|
Nicolas de speld. In 2003 in Engeland |
|
|
Ladies. Replica van een emaille bordje, |
|
|
Ceramic Pomander filled with Perfumed Flowers met daarop Battle of Britain class 34051 "Winston Churchill". Dit is een loc uit een serie die tussen 1945 en 1950 is gebouwd voor de Southern Railway, ontworpen door Bulleid. De serie bestond uit 110 stuks, die een naam hadden die verwees naar de Tweede Wereldoorlog ("Battle of Britain") of de naam van een vakantieoord in het westen van Engeland ("West Country Pacifics"). Tussen 1957 en 1961 werden 55 locs aangepast, waarbij ze hun stroomlijnbeplating verloren. De eerste loc werd in 1963 gesloopt. Er zijn verschillende Bulleid Pacifics bewaard gebleven. |
|
|
Button van de Lakeside & Haverthwaite Railway (L&HR). De locomotief is een Fairburn 2-6-4T van de LMS (London, Midland & Scottish Railway), waarvan er door de LMS en BR tussen 1945 en 1951 honderden zijn gebouwd. In 1961 werd de eerste gesloopt. De twee overgebleven exemplaren rijden bij de L&HR. |
|
|
|
|
Een Atlantic van de LNER passeert de Princes Street Gardens in Edinburgh, circa 1930. Dit is een loc (type C11) van de vroegere North British Railway (NBR), die tijdens de grouping van 1923 is opgegaan in de LNER. De loc is 9877 "Liddlesdale" (gebouwd 1906, gesloopt 1936). De trein is de "Queen of Scots Pullman" die reed tussen Glasgow en London. Illustratie op metalen plaatje naar een foto van G.R. Griggs. |
|
|
|
Deze verjaarskaart kreeg ik van mijn moeder toen ik 50 werd. Een fraaie tekening van BR-loc 46229 "Duchess of Hamilton", een Pacific van de "Duchess" class van de LMS. Zie beschrijving hierboven.
|
|
|
|
Zes gummetjes, made in Taiwan, met beroemde Engelse stoomlocomotieven. |
|
|
|
Isle of Man Railway Company. Loc 4 "Loch", gebouwd in 1874 door Beyer, Peacock & Co. Fabrieksnummer 1416. Asopstelling 1B, spoorwijdte 900 mm. Prentbriefkaart geschonken door Nationaal Baggermuseum, Sliedrecht. |
Kijk voor meer in mijn boekenkast.
|
How to photograph Trains. Door J.D. Mills. Uitg. Fountain Press, London 1957. Prachtig boekje met aanwijzingen voor het fotograferen van treinen: welke camera's, films, filters zijn het meest geschikt, hoe zet je een stoomtrein het mooist op de foto, en waar kun je in Engeland de beste treinenfoto's maken? Met uiteraard fraaie foto's, bijvoorbeeld van een locomotief die tijdens de rit water neemt vanuit een tussen de rails gemonteerde trog. Dankzij de voor die tijd zeer moderne kleinbeeldcamera kon de fotograaf van deze trein wel drie actiefoto's maken. |
|
|
The Pocket Encyclopaedia of British Steam Locomotives. Blandford Press, London 1973 (4e druk, de 1e druk verscheen in 1964). ISBN 0713703504. Prachtige tekeningen van de hand van Clifford en Wendy Meadway, en ter zake doende beschrijvingen door O.S. Nock. |
|
|
Locomotives of British Railways. Door H.C. Casserley en L.L. Asher. Spring Books, London 1965 (eerste druk 1961). De meer dan 700 zwartwitfoto's zijn bijna allemaal gemaakt door H.C. Casserley. In 1948 werden de vier spoorwegmaatschappijen in Groot-Brittannië genationaliseerd. Ze gingen op in British Railways. De vier maatschappijen, ook wel aangeduid als The Big Four, waren Great Western Railway (GWR), Southern Railway (SR), London, Midland & Scottish Railway (LMS) en London & North Eastern Railway (LNER). Deze vier maatschappijen waren in 1923 ontstaan tijdens de grouping van een groot aantal kleinere spoorwegmaatschappijen. Bij de nationalisatie in 1948 waren meer dan 20.000 stoomlocomotieven betrokken, verdeeld over honderden classes. Voor deze locs werd een nummerschema ontworpen, waarbij de oorspronkelijke nummers zoveel mogelijk herkenbaar bleven. Dit deed men eenvoudig door er cijfers voor te zetten. De locs van de SR werden genummerd vanaf 30000. De locs van LMS werden genummerd in de series 40000 en 50000, waarbij een grote groep oudere locs werd ondergebracht in de serie 58000. De LNER-locs, die in 1946 nog in een volledig nieuw nummerschema waren ondergebracht, kregen 60000 bij het locnummer opgeteld. De locs van GWR behielden hun nummers (onder de 10000). Deze keuze had te maken met het feit dat de GWR als enige koperen locnummerplaten gebruikte. De andere maatschappijen werkten met geschilderde nummers, die eenvoudig te veranderen waren. Diesellocomotieven kregen nummers vanaf 10000, elektrische locomotieven vanaf 20000. Typisch Engels is het om de eerste loc van een serie het volgnummer 0 te geven, bijvoorbeeld de serie 27000-27006, bij de NS genummerd vanaf 1501. Na 1948 heeft British Rail zelf ook nog stoomlocomotieven gebouwd. Voor een deel als vervolg op bestaande series, maar ook nieuwe ontwerpen. Deze werden genummerd vanaf 70000. In Groot-Brittannië heerste in 1948 nog de stoomlocomotief, maar in 1968 was het afgelopen. Dit terwijl in maart 1960 de laatste nieuwe stoomlocomotief in dienst was gesteld. Deze loc, nummer 92220, kreeg de toepasselijke naam Evening Star. |
Een Stanier Class 5. Dit is een ontwerp van de LMS uit 1934; tot 1951 heeft BR nog locs van dit type gebouwd. De serie bestond uit 842 machines, met diverse onderlinge verschillen. |
|
Mallard and the A4 Class. Door David McIntosh. Uitg. Ian Allan, 2008. ISBN 9780711032972. In 1938 legde loc 4468 van de LNER het officiële wereldrecord voor stoomlocomotieven op 126 miles/hour (202,7 km/uur). De loc droeg de naam Mallard (wilde eend). In dit boek wordt de geschiedenis beschreven van de serie waartoe de Mallard behoorde, met ruim aandacht voor de recordrit en de aanloop daartoe. De ontwerper, Nigel Gresley, had zich uitgebreid verdiept in de snelle Duitse dieseltreinen uit die tijd, maar kwam tot de conclusie dat een gestroomlijnde stoomloc met bijpassende rijtuigen een betere oplossing was. |
|
|
Salute to the LNER. Door G. Freeman Allen. Uitg. Ian Allan Ltd, London 1977. ISBN 0711007896. De London & North Eastern was een van de vier grote Britse spoorwegmaatschappijen, voordat deze werden gefuseerd tot British Rail. De LNER was op haar beurt voortgekomen uit verschillende andere spoorwegmaatschappijen, zoals de North Eastern Railway, Stockton & Darlington, Great Northern Railway, Great Eastern Railway en Great Central Railway. Het hoogtepunt van de LNER lag in de jaren 30 van de vorige eeuw, toen door Gresley gebouwde Pacifics treinen trokken als de Flying Scotsman, de Silver Jubilee en de Coronation Scot. Hiermee beconcurreerde de LNER de London, Midland & Scottish Railway (LMS), die via een meer westelijke route verbindingen onderhield tussen Londen en Schotland. |
|
|
Die schnellsten Züge.. Door Jane Collins. Umschau Verlag, 1979. ISBN 3524810012. Dun boek, maar alle hogesnelheidstreinen staan er allemaal wel zo'n beetje in. Op het omslag een Class 253-treinstel van British Rail, de Intercity 125 uit 1976. |
|
|
Build your own Steam Locomotive. Ontwerp van Graham Osborn. Uitg. Parragon, Bath 2002. ISBN 0752576526. Kartonnen bouwplaat van LNER 4472 "Flying Scotsman". Ik ga daar niet aan beginnen, maar wie de bouwplaat maakt houdt - behalve het model zelf - een boekje over met wat algemene wetenswaardigheden over spoorwegen en stoomtreinen. |
|
|
Electricity in transport. Over sixty year's experience, 1883-1950. Uitgegeven door de English Electric Company Limited, London 1951. Bedrijfsgeschiedenis van de in 1918 gevormde English Electric Company en de oorspronkelijke bedrijven: Dick, Kerr & Company, Siemens Bros. Dynamo Works, Willans & Robinson, Phoenix Dynamo Manufacturing Company. Dit bedrijf leverde uiteenlopende elektrische voertuigen en bijbehorende installaties. Voorbeelden hiervan: de NS-locs serie 500/600, gelijkrichterstations voor de NS, trolleybussen voor Arnhem. Op het omslag een loc van de Estrada de Ferro Santos a Jundiai. Klik hier voor meer. |
|
|
British Pacific Locomotives. Door Cecil J. Allen. Uitg. Ian Allan Ltd, 1962. De eerste Britse Pacific, asopstelling 4-6-2 (of op z'n Duits of Nederlands 2C1), verscheen al in 1908 op de rails. Maar de bloeiperiode van dit loctype begon in 1922. De grote locomotiefbouwers uit de hoogtijdagen van de spoorwegen waren Gresley, Thompson, Peppercorn, Stanier en Bulleid, die elk voor hun eigen maatschappij prachtige locs ontwierpen. Ook na de Tweede Wereldoorlog, toen de Britse spoorwegen waren genationaliseerd, werden er nog nieuwe locomotieven gebouwd. De laatste Standard Pacific werd in 1954 opgeleverd. In dit dikke boek komen ook enkele nooit gebouwde ontwerpen aan de orde. |
|
|
Trains 'sixty nine. Edited by J.B. Snell. Uitg. Ian Allan Ltd, London, 1968. Onder andere artikelen over dieseltractie bij BR, over de laatste stoomtreinen in Engeland en over de spoorwegen in Frankrijk en in Mozambique. Railway Colour Album. Uitg. Ian Allan Ltd, London, circa 1969. Foto's en enkele schilderijen van voornamelijk Engelse stoomtreinen. De stoomloc was bijna uitgerangeerd in Engeland. |
|
|
Trains Annual 1963. Edited by G. Freeman Allen. Uitg. Ian Allan Ltd, London 1962. Railway World Annual '76. Edited by Alan Williams. Uitg. Ian Allan Ltd, London 1975. ISBN 0711006529. Onder andere een artikel geschreven door locomotiefontwerper Bulleid, over het bureau dat zich bezig hield met experimenten aan stoomlocomotieven. |
|
|
Railway Dictionary. An A-Z of railway technology. Door Alan A. Jackson. Wordsworth Reference, 1997. ISBN 1853267503. Handig boekje waarin voornamelijk Engelse en Amerikaanse spoortermen, inclusief onofficieel jargon (railway slang), worden uitgelegd. Dat gebeurt niet altijd op een waardevrije manier, meer bepaald niet als het gaat om treinliefhebbers: Number cruncher. A fanatical type of rly enthusiast given to collecting or 'observing' locomotives and other vehicles and recording their numbers until all have been seen. The gear carried often includes binoculars, personal tape recorder and camera. The somewhat pointless obsession is in extreme cases carried over from childhood and adoloscence into middle and old age and is almost exclusively confined to males. |
|
|
The official Channel Tunnel Factfile. Uitg. Boxtree Limited, 1982. ISBN 1852833572. Populair boekje met veel illustraties, over de bouw van de Kanaaltunnel. Het boekje beschrijft ook de eerdere plannen die er ooit zijn bedacht, zoals een tunnel waarbij door paarden getrokken koetsen het verkeer tussen Engeland en Frankrijk zouden onderhouden. Uiteindelijk zijn dat dus treinen geworden die onder de naam le Shuttle auto's en hun passagiers vervoeren. |
|
|
The Age of the Electric Train. Electric trains in Britain since 1883. Door J.C. Gillham. Uitg. Ian Allan, 1988. ISBN 0711013926. Veel zwartwitfoto's. Met onder andere een hoofdstuk over de met 1500 Volt gelijkspanning geëlectrificeerde spoorlijnen, volgens de standaard die in 1930 door een door de regering ingestelde commissie was vastgesteld. Deze commissie had ook gekeken naar de ervaringen die men in Frankrijk, Nederland en andere landen met dit systeem had opgedaan. Onder andere rond Manchester werd een netwerk volgens dit systeem geëlektrificeerd. Na de oorlog besloot men echter dat toekomstige elektrificaties met 25.000 Volt wisselspanning zouden plaatsvinden. Het 1500-Voltsysteem rond Manchester is inmiddels verdwenen. In 1969 werden zeven locomotieven door NS overgenomen: de serie 1500 (ex BR 27000). |
|
|
Brits Abroad. Door Ken Carr & David Maxey. Uitg. Visions International, 2009. ISBN 9780955826412. Dit boek is gewijd aan Britse locomotieven die in het buitenland dienst doen of hebben gedaan. Daaronder de EM2s (NS 1500) en Class 58 die we in Nederland hebben gezien. In dit boek staan ook een paar foto's van mij, helaas niet allemaal even fraai afgedrukt en bovendien met mijn naam verkeerd gespeld: Nico Split. |
|
|
Return to York. Door Peter Rose. Uitg. Bellcode Books, 1994. ISBN 1871233046. Station York in de jaren 50 en 60. Het stoomlocdepot is inmiddels omgebouwd tot National Railway Museum. |
|
|
Historical guide to the Romney Hythe & Dymchurch Light Railway. Door C.S. Wolfe. Uitgegeven door de Romney Hythe & Dymchurch Association, New Romney, Kent, 1976. Geschiedenis en beschrijving van de beroemde miniatuurspoorweg in het zuiden van Engeland (vlak bij de uitgang van de tegenwoordige Kanaaltunnel). Zie verder Romney Hythe & Dymchurch Railway. |
|
Zie ook: