Spoorwijdte, spoorbreedte

Spoorwijdte is de afstand tussen de twee spoorstaven, gemeten tussen de binnenkanten van de koppen van de rails. Is deze afstand 1435 mm, dan spreekt men van normaalspoor, anders van breedspoor of smalspoor. Smalspoor wordt vaak gebruikt in bergachtige gebieden. Verwar het begrip spoorwijdte niet met spoorbreedte: dat is de afstand van hart op hart. Bij normaalspoor is de spoorbreedte 1500 mm.

(Treinen rijden volgens sommige deskundigen niet op rails maar op spoorstaven; aan rails hang je gordijnen op. Maar wij blijven deze site gewoon "Langs de rails" noemen...)


tekening: www.nmld.nl



Hoorn (SHM), 22 juli 2011. Van buiten naar binnen: normaalspoor (1435 mm), Kaapspoor (1067 mm), meterspoor (1000 mm) en smalspoor (750 mm). De SHM rijdt op normaalspoor.

Voorbeelden

Normaalspoor hebben we te danken aan de afstand tussen de wielen van de in Engeland gebruikte kolenwagens. Toen daar door George Stephenson de eerste locomotieven en spoorlijnen werden gebouwd, ging men uit van die afstand: 4 feet 8½ inch (1435 mm). Alleen de Great Western Railway, ontworpen door de eigenzinnige Brunel, week daar van af. Hier bedroeg de spoorwijdte 7 feet ¼ inch (2140 mm). Vanaf 1864 werden de lijnen omgebouwd op normaalspoor, of werd er een derde rail tussen gelegd. In 1892 werden in één weekend de nog resterende breedspoorlijnen van de GWR omgebouwd op normaalspoor.

Ook in Nederland heeft men breedspoor gekend, in navolging van de ideeën van Brunel. De HSM gebruikte tussen Amsterdam, Haarlem en Rotterdam een spoorwijdte van 1945 mm, net als de NRS tussen Amsterdam, Utrecht en Arnhem. De NRS ging in 1855 over op normaalspoor, zodat men bij de grens met Pruisen zonder overstappen of overladen kon doorrijden. In 1866 volgde de HSM. Van een van de eerste HSM-locs, de Arend, staat een replica in het Spoorwegmuseum. Die kan over een stukje breedspoor heen en weer rijden.

De verschillende spoorwegmaatschappijen in Duitsland kozen vanaf het begin voor normaalspoor. Alleen de Badense spoorwegen besloten in 1839 om een spoorlijn van Mannheim naar Basel aan te leggen op 1600 mm. Maar toen de lijn bijna klaar was, in 1854, bleek dat toch geen handige keuze te zijn en bouwde men de hele lijn om op normaalspoor. In de nazitijd zijn in Duitsland plannen gemaakt voor een enorme Breitspurbahn.

In de Verenigde Staten kende men in de beginjaren meer dan tien verschillende spoorwijdtes. In de noordelijke staten had normaalspoor de overhand, in de zuidelijk staten gebruikte men vooral 5 feet. In 1886 ging men ook daar over op normaalspoor.

Spanje koos aanvankelijk voor een spoorwijdte van 1674 mm (6 Castiliaanse voet), naar verluidt omdat men bang was voor een invasie vanuit Frankrijk. Portugal koos als verdediging tegen Spanje voor een spoorwijdte van 1665 mm. Portugese treinen konden zodoende wel rijden op het Spaanse spoorwegnet, maar andersom was niet mogelijk. In 1952 besloten Spanje en Portugal om samen gefaseerd over te stappen op een spoorwijdte van 1668 mm, aangeduid als Iberisch breedspoor. Spaanse hogesnelheidstreinen rijden op normaalspoor. Zie ook het verwisselen van assen aan de Frans-Spaanse grens.

Er wordt weleens beweerd dat Rusland voor breedspoor (1520 mm) koos om strategische redenen: het zou het voor buitenlandse troepen moeilijker maken om het land binnen te trekken. De Engelse ingenieur die de spoorlijn Moskou-Petersburg ontwierp koos echter voor 5 feet omdat dat een gemakkelijke maat was. Er was op dat moment geen enkel zicht op een verbinding van deze spoorlijn met die van andere landen. Toen Duitsland tijdens de Eerste Wereldoorlog Rusland binnenviel, bleek het breedspoor ook nauwelijks een belemmering: men kon eenvoudig een van de spoorstaven loshalen en iets naar binnen weer op de dwarsliggers bevestigen. Finland heeft dezelfde spoorwijdte als Rusland.

Breedspoor van 1676 mm (5 ft 6 in) wordt gebruikt in India, Pakistan, Sri Lanka, Argentinië en Chili. Het is ook veel gebruikt in Canada en de VS. In San Francisco rijdt BART (Bay Area Rapid Transit) nog steeds op 1676 mm.

In Ierland en Brazilië rijdt men op 1600 mm breedspoor. In Australië kent men als gevolg van historische fouten drie spoorwijdtes: 1600 mm, normaalspoor en 1067 mm (kaapspoor).

In Zuid-Afrika zijn de hoofdspoorlijnen in smalspoor van 1067 mm aangelegd, het zogeheten kaapspoor. Ook in Japan gebruikt men kaapspoor, maar de hogesnelheidstreinen rijden op normaalspoor.

Meterspoor (1000 mm) wordt vaak bij trams gebruikt. Ook de treinen in de Harz rijden op meterspoor, evenals de Zwitserse Rhätische Bahn. Nederlandse trams en metro's rijden op normaalspoor, de RTM reed (en rijdt) op kaapspoor.

Verder zijn overal ter wereld veel smalspoorlijnen aangelegd. Een paar Oostenrijkse voorbeelden zijn de Steyrtalbahn en de Waldviertelbahn, beide 760 mm (zogeheten Bosnisch spoor). Nog smaller is het spoor van de Weense Liliputbahn.




=== Kaapspoor ===

Poster uit 1985, met een foto van Ad van Denderen. Hier kwam een van mijn dochters een keer mee thuis. "Leuk," zei ik, "ik verzamel namelijk posters van negers die over de rails rennen!" In de huiselijke kring willen we nog weleens een fout grapje maken. Deze foto is gemaakt in de nadagen van de apartheid. Wat hier precies gebeurt weet ik niet. De treinen in Zuid-Afrika rijden op "Kaapspoor": 1067 mm (3 ft 6 in). In Nederland reed en rijdt de RTM op Kaapspoor.



=== Breedspoor ===

Kandy (Sri Lanka), 4 augustus 2010. Boeddhistische monnik loopt over breedspoor van 1676 mm (5 ft 6 in). Foto Yvonne Boonman.



=== Normaalspoor ===

Beerze, 21 augustus 1995. Normaalspoor: 1435 mm (4 ft 8½ in).



=== Smalspoor ===

Ik schat 76 cm. Foto Kjartan Haavik, www.pravsworld.com.


Weitra, 31 augustus 1973. Smalspoor in Oostenrijk: de Waldviertelbahn. Spoorwijdte 760 mm, net zoals de andere smalspoorlijnen in Oostenrijk. Links stoomloc 399.05. Rechts normaalsporige goederenwagens die worden worden vervoerd op rolwagens.


Beyer-Garratt-locomotief van de South African Railways op het traject Waterval-Komatipoort, in 1953/54 gebouwd door Henschel. Spoorwijdte 1067 mm (Kaapspoor). Een Beyer-Garratt bestaat uit twee locomotieven met een gemeenschappelijke ketel. Achter het machinistenhuis bevindt zich de brandstofvoorraad en een deel van de watervoorraad. Het andere deel van de watervoorraad bevindt zich voor de rookkastdeur. Fabrieksfoto, collectie Nico Spilt.


York, National Railway Museum, 26 juni 2008. Drijfwielen van een breedspoorlocomotief van de Bristol and Exeter Railway. Deze spoorweg was ontworpen door Brunel. In 1876 ging de maatschappij op in de GWR. Spoorwijdte 2140 mm.



Breedspoor in Nederland

Deksel van een jampot uit de jaren 70. Een merknaam ontbreekt, maar het zal een goedkope soort zijn geweest, want op de rand van het deksel staat "voor hetzelfde geld: kwaliteit." Een bezoeker van mijn site meldt dat het waarschijnlijk om het merk Hero ging. We hebben een hele serie bij elkaar gesmeerd.

Hier een deksel met een plaatje van loc Pollux van de HSM. Dit was een in 1861 gebouwde breedspoorloc met as-opstelling 1A1, die in 1868 is omgebouwd tot normaalspoorloc met as-opstelling B1. De eerste Nederlandse spoorlijnen waren in breedspoor (1950 mm) uitgevoerd. Toen de spoorlijn van Amsterdam via Utrecht naar Arnhem was doorgetrokken tot Duitsland, kwam men tot de conclusie dat het toch niet zo handig was dat men aan de grens alle goederen moest overladen. Tussen 1852 en 1864 zijn alle breedspoorlijnen omgebouwd tot normaalspoor. Slechts een paar locomotieven konden worden aangepast.

De Arend en de drie rijtuigjes in het Spoorwegmuseum zijn een replica van een Nederlandse breedspoortrein.


De breedspoorlokomotieven van de HIJSM. Door G.F. van Reeuwijk. Uitg. De Alk, Alkmaar 1985. ISBN 9060139275. Toen in Nederland de eerste spoorlijnen werden aangelegd, werd gekozen voor breedspoor. Dit in navolging van het door Brunel ontwikkelde stelsel van de Great Western Railway (GWR). Maar net zoals de GWR uiteindelijk gedwongen was om op normaalspoor over te gaan, gebeurde dat in Nederland ook. In dit boek wordt de geschiedenis van de HIJSM beschreven, tot en met de spoorversmalling die in 1868 gereed kwam. Een herinnering aan de breedspoorperiode wordt gevormd door de replica's van loc De Arend en drie rijtuigen, die in het Spoorwegmuseum te zien zijn.



Die Breitspurbahn

Een ideetje uit de hoogtijdagen van het naziregime: een Europees netwerk met breedspoortreinen. Hierbij werd gedacht aan een spoorwijdte van 3 meter. Verder dan de tekentafel is men niet gekomen. Na de oorlog is nog wel een breedspoorlijn van 1524 mm aangelegd bij Berlijn, zodat Stalin in 1945 zonder overstappen de conferentie in Potsdam kon bezoeken. Het Russische breedspoor is vandaag de dag nog te vinden bij de Duitse veerhaven Sassnitz-Mukran. Zie ook www.breitspurbahn.de en de daarin opgenomen links.


Die Breitspurbahn. Das Projekt zur Erschliessung der gross-europäischen Raumes 1942-1945. Door Anton Joachumsthaler. Herbig, Berlin 1985 (3. Auflage). ISBN 3776613521.

Adolf Hitler zag de dingen groot. Hij wilde een groot rijk, met grote gebouwen. Het centrum van dat rijk zou Welthauptstadt Germania heten, de nieuwe naam van Berlijn nadat de nazi's de oorlog gewonnen hadden. Germania zou ook het centrum zijn van een spoorwegnet waarop enorme treinen zouden rijden: breedspoortreinen met een spoorwijdte van drie meter. Niet omdat die technisch of economisch grote voordelen zouden hebben, maar omdat ze groot moesten zijn. Verder dan de tekentafel en enkele modellen is men echter nooit gekomen. De plannen zijn in de archieven verdwenen, totdat de auteur van dit fantastische boek ze er weer uit heeft gehaald.


Zie ook:




vorige       start       omhoog