Mijnlocomotieven

Onder andere de "saddle tanks" van de NS-serie 8800.


Laura & Vereeniging, 21 september 1970. De heer Kuipers uit Waubach leidde me in dit VW-busje rond langs het handjevol stoomlocs dat nog bij de Limburgse mijnen in Eygelshoven dienst deed.


 

Laura & Vereeniging, 21 september 1970. Loc 15 (ex-NS 8812) en loc 17.


 

Laura & Vereeniging, 21 september 1970. Loc 11, geflankeerd door een aantal mijnkarretjes.


 

Laura & Vereeniging, 21 september 1970. Het onderstel van loc 8, en loc 6.


 

Laura & Vereeniging, 21 september 1970. Loc 9 krijgt onderhoud. Deze loc is tegenwoordig in bezit van de Stoomtram Goes-Borsele (nummer 2 "Borsele").


 

Laura & Vereeniging, 21 september 1970. Loc 14 en loc 13. Beide locs zijn bewaard gebleven: loc 14 (NS 8826) bij de ZLSM en loc 13 (NS 8811) bij de SSN in Rotterdam. Loc 14 is na lange tijd bij de firma Van Raak in Tilburg te hebben gestaan door de ZLSM overgenomen. Loc 13 was mogelijk de laatste Nederlandse stoomloc in reguliere dienst; in maart 1975 verliep de ketelkeuring.


Amersfoort, 11 juli 1971. Loc 2904, overgenomen van de Staatsmijnen. Het sluiten van de kolenmijnen bood NS de kans om goedkoop een aantal diesellocs over te nemen. De vijf in 1970 overgenomen locs droegen bij de Staatsmijnen de nummers 151 t/m 155, en hadden daar elk een eigen kleur. Ze hebben bij NS slechts tot eind 1974 dienst gedaan. Daarna zijn ze in Spanje terecht gekomen, waar ze uiteindelijk werden gesloopt. Klik hier voor meer foto's.



Korte geschiedenis van de NS-serie 8800

Na de oorlog heeft de NS diverse locomotieven van het British War Department overgenomen. Dit waren 237 1D-locomotieven (NS serie 4300-4537), 102 1E-lcomotieven (NS serie 5001-5103) en 31 “saddle tanks” (NS serie 8800).

Vier van deze locs zijn, zonder NS-nummer, reeds spoedig overgegaan naar de Staatsmijnen (de Staatsmijnen hebben in totaal elf locs van dit Ct-type in dienst gehad). De overige 27 hebben onder NS-nummer 8801-8827 dienst gedaan. Ze werden door het personeel “jeeps” genoemd, maar ook de bijnaam “fluitketel” werd gebruikt.

De locomotieven uit deze serie zijn gebouwd tussen 1942 en 1945 door diverse fabrieken. Ook bij veel Britse mijnen en fabrieken hebben deze drieassige “saddle tanks” dienst gedaan. Hun naam hebben ze te danken aan het waterreservoir, dat als een zadel over de ketel ligt.

De locs werden door de NS hoofdzakelijk gebruikt in de rangeerdienst in de depots Rietlanden, Feijenoord, Roosendaal, Nijmegen, Eindhoven, Venlo, Maastricht en Heerlen. Tussen 1953 en 1957 zijn vijf locs verkocht aan de particuliere mijnmaatschappijen Laura en Julia in Eygelshoven, namelijk 8807, 8811, 8812, 8815 en 8826.

De locs 8812 en 8826 (afkomstig van de mijn Laura als LV 15 en LV 14) zijn na de sluiting van de mijnen medio 1976 naar de SSTT in Tilburg gegaan. In 1984 werd loc 8826 opgesteld voor het bedrijf van de fa. Raak in Tilburg, terwijl loc 8812 is gesloopt. Sinds 1999 is de 8826 in bezit van de ZLSM. Loc 8811 (LV 13) bevindt zich bij de SSN in Rotterdam. Loc 8815 bevindt zicht bij P.E. Waters Associates Railway Engineers in Engeland.



 

Simpelveld, 13 december 2003. In het museum van de ZLSM bevindt zich een model van de serie 8800, schaal 1:20, gebouwd door Harry Rulkens. Tweede foto: Simpelveld, 9 juni 2001. Loc NS 8826, een van het Britse War Department afkomstige zadeltanklocomotief; deze loc deed bij Laura & Vereeniging dienst onder nummer 14.


Maastricht, 1947. Loc 8802 is aan het rangeren. Dit is een van de "saddle tanks" die na de oorlog door NS zijn overgenomen van het Britse leger. Collectie Mike Morant.


Rotterdam, SSN-depot, 27 mei 2007. De NS 8811 (voorheen LV 13) begint er steeds beter uit te zien.



Utrecht, Spoorwegmuseum, 25 mei 1996. Loc 4389 van de SGB. De loc, overgenomen van het Amerikaanse leger, heeft na de oorlog onder nummer 26 dienst gedaan bij de Oranje Nassau-mijnen.



 

Simpelveld, 13 december 2003. In de kolenmijnen deden op perslucht aangedreven locomotieven dienst. Onder de grond is het niet zo'n handig idee om verbrandingsmotoren te gebruiken, terwijl bij elektrische treinen de kans bestaat dat mijngas ontploft als gevolg van vonken.


Kerkrade, 10 juli 2005. Een bezoek aan de ZLSM laat zich goed combineren met een bezoek aan het Industrion. Dit museum ligt direct naast station Kerkrade. Het museum geeft een zeer aardig beeld van de industriële ontwikkeling in Zuid-Limburg, waar de kolenmijnen een belangrijke plaats in hebben gehad.


Kerkrade, 10 juli 2005. Een O&K-locje waarmee bij het Industrion rondritten werden gemaakt.
Het locje is later verhuisd naar de ZLSM.


Elektrische Bo'Bo'-locomotief type EL1. Deze locs zijn in de jaren vijftig ontworpen door de Duitse locomotiefindustrie, toen de mijnen op hun eigen spoornet vanwege de steeds zwaarder wordende treinen moesten overschakelen op een hogere bovenleidingspanning. Voor de oorlog waren er al bovenleidingnetten aangelegd met 220, 600 of 750 Volt gelijkspanning. Later werd die spanning verhoogd tot 1200 of 2400 Volt. Maar zelfs bij 2400 Volt traden er problemen op bij het stroomtransport, waardoor de spanning onderweg te veel zakte. Daarom werd besloten om de bovenleiding te wijzigen in 6000 Volt wisselspanning met industriële frequentie (50 Hz). Door de Duitse industrie werden sterke locomotieven ontwikkeld met een asdruk van meer dan 32 ton. Omdat ze voorzien zijn van gelijkstroommotoren, hebben de locomotieven ook een gelijkrichter aan boord. Boven de sporen waar de wagens gevuld worden hangt de bovenleiding opzij van de trein. Daar worden de schuingeplaatste stroomafnemers gebruikt. De loc op deze foto is gebouwd door Henschel in 1954 (fabrieksfoto). Bron van de tekst: "Ellok-Raritäten" door Wolfgang Messerschmidt, Franckh'sche Verlagshandlung, Stuttgart 1976, ISBN 3440042995.


Aljustrel (Portugal), 6 juli 2006. Een O&K-loc die dienst heeft gedaan bij de inmiddels gesloten mijnen van Aljustrel (SA Belge des Mines d'Aljustrel). De loc reed hier onder het nummer 11. Gebouwd door Orenstein & Koppel in 1937, fabrieksnummer 13021. Bij deze mijn werd de ongebruikelijke spoorwijdte van 920 mm toegepast.
Foto Kees Hazevoet.


NS-locomotievendepot Heerlen. Stoom in de Mijnstreek. Door Martin Zijlstra. Uitg. Uquilair, Den Bosch 2000. ISBN 907151336X. De vader van de auteur heeft als machinist het einde van het stoomtijdperk in Heerlen meegemaakt. Nieuwsgierigheid naar de loopbaan van zijn vader leidde tot een zoektocht naar informatie en foto's, die uiteindelijk hebben geleid tot dit boek. Goed geschreven, veel foto's, maar iets te veel boeken gedrukt: in 2004 is het in de uitverkoop gegaan.


Een wereld van groei. Tweede druk, januari 1959. Wereld van groei. Derde (uitgebreide) druk, najaar 1962. Deze boekjes, uitgegeven door de Voorlichtingsdienst van de Staatsmijnen, beschrijven "ontstaan en uitbreiding van het Staatsmijnbedrijf in zijn verschillende geledingen."

Enkele jaren later werd onder de grond bij Slochteren een grote aardgasbel ontdekt, en maakte Joop den Uyl, minister van Economische Zaken, bekend dat de Nederlandse kolenmijnen gesloten zouden worden. In de tweede druk, uit 1959, wordt nog gemeld dat in 1962/63 een vijfde Staatsmijn in productie zal komen: de Beatrix, tien kilometer ten oosten van Roermond. In de derde druk, uit 1962, komt de Beatrix niet meer ter sprake. Wel wordt hierin veel uitgebreider ingegaan op de chemische industrie die rond de Staatsmijnen is ontwikkeld, en die na de sluiting van de Staatsmijnen onder de naam DSM verder ontwikkeld zou worden. De Staatsmijnen exploiteerden ook een uitgebreid gasnet, dat zich uitstrekte tot de lijn Bergen op Zoom-Nijmegen.



Zie ook:

Websites:


vorige       home       omhoog