Toetsenborden, telefoontoestel


Waarom zitten de cijfertoetsen van telefoons op een andere positie dan op het toetsenbord van een pc? Om deze vraag te kunnen beantwoorden moeten we even terug in de tijd. De tijd van de elektromechanische telefooncentrale.

In de jaren 70 kwam de druktoetstelefoon in opkomst. Cijfertoetsen kwamen in de plaats van de bekende kiesschijf. Technisch veranderde er eigenlijk niets: er werd nog steeds gewerkt met elektrische pulsen die naar de telefooncentrale werden gestuurd: één puls bij het cijfer 1, 9 pulsen bij het cijfer 9 en tien pulsen bij het cijfer 0. Maar je kon met een druktoetstelefoon wel sneller een nummer kiezen. Zelfs zo snel dat de elektromechanische centrales het niet goed konden bijhouden. Vooral mensen die gewend waren met rekenmachines te werken konden heel snel getallen intoetsen. Vandaar dat men een truc uithaalde: de cijfertoetsen op telefoons stonden op een andere positie dan die op rekenmachines. Eenzelfde truc is uitgehaald bij de typemachine: om te voorkomen dat de hamertjes in elkaar verstrikt zouden raken, heeft men de toetsen op onlogische plaatsen gemonteerd. Tegenwoordig is dat eigenlijk niet meer nodig: computers hebben geen hamertjes, en telefoons werken niet meer met pulsen maar met tonen. Maar je kunt toetsenborden waaraan iedereen gewend is niet meer veranderen.

In 1978 heb ik over dit vraagstuk een brief gestuurd naar de toenmalige PTT. Daar kreeg ik een vriendelijk antwoord op. Mijn brief en het antwoord waren kennelijk zo belangwekkend, dat ze bewaard zijn gebleven in het Museum voor Communicatie. Dat maak ik op uit dit knipsel uit nrc.next van 15 juni 2007. In de brief die ik in 1978 kreeg stond ook dat ik een keer zou worden uitgenodigd voor een bezoek aan een telefooncentrale. Ik zit nog steeds op die uitnodiging te wachten...


Naarden, 30 juli 1976. Als student verdiende ik wat bij als administratief medewerker op het kantoor van een woningexploitant (Cobouw). Daar heb ik mijn behendigheid op de rekenmachine opgedaan. De telefoons op mijn bureau hadden nog een kiesschijf. Je kon in die tijd ook nog gewoon roken achter je bureau. Pc's had je toen nog niet, wel typemachines (zie links in het midden van de foto). De boekhouding werd op dit kantoor gedaan op grootboekkaarten waar een enorme boekhoudmachine voor nodig was. Die stond vanwege de herrie in een apart kamertje.


Telefooncel met kwartjestelefoon

Spoorwegmuseum, 25 augustus 2008. Telefooncel, in de jaren dertig van de vorige eeuw ontworpen door de architecten Brinkman en Van der Vlugt. Tegenwoordig alleen nog in museale omgevingen te zien.

Spoorwegmuseum Utrecht, 17 februari 2009. Op het perron staat een oude telefooncel met een kwartjestelefoon. Een kwartje was een muntstuk uit het guldentijdperk (waarde ongeveer 11 eurocent). De munten die je in het toestel gooide kon je achter het schuine venstertje zien. Tijdens het gesprek viel dan af en toe een kwartje. De ongebruikte kwartjes kreeg je na het gesprek weer terug. Om een nummer te kiezen moest je aan de zwarte schijf draaien. Ik leg dit maar even uit, want toen ik deze foto maakte hoorde ik een jongetje aan zijn vader vragen hoe zo'n telefoon werkte. Inmiddels loopt er op aarde een generatie rond die niet meer weet wat een kiesschijf is!


Zie ook:




vorige       start       omhoog