SeinhuizenOver seinhuizen en beveiliging. Met medewerking van Edward Bary. In Nederland zijn seinhuizen overbodig geworden doordat het hele spoorwegnet wordt bestuurd vanuit een paar grote posten. Vandaar dat een zogenaamde computerstoring zulke grote effecten heeft. Vroeger waren er seinhuiswachters die ter plaatse konden improviseren als er iets aan de hand was. De seinhuizen die er nu nog staan zijn onbemand. Een reden om ze niet te slopen is de aanwezigheid van apparatuur die nog in gebruik is, maar als de spoorwegen even de kans krijgen gaat zo'n gebouw eraan. |
|
|
Op kleine stations trof je vroeger op het perron vaak een paar hefbomen aan waarmee de wissels en seinen konden worden bediend. Bij grotere stations verrezen seinhuizen, met daarin vaak meterslange rijen met hefbomen. Deze installaties werden geleverd door de NMA (“Alkmaarse Handelinrichting”) of door haar grote concurrent, de Duitse firma Siemens & Halske. In deze handelinrichtingen werden ook beveiligingen ingebouwd. Ingenieuze mechanische constructies zorgden er voor dat bijvoorbeeld een sein niet op veilig kon worden gezet voordat bepaalde wissels in de juiste stand lagen. Tussen de seinhuizen onderling lagen elektrische verbindingen, die ervoor zorgden dat deze seinhuizen geen tegenstrijdige handelingen konden verrichten. Vanaf het seinhuis liepen staaldraden naar de wissels en seinen. Vooral het omzetten van wissels was zwaar werk. De opkomst van de elektrische wisselsteller en de elektrische seinsteller bracht daarin verandering. De zware hefbomen in de seinhuizen konden worden vervangen door elektrische schakelaars. De beveiliging vond aanvankelijk nog wel mechanisch plaats. Heen en weer schuivende lange linealen zorgden ervoor dat schakelaars alleen konden worden bediend als aan bepaalde voorwaarden was voldaan. Op afstand bediende wissels zijn voorzien van tongencontroleurs. Wanneer vanuit het seinhuis opdracht wordt gegeven om een wissel om te leggen, wordt met behulp van elektrische contacten bij het wissel gecontroleerd of de wisseltongen in de juiste stand terecht zijn gekomen. Pas als zeker is dat het wissel goed ligt, kunnen andere seinen of wissels worden bediend. Voor het samenstellen van goederentreinen worden vaak rangeerheuvels gebruikt. Een locomotief duwt de goederenwagens tegen de helling op, waarna ze op eigen kracht naar beneden rollen. Onder aan de helling ligt een groot aantal wissels, die toegang geven tot de sporen waar de treinen worden samengesteld. Deze wissels worden vanuit een seinhuis elektrisch bediend. Speciale snelwerkende wisselstellers zorgen ervoor dat het rangeerproces vlot kan verlopen. |
(beweeg muis naar foto) Amsterdam, 8 oktober 2005. Ik bracht een bezoek aan de verkeersleidingpost in Amsterdam. Wie de geavanceerde apparatuur ziet kan zich nauwelijks voorstellen dat Amsterdam CS tot 1975 nog "met de hand" werd bediend, vanuit verschillende mechanische seinhuizen. Daarna werd het NX-systeem in gebruik genomen. Bij dit systeem is het indrukken van twee knoppen voldoende om de rijweg van een trein in te stellen. Het NX-systeem is tot 1996 in Amsterdam gebruikt, daarna namen computersystemen als EBP, VPT en ARI het werk over. Meer hierover in het thema Procesleiding op het spoor. Het NX-tableau van Amsterdam is bewaard gebleven, net als het tableau van Holterberg, een fictief station. Dit tableau werd gebruikt bij de opleiding van treindienstleiders. Alle NX-situaties konden op dit station worden nagebootst. |
|
|
|
Seinhuis Amsterdam, Ioz (Oostelijk Eiland). Gefotografeerd tussen 1929 (toen het seinhuis in dienst kwam) en 1936 (toen het toestel werd uitgebreid met een tweede knoppenrij). Het seinhuis heeft dienst gedaan tot 1974. Foto uit de nalatenschap van de over-overgrootvader van Ronald Eisses. |
|
|
|
Seinhuis van station De Bilt, 1913. Het is versierd ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de NCSM, de maatschappij die toentertijd de spoorlijn Utrecht-Zwolle exploiteerde. en onder andere de vertakkingen naar Zeist en Baarn. Op de tweede foto het seinhuis omstreeks 1962, toen de mechanische beveiliging was vervangen door automatische lichtseinen. Het seinhuis zou niet lang daarna worden gesloopt. Zie ook Van De Bilt-Station naar Bilthoven. |
|
|
|
Onderdelen bestemd voor de geleiding van trekdraden van mechanische seinen en wissels. Op de voorgrond een dradenspanner. In het voorjaar en najaar werden de monteurs van het Seinwezen op pad gestuurd om de draden strakker resp. losser te spannen. Die staaldraden varieerden namelijk in lengte als gevolg van temperatuurwisselingen. In Nederland kwamen nauwelijks automatische compensatie-inrichtingen voor, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland, waar je vaak grote hefbomen met contragewichten langs het spoor zag staan. Verder waren bij de NS alle stellers, groefschijven en dergelijke zo ingericht dat er aan begin en eind van de beweging altijd een stukje nutteloze beweging was. Bijvoorbeeld: als het hendel de trekdraad 100 cm bewoog, dan was een beweging van 60 cm bij het verre voorsein al voldoende voor het goede seinbeeld. De eerste en laatste 20 cm van de beweging hadden geen invloed. Met dank aan Bart Jaspers, hoofd Infra van de VSM, voor de informatie. Foto archief Vialis/NMA. |
|
|
|
Bentlage (tussen Rheine en Salzbergen), februari 1970. Loc 012 064 met een Eilzug kruist een 044'er met een trein met zelflossers. Op de voorgrond een gewicht waarmee de trekdraden van wissels en seinen op spanning werden gehouden. Foto Jan van Barneveld, collectie Rob van der Rest. |
|
|
|
Rheine, 2 augustus 2004. Het grote seinhuis van Rheine. Foto gemaakt vanuit het raam van een trein naar Hannover die door de verkeersleiding de lijn naar Münster op was gestuurd. De machinist stopte en na een minuut of tien reed de trein achteruit weer terug naar Rheine Hbf om op het juiste spoor te komen. |
|
Den Bosch was het eerste Nederlandse station dat een NX-beveiliging kreeg. Een uit de Verenigde Staten afkomstig systeem waarmee het indrukken van twee knopen voldoende was om een complete rijweg in te stellen. De afkorting NX is afgeleid van de woorden eNtrance (ingang) en eXit (uitgang). Het NX-systeem op de foto's hieronder heeft dienst gedaan van 4 september 1950 tot 13 december 1964. Daarna kwam er een nieuwe NX-beveiliging, die inmiddels ook is verdwenen. |
|
|
|
Het NX-tableau van Den Bosch, toen zich dat nog bij de fabriek in de Verenigde Staten bevond. Boven de linkerarm van de man is de draaischijf te zien, links daarvan takt de spoorlijn naar Lage Zwaluwe af: de zogeheten Halve Zolenlijn. In die tijd deden dagelijks 170 treinen Den Bosch aan, en vonden 1200 treinbewegingen plaats. Foto uit "GRS: Railway Signal Systems", Pamphlet 750, September, 1952; collectie Sven Zeegers. |
|
|
|
Het NX-tableau van Den Bosch, kort na de installatie in Nederland. Helemaal rechts de splitsing van de spoorlijnen naar Hedel (Utrecht) en Rosmalen (Nijmegen). Archief Vialis-NMA. |
|
|
|
Driehoogteseinen van het lichtseinstelsel '46. De foto is rond 1950 gemaakt bij Den Bosch, bij de splitsing van de lijnen naar Utrecht en Nijmegen, vlak voor de Dieze-brug. Woning 39 staat daar nog steeds. Archief Vialis-NMA. |
|
|
|
Het NX-tableau van Eindhoven, kennelijk gefotografeerd voordat het in gebruik was genomen. Archief Vialis-NMA. |
|
|
|
Het NX-tableau van Arnhem Velperpoort, gefotografeerd tijdens de montage in de fabriek. |
|
|
|
Hilversum, 25 juli 1958. Rechts de nieuwe post T in aanbouw, gefotografeerd vanaf de voetgangersbrug. Links in de achtergrond post I. Tweede foto: treindienstleider Bert van Ommeren achter de knoppen van het NX-bedieningstoestel, 18 oktober 1964. Deze post heeft dienst gedaan van 2 maart 1959 tot 16 december 1996. Sindsdien vindt de bediening plaats vanuit Amersfoort. Foto's J.G.C. van de Meene en Edward Bary. |
|
|
|
Hilversum, 5 januari 1971. Loc 1003 passeert post T. Tweede foto: Naarden-Bussum, 1 juli 2003. Hier werd de NX-stationsrelaisbeveiliging op 2 november 1959 in dienst gesteld. Het bedieningstableau is bewaard gebleven en staat in de hal van de post in Amersfoort. |
|
|
|
Baarn, 15 mei 1969. Post T; de omroepinstallatie bestaat uit een megafoon! De post is inmiddels opgeheven: het treinverkeer wordt geregeld vanuit Amersfoort. Het bordje T (treindienstleiding) hing er in mei 2004 nog steeds. Eind 2005 is deze uitbouw gesloopt. |
|
|
Bamberg, 31 augustus 1972. Het omvangrijke emplacement vraagt om een dito bedieningstoestel. De man die de wissels bedient wordt weleens een Eisenbahnknotenpunkthinundherschieber genoemd. Zie ook het thema Beveiliging bij Duitse spoorwegen. |
|
|
Simpelveld, 15 augustus 1970. De bedienpost in het station. Tweede foto: Streekmuseum Ommen, 19 augustus 2003. De bedienpost die tot eind 1989 op station Ommen heeft gestaan. Links de bijbehorende telefooninstallatie. |
|
|
|
Utrecht CS, 3 maart 1969. Achter het seinhuis (post C) het postkantoor dat later is afgebroken om plaats te maken voor een nieuw hoofdkantoor van de NS (Hgb IV). In de verte achter het armsein bevindt zich het goederenemplacement, waar later een postperron zou worden aangelegd. Dat postperron is in 2005 weer gesloopt. |
|
|
|
Utrecht CS, 26 juli 1972. Locs 1144 en 1139 op het kopspoor naast post A. Op de zwartwitfoto de elektromechanische bedienpost in dit seinhuis (archief Vialis NMA). |
|
|
|
Utrecht CS, 6 maart 1970. Rechts seinpost A. |
|
|
|
Spoorwegmuseum Utrecht, 28 augustus 2008. Loc 1122 bij Post T. Het seinhuis is afkomstig
uit |
|
|
|
Utrecht GE, 28 april 1976 en 23 september 2002. Post H, van waaruit onder andere de bewegingen langs het postperron werden geregisseerd. Dit seinhuis is een ontwerp van ir. H. Zandstra, gebouwd in 1956. Het is in januari 2007 gesloopt. |
|
|
|
Utrecht GE, 2 november 2005. Op het goederenemplacement wordt druk gesloopt. Het postperron is al bijna verdwenen (zie sloopmachine in de achtergrond). In 2006 zal ook het seinhuis H tegen de vlakte gaan, met de laatste elektromechanische bedienpost in Nederland. Ook de laatste restjes klassieke beveiliging, zoals de rangeerseinen en de armseinen, zullen daarmee verdwijnen. De bedienpost zal naar het Spoorwegmuseum gaan. Post H was niet bezet tussen 18.00 en 23.00 uur en was ook in het weekend gesloten, behalve als er geplande treinen (bijvoorbeeld werktreinen en omgeleide goederentreinen) behandeld moesten worden. Er waren in de laatste jaren nog maar een paar treindienstleiders die deze post konden bedienen. De sporen van UtGE worden in het kader van Randstad Rail omgebouwd tot reizigerssporen van en naar de hoofdbaan (Lunetten) waartoe de kopsporen 18 en 19 in zuidelijke richting doorgetrokken worden. Randstad Rail beoogt een viersporigheid tussen Woerden en Geldermalsen, waarbij regio(stop)treinen in deze relatie op eigen sporen afgewikkeld zullen worden. |
|
Het goederenemplacement van Utrecht (Ut GE) ten zuiden van Utrecht Centraal kende nog een mechanisch elektrische beveiliging. In post H was daartoe een bedieningstoestel aanwezig met knoppenstellers en een signaleringstableau voor bezetspoormeldingen waarop schematisch een gedeelte van het emplacement is aangegeven. Het bedieningstoestel was uitgevoerd als een voor een elektrische beveiliging. Door de wissel- en sporensituatie vormden Utrecht Centraal en Utrecht GE één station in de zin van het TRR (Trein- en Rangeerdienst Reglement). Vertrekkende treinen in noordelijke richting reden uit via hoofdsein 1282v en in zuidelijke richting via hoofdsein 240v, beide bestaande uit een hoge armseinpaal met voorsein. Vanuit noordelijke richting was Ut GE bereikbaar via spoor 16a en (dwerg)sein 160. Vanuit het zuiden was Ut GE vanaf de hoofdsporen bereikbaar via spoor 121 en (hooggeplaatst) lichtsein 410 of via spoor 122 en (dwerg)lichtsein 412. De toegang van het opstelterrein Utrecht OZ (Opstelterrein Zuidzijde) is in de normale stationsbeveiliging opgenomen. Rangeerbewegingen naar en van Ut OZ vinden plaats onder rangeertreinnummers in VPT. |
|
|
|
Utrecht, 28 augustus 2004 (foto linksboven) en 2 november 2005. Post OZ: Opstelterrein Zuidzijde. |
|
Post OZ is geen seinhuis in de ware zin van het woord. Er worden namelijk geen seinen bediend, alleen de wissels van de opstelsporen. De spoorbezetting wordt met de hand bijgehouden, op de kaartjes die je voor het bedientoestel ziet. Dat vraagt een hoop aandacht van degenen die op de post werken. Ze moeten er voor zorgen dat treinen niet klem worden gezet door ander materieel. Daarbij moet onder andere rekening worden gehouden met het feit dat niet alle materieelsoorten met elkaar gekoppeld kunnen worden. Als er een Sprinter nodig is om een trein te versterken, dan moet er op dat moment geen Plan V in de weg staan. Ook moet worden geregeld dat treinstellen worden gereinigd. Die moeten eerst langs het reinigingsperron worden gerangeerd voordat ze naar een opstelspoor kunnen gaan. De communicatie met de rangeermachinisten vindt plaats via de portofoon. De capaciteit van OZ is bijna 100 "bakken", maar het is wel gebeurd dat er 140 bakken stonden, tot in de wisselstraten toe. Op de nogal krap bemeten post werken meestal twee personen; op rustige tijden (zoals zondagochtend) één. |
Utrecht, 2 november 2005. Het bedientoestel van post OZ. Op 25 april 2007 is dit toestel vervangen door een beeldscherm. De bediencommando's worden sindsdien gegeven door middel van muisklikken. |
|
Het rijden op OZ gebeurt "op zicht" na toestemming van de rangeerdienstleider (via de portofoon) over de te berijden rijweg. De overgave aan Post T (Utrecht kap) gebeurt onder rangeertreinnummer (40xxxx) nadat dit nummer in het procesplan rijwegen is ingevoerd door de treindienstleider post T. Het dienstdoende personeel valt onder NedTrain Services. Vooral in de nachtdienst is het op OZ erg druk met reinigen van het materieel langs het reinigingsperron en de 24-uurscontrole aan het materieel. De rangeerdienstleider onderhoudt veel contact met de "Knoco", de knooppuntcoordinator van NS Reizigers op het Centraal station. Deze op zijn beurt heeft weer contact met het LBM, het Landelijk Bureau Materieel en het regelcentrum van Transportbesturing NSR. Op deze wijze wordt (defect) materieel naar de onderhoudsbedrijven geregeld wanneer dat nodig is en kunnen treinstellen in hun dienst uitgewisseld worden. Op OZ bevindt zich aan de zuidzijde een wasmachine, waarin het materieel zelf stilstaat en de wasborstels zich langs de buitenzijde van het materieel verplaatsen. Op het terrein van de voormalige Spoorstaaflasinrichting (die is verplaatst naar Crailoo) aan de noordwestzijde van Utrecht Centraal is een nieuw opstelterrein aangelegd: Utrecht Cartesiusweg. Tenslotte heeft Utrecht nog een opstelterrein voor reizigersmaterieel ten noordoosten van de voormalige buurtsporen (langs de spoorlijn naar Overvecht); dit opstelterrein heet Utrecht Landstraat. |
|
|
|
Woerden, 20 juli 1989 en Utrecht Blauwkapel, 23 juli 1989. Op beide foto's is loc 03 1010 te zien. Het seinhuis in Woerden is in juli 2005 gesloopt. |
|
|
|
Utrecht Blauwkapel, 23 juli 1989. Het bedieningspaneel (CVL) van seinhuis Blauwkapel, toen van daaruit nog het treinverkeer naar Bilthoven, Den Dolder en Soest werd geregeld, inclusief de beveiliging van de dubbelsporige kruising met de Oosterspoorlijn (de HSM-lijn Hilversum-Utrecht Maliebaan). Een bijzonderheid van deze kruising is de beweegbare bovenleiding. Helemaal links op het tableau de sporen naar Utrecht Overvecht. Inmiddels zijn er diverse sporen en fly-overs bijgekomen, en is het seinhuis niet meer in dienst; het is nu een woning. |
|
|
|
Utrecht, 2 november 2005. De situatie bij Overvecht en Blauwkapel, zoals te zien op de beeldschermen in post T. Ten opzichte van de post die vroeger in Blauwkapel stond is het sporenplan gespiegeld. Links de lijn naar Bilthoven en verder, die vanuit Amersfoort wordt bediend. Er rijden twee treinen: de onderste groene lijn is een trein uit Hilversum, die langs het perron in Overvecht zal stoppen. Daarboven een trein uit de richting Amersfoort. |
|
|
|
Woerden, 17 maart 2004. Post T was niet meer als seinhuis in gebruik, maar kon vanwege de beveiligingsapparatuur nog niet worden gesloopt. Het spoor uit Leiden, helemaal links, is daarom in een boog om het gebouw aangelegd. In juni 2005 is het gebouw alsnog gesloopt en is het spoor rechtgetrokken. Post T in Woerden was nog maar kort in gebruik toen op 8 januari 1962 het grote ongeluk in Harmelen gebeurde. De seinhuiswachter zag het ongeluk aankomen op zijn paneel, maar kon niets meer doen. |
|
|
Nijmegen, 20 februari 2005. Foto Huub van Meurs. Dit seinhuis annex relaishuis is ontworpen door ir. K. van der Gaast en dateert uit 1960. Het is gebouwd in verband met de invoering van de Centrale Verkeersleiding (CVL) op het baanvak Nijmegen-Blerick. Vrijwel identieke seinhuizen hebben gestaan te Dordrecht, Gouda en Woerden. Het seinhuis in Amersfoort is als het ware een vergrote versie van dit type. De CVL-post is Nijmegen is thans de laatste in zijn soort. Er wordt geprobeerd om dit gebouw, dat niet meer in gebruik is, te behouden. |
|
|
|
Ruud Thijssen maakte in 2001 bovenstaande foto's van de post Zutphen, toen de bediening nog niet naar Arnhem was verplaatst. Foto hiernaast: Arnhem, 31 augustus 2004. In de hal van de treindienstleiding stond een oud CVL-toestel als monument opgesteld (inmiddels verhuisd naar het Spoorwegmuseum). |
|
|
|
|
Den Haag, Post T, 21 oktober 2006. Post T en het vroegere NX-tableau van Den Haag Centraal dat in de hal van dat gebouw hangt. De NX-beveiliging heeft hier dienstgedaan van 1973 tot eind 1999. Foto's Tim Oosterlee. |
|
|
|
Boven het NX-bedieningstoestel van Naarden-Bussum (als bewaard gebleven technisch erfgoed), onder het treindienstleidersscherm van de procesleidingspost van Amersfoort. Beide foto's gemaakt op 10 juni 2007 in Amersfoort. |
|
|
Roosendaal, 4 juli 2004. De klassieke seinpost bij het station is niet meer in gebruik. |
|
|
Amsterdam Muiderpoort, 21 juli 2004. De voormalige post T, als monument bewaard gebleven tussen de twee perrons. |
|
|
|
|
Maastricht, Post T. Een ontwerp van Sybold van Ravesteyn. Op 27 oktober 2005 gefotografeerd door Jan-Willem Sorber. Rechts op een tekening uit 1939. De post bezat een zevenrijig stelknoptoestel voor 168 stelknoppen. Hieronder: Post T, op 10 december 2005 gefotografeerd vanuit een stoomtrein door Mitchell Bäcker. |
|
|
|
|
|
Kleurenfoto: Alkmaar, 25 februari 2005. Het oude seinhuis IV, met linksachter de nieuwe treindienstpost. In de aanduiding van de seinhuizen is nog iets terug te vinden van de Nederlandse spoorweghistorie: bij de HSM kregen de seinhuizen een Romeins cijfer, bij de SS een letter. Op de zwartwitfoto (archief Vialis NMA) het seinhuis toen het nog in gebruik was. Het is een ontwerp van ir. H. Zandstra. |
|
|
|
Breukelen, 25 juni 1999. Brugwachterspost. Op de tweede foto brugwachterspost en voormalig seinhuis Nieuwersluis in 1997, met brugwachter Fabian Vendrig. Klik hier voor meer. |
|
|
|
Het seinhuis van Abcoude in de jaren 60. Links een vijfwagenstel materieel '40, op weg naar Amsterdam. Foto Frans van Loevezijn. Zie ook Ombouw Abcoude. |
|
|
Amersfoort, 15 mei 1969. Op emplacementen stonden in die tijd overal witte praatpalen voor de communicatie tussen het seinhuis en de rangeerders en machinisten. Tegenwoordig gaat alle communicatie draadloos. Links de kop van ABDk 250. |
|
|
|
Mulhouse, Cité du Train, 10 juli 2007. Beveiliging bij de SNCF: Poste I van Charleville-Mézières. |
|
Seinreglement 1934. Dienstreglement van de Nederlandsche Spoorwegen, geldig voor de hoofd- en de locaalspoorwegen. Als rangeerder in Hilversum moest mijn grootvader hier natuurlijk alles vanaf weten. Hij heeft nog enkele andere reglementen uit die periode nagelaten. Het seinwezen. Door Piet Bakker. Uit een serie van vier boekjes, omstreeks 1941 uitgegeven door de Nederlandsche Spoorwegen. Klik hier voor de volledige inhoud. |
|
|
150 jaar seinen voor treinen. Door H.G. Hesselink. Uitg. Wyt, Rotterdam 1978. ISBN 9060075676. Met ruim 200 foto's en tekeningen uit de enorme collectie van H.G. Hesselink op het gebied van het seinwezen. Deel 6 van de serie Spoorwegen in Nederland. De beveiligingen bij de Nederlandse Spoorwegen. Uitgave Documentatiebureau NVBS. Dit is een gebundelde heruitgave van de seinwezennummers van Op de Rails uit 1965, 1969 en 1980, inclusief een aantal artikelen over dit onderwerp uit andere nummers van Op de Rails. Ook zijn er enkele niet eerder gepubliceerde correcties en aanvullingen opgenomen. Het overzicht loopt tot september 1991. |
|
|
Signale der Schweizer Bahnen. Zweite, neu bearbeutete Auflage. Door Rudolf W. Butz. Uitg. Orell Füssli Verlag Zürich, 1982. ISBN 3280013062. Beschrijving van de in Zwitserland gebruikte seinen, met veel foto's waarbij de auteur zoveel mogelijk de seinen laat zien zoals ze door de machinist worden waargenomen. Ook heeft hij met medewerking van seinhuiswachters seinbeelden kunnen fotograferen die in de praktijk zelden voorkomen. In Zwitserland komen nogal wat bijzondere omstandigheden voor, zoals gecombineerd smal- en normaalspoor, spoorlijnen die 's winters onder een pak sneeuw verdwijnen, tandradbanen, verschillende stroomsoorten op grensstations. Apart waren de armseinpalen met drie vleugels. Ook bijna verdwenen zijn de klokken op het perron die met een eenvoudig melodietje aangeven in of uit welke richting een bepaalde trein rijdt. |
|
|
Stellwerke. Door Erich Preuß. Transpress Verlag, Stuttgart 2002. ISBN 3613711966. Over de techniek en de architectuur van Duitse seinhuizen. Mechanische, hydraulische, pneumatische, elektromagnetische en elektronische systemen. |
|
|
Zie ook: |
|