spoorwagen bevestigde stoeltjes en de kist wordt door een trekstang van de spoorwagen op de auto getrokken, zie fig. 105a.

In fig. 105b zien we de kist op de auto. Het afladen van de auto geschiedt door het baantje achterover te draaien en de kist naar beneden te laten rijden, daarbij vastgehouden door de trekstang, zie fig. 105c.

Alle bewegingen geschieden hydraulisch. Ze kunnen vanzelfsprekend in elk wi1lkeurige volgorde en richting worden uitgevoerd.

Alleen het laden van laadkisten van de begane grond op de spoorwagen en omgekeerd moet geschieden via de auto, of geheel afzonderlijk met een hijskraan. Daartoe zijn de nieuwere laadkisten voorzien van hijsogen.

En nu de laadkist zelf. Er zijn drie typen:

1. De kleine gesloten laadkist, met een inhoud van 1,5 m³. De afmetingen zijn ongeveer: lengte 1,5 m, breedte 1 m, hoogte 1 m, volgens fig. 106. Het draagvermogen is 1000 kg. Deze zijn voorzien van een bovenklep en een klep aan een der zijwanden.

Er is nog een type, met hetzelfde draagvermogen en onbetekenend kleine afwijkingen van het in fig. 106 voorgestelde.

Deze laadkisten rijden op wielen, maar kunnen opgezet worden door middel van de in de tekening zichtbare hefboom. In de getekende stand is de kist opgezet, d.w.z. de wielen raken de grond niet, maar de kist rust op 4 speciale poten, welke van groeven voor zien zijn, ten gevolge waarvan de kist onwrikbaar vast staat. Door de hefboom naar links te bewegen, laat men de kist op zijn wielen zakken.

2. De grote gesloten laadkist, volgens fig. 107, met een lengte van ± 3 m, een breedte van ± 2 m en een hoogte van ± 2 m. De inhoud dezer kisten is 12 m³, het draagvermogen 5000 kg.

Deze zijn aan elk der kopwanden voorzien van twee draaideuren bovenin en een klep onderin. De balk, welke de afscheiding vormt tussen deuren en klep, kan uitgenomen worden. De balk dient voor bescherming van deuren en klep. Een aantal van deze kisten is voorzien van isolatie tegen instraling van de zonnewarmte.

3. De open laadkist, volgens fig. 108, heeft een inhoud van 7,6 m³ en een draagvermogen van 5000 kg.

Deze is voorzien van kleppen in de kopwanden voor het uitstorten van massagoed. Het uitstorten kan op zeer eenvoudige wijze plaats vinden door de kist op de auto sterk hellend te plaatsen volgens fig. 109, op dezelfde wijze als de kolenwagen op de kolentip.

We kunnen een parallel trekken tussen het vervoer met goederenwagens voor algemeen gebruik en dat met laadkisten.

Vinden we bij het goederenmaterieel als de drie hoofdtypen de gesloten, de open en de platte wagen, bij de laadkisten tekent zich hetzelfde beeld af. Men is begonnen met gesloten kisten, daarna zijn de open kisten verschenen, welke de naam kist eigenlijk niet meer mogen dragen. En onlangs deed de platte laadvloer zijn intrede, volgens fig. 110. Deze dient voor het vervoer van goederen, welke op de vloer gezet worden.

De laadvloeren worden op de laadvloerwagens geplaatst. Dit is een soort bufferinstallatie tussen de vrachtgoederenloods en de besteldienst.

Mogelijk zal de toekomst ons nog laadketels brengen voor het vervoer van beperkte hoeveelheden vloeistoffen van huis tot huis.

Een bijzonderheid van het laadkistentransport is nog, dat het vervoer per auto, zoals bekend, door een dochteronderneming der Neder1andsche Spoorwegen. de A.T.O., verzorgd wordt.


Trekker met autolaadkist. DAF maakte voor de Nederlandse en Belgische Spoorwegen de DAF-losser (1936) voor het huis-aan-huistransport van laadkisten, een voorbode van het huidige containervervoer. DAF bouwde destijds nog geen trekkers; er werd gebruik gemaakt voor trekkers die door Ford Amsterdam waren gebouwd. Foto uit het jubileumorgaan van de Bond van Ambtenaren in dienst bij de Nederlandsche Spoorwegen, 20 september 1939.


Laadkisten op het terrein van Van Gend & Loos in Hilversum. Foto gemaakt op 20 oktober 2007
op de baan van de Modelbouw Vereniging Hilversum.


Utrecht, Spoorwegmuseum, 8 mei 2008. Laadkisttransport door de NS. Het kenteken is van de provincie Utrecht.


 

De NS namen in 1965 een proef met het transport van spoorwagons over de weg. Hier verlaat een DAF 2000 met een op een SEAG-treinwagoncarrier geladen spoorwagon het straatspoor bij het station Eindhoven, op weg naar de Philips-vestiging in Veldhoven. Illustraties uit het boek DAF 2000 DO.


Verkehrsmuseum Nürnberg, 16 augustus 2005. Model van een ketelwagen (benzine) met remmershuisje.
De wagen wordt op rubberbanden over de weg vervoerd.


Advertentie in Spits, 26 mei 2005. Van Gend & Loos is inmiddels opgegaan in DHL, een dochter van Deutsche Post. Het bedrijf verloochent zijn afkomst niet: "Als u de naam DHL hoort, denkt u vast meteen aan wereldwijd verzenden. Dat is niet zo gek, want DHL is 's werelds grootste dienstverlener op het gebied van expresvervoer en logistiek. Maar wist u dat DHL alleen al binnen Nederland zo'n 150.000 zendingen per dag verzorgt? Voor 20.000 klanten?
U ziet dat DHL niet alleen de weg kent in het buitenland, maar ook in ons eigen land. Mede dankzij de ruim twee eeuwen ervaring van Van Gend & Loos dat inmiddels onderdeel is van DHL. Wilt u profiteren van die ervaring en professionaliteit, dan belt u met 0800-0552 of kijkt u op www.dhl.nl".


Per ATO en spoor. 20 jaar omstreden autobushistorie. Door Jan Erik Grunveld. Uitg. Matrijs, Utrecht 1987. ISBN 9070482533. Dit boek gaat in op de ontwikkeling van het streekvervoer in de jaren 1927-1948. De spoorwegen ondervonden in die jaren heftige concurrentie van de honderden meestal kleine busondernemingen. Het antwoord van de NS was het oprichten - in 1927 - van een eigen busdochter: de Algemene Transport Onderneming, die tot taak kreeg zoveel mogelijke particuliere vervoersondernemingen op te kopen.



Zie ook:

Websites:


vorige       home       omhoog