Schwartzkopff

Berliner Maschinenbau-Actien-Gesellschaft vormals L. Schwartzkopff, Berlin. Onder andere foto's uit "100 Jahre Deutsche Eisenbahnen, 83 Jahre Schwartzkopff" (1935).



Een door Schwartzkopff gebouwde locomotief van de Bulgaarse spoorwegen.


Locs van de Baureihe 43 en 44. Foto's uit "100 Jahre Deutsche Eisenbahn, 83 Jahre Schwartzkopff", 1935.


Voor Nederlands-Indië gebouwde locomotieven.


De grootvader van Roy Sleebos kreeg deze foto bij zijn jubileum bij de Nederlandsch Indische Spoorwegmaatschappij (NIS). Op de foto staan de locs waar zijn grootvader eerst zelf aan gewerkt heeft, en waarover hij later de supervisie had. Niet elke loc op de foto is dezelfde waar hij aan of mee werkte, maar zeker één uit dezelfde serie. Achterop de foto staan twee stempels: Berliner Machinenbau - Action - Gesellschaft Vorm. I. Schwartzkopff Berlin en Vertegenwoordigers N.V. Ingenieursbureau J. & C. Vrins Surabaja. Geen van deze locomotieven heeft overigens iets te maken met de NIS. De foto hangt nu op de werkkamer van Roy Sleebos.


Loc 71 001, gebouwd door Schwartzkopff. Uit Henschel-Hefte 15/1938.



Bewaard gebleven Schwartzkopff-locomotieven

Twee door Schwartzkopff gebouwde sneltreinlocomotieven, de 01 111 en de 01 1061, zijn bewaard gebleven in het Deutsches Dampflokomotiv-Museum in Neuenmarkt-Wirsberg.



Neuenmarkt-Wirsberg, 3 september 1972. Loc 001 111 met een D-trein uit Hof. Het inrijsein staat op langzaam rijden.


 

Neuenmarkt-Wirsberg, 17 augustus 2005. Fabrieksplaat van loc 01 111.


Hamburg Altona, 15 juli 1971. Loc 012 061 vertrekt met een trein naar Kiel.


 

Neuenmarkt-Wirsberg, 17 augustus 2005. Fabrieksplaat van loc 01 1061 (012 061).


 

Drei Annen Hohne, 3 augustus 2004. Loc 99 222 is in 1931 gebouwd door Schwartzkopff in Berlijn, als middelste uit een serie van drie. De ketel is afgeleid van de normaalsporige Einheitslokomotiven serie 81. De drie locs deden dienst op de meterspoorlijn Eisfeld-Schönebrunn. De locs 99 221 en 223 werden in 1942 door de Wehrmacht overgebracht naar een meterspoorlijn in Noorwegen, waar ze in de jaren vijftig zijn gesloopt. Loc 99 222 kwam in 1966 in Wernigerode terecht. Daar had men weinig aan deze loc, omdat deze voorzien was van een luchtdrukrem, terwijl de lijnen in de Harz toen nog met vacuümremmen werkten. Nadat de loc was aangepast kwam ze in april 1967 in dienst. In 1973 kreeg de loc, inmiddels 99 7222 genummerd, een mengvoorverwarmer op de rookkast zoals de locs 99 7231/7247 die ook hebben. In 1999 is de loc weer teruggebracht in de oorspronkelijke uitvoering, met een kleinere oppervlaktevoorverwarmer. Ze draagt bij de Harzer Schmalspur-Bahnen weer het oorspronkelijke nummer 99 222.


Musselkanaal, 8 juli 2007. STAR-loc TЭ 5933 met de Teddyberenexpress. Een Duitse Kriegslokomotive met enkele Russische details, zoals een kleine rookastdeur en een enorme schijnwerper. Deze loc is als 52 5933 gebouwd door Schwartzkopff en is direct na de oplevering in 1943 terecht gekomen in Oekraïne. Na de oorlog is de loc daar achtergebleven. Daar droeg ze het nummer TЭ 5933 (T staat voor трофей = trofee, oorlogsbuit; Э is de cyrillische E, een typeaanduiding). De loc heeft vooral gediend als strategische militaire reserve, en is zover bekend niet omgespoord geweest naar het Russische breedspoor. In 1994 is de loc verkocht. Na enkele omzwervingen kwam ze terecht bij de Museumspoorlijn STAR. Foto Fokko van der Laan.


Schwartzkopff-locomotieven voor de Nederlandse Spoorwegen


Spoorwegmuseum Utrecht, 5 september 2003. Loc 2104, een sneltreinloc van de HSM, in 1914 gebouwd door Schwartzkopff in Berlijn. Een deel van deze serie is door Werkspoor in Amsterdam gebouwd. Hun bijnaam Blikken Tinus dankten ze aan het geluid dat ze tijdens het rijden maakten. De locs voldeden echter goed, vooral voor lichte sneltreinen.


Bergen-Binnen, 26 juli 1970. Loc 7742 (Bello), in 1914 gebouwd door Schwartzkopff, heeft jarenlang staan te verpieteren in de zeelucht. Ik fotografeerde haar op haar sokkel, toen ze nog niet was gered door de SHM.


Spoorwegmuseum Utrecht, 5 mei 2008. Mensen vragen mij weleens: Nico, is het bouwen van een stoom­locomotief niet vreselijk ingewikkeld? Dan antwoord ik: een stoom­locomotief is in wezen niet meer dan een grote fluitketel op wielen, zoals een auto eigenlijk een koektrommel op wielen is. Het moeilijkste onderdeel is, net als bij de auto, het motorblok. Bij een stoom­locomotief is dat het cilinderblok. Hierin wordt de energie van de stoom omgezet in beweging. Het cilinderblok op deze foto is van een 6300 (namelijk 6322, in 1931 gebouwd door Schwartzkopff), de zwaarste tenderloc die de NS heeft gehad. Deze loc had vier cilinders (het is echter geen compoundlocomotief). Het merendeel van de locomotieven heeft twee cilinders, maar er zijn ook locomotieven met drie cilinders gebouwd. Over het algemeen geldt: hoe meer cilinders, hoe rustiger de loc loopt en hoe minder indrukwekkend het geluid. Dat er ook een cilinderblok bewaard was gebleven wist ik niet. Misschien iets voor een museumbedrijf dat een eigen loc wil bouwen? Het moeilijkste onderdeel is er al!


Literatuur


Meer fabrieksfoto's




vorige       start       omhoog