|
|
|
Locomotief 4 "Summit", bouwjaar 1883, van de Mount Washington Cog Railway. Cog is het Engelse woord voor rader of tandwiel. Deze toeristische randradbaan rijdt nog steeds met stoom. Deze foto is ergens in de jaren 60 gemaakt. Let op de schuin geplaatste ketel, die moet voorkomen dat de bovenkant van de vuurkist droog komt te staan tijdens de rit op de steile helling. Website www.thecog.com. Foto David K. Johnson, collectie Nico Spilt. |
|
|
|
Pomona, California, 13 maart 2005. Union Pacific X4014, een in 1941 door Alco (American Locomotive Company) gebouwde Big Boy. Deze enorme machines hebben tot begin jaren zestig dienst gedaan. Van de 25 gebouwde Big Boys zijn er acht bewaard gebleven. De Pomona Fairplex, waar deze en vele andere grote jongens staan opgesteld, is een besloten museum dat ongeveer een dag per maand open is voor bezoekers. Foto Peter van Vonderen. |
|
|
|
Utrecht, 28 oktober 2006. Twee jaar geleden was de heer M. Weijers ook aanwezig op Eurospoor met zijn grote houten modellen. In die twee jaar heeft hij een nieuw model gebouwd: de Union Pacific X4015. Omdat hij toch bezig was, heeft hij meteen maar twee exemplaren gebouwd. Het ene exemplaar is blank gelakt, zoals zijn andere modellen, het andere exemplaar is volgens het voorbeeld beschilderd in zwart en zilver. Elke loc weegt 60 kilo. De locs worden aangedreven met touwkracht. Dat systeem is door de heer Weijers (links op de onderste foto) ontworpen. Dat bespaart hem het inbouwen van een motor in elke afzonderlijke loc. Voor meer zie Net echt. |
|
|
|
Haarlem, 30 augustus 2008. Uitstalling van de Dutch Hornby Railway Collectors
Association (www.dutchhrca.com). |
|
|
|
The Texas Special, getrokken door een Bolle Neus. Amerikaanse treinen hebben vaak twee schijnwerpers, die ronddraaiende bewegingen maken of waarvan er één omhoog wijst (Gyralite, Mars Light). Op die manier kan men zo'n trein al van ver zien naderen. Naar een schilderij van Peter Wangard. |
|
|
|
|
|
|
|
Luzern, Verkehrshaus der Schweiz, 11 juli 2007. Schaaluitvoering van een Climax-locomotief, gebruikt voor het rondrijden van kinderen. De Climax-locomotief is een uitvinding van George Gibert uit 1888. De locomotieven werden geproduceerd door de Climax Manufacturing Comp. in Corry, Pennsylvania. De locomotief bestaat uit een frame waarop de ketel, het machinistenhuis en de tender zijn gemonteerd. Het frame rust op twee draaistellen. De wielen van beide draaistellen worden aangedreven via cardankoppelingen en tandwielen. Er zijn ook Climax-locomotieven met drie draaistellen gebouwd. Net als Shay-locomotieven, die volgens een vergelijkbaar principe werkten, werden deze locomotieven veel gebruikt in de bosbouw, waar de kwaliteit van de spoorbaan meestal zeer slecht was. Dankzij hun draaistellen ontspoorden ze niet zo snel als gewone stoomlocs. En dankzij de tandwielen was een hoog aanzetvermogen mogelijk, waar wel een lage snelheid tegenover stond. |
|
|
|
Utrecht, Spoorwegmuseum, 25 mei 1996. Loc 4389 van de SGB. De loc, overgenomen van het Amerikaanse leger, heeft na de oorlog onder nummer 26 dienst gedaan bij de Oranje Nassau-mijnen. |
|
|
|
Loenen, 2 september 2007. Model schaal 1:11 van een 1D-loc van het Amerikaanse leger. Deze locs zijn vanaf 1943 in groten getale gebouwd. Via Engeland kwamen ze terecht in Frankrijk en België, en later ook in het bevrijde zuiden van Nederland. Daar deden ze dienst vanuit de depots Heerlen en Maastricht. Ze hebben geen NS-nummers gekend. In augustus 1945 vertrok het Amerikaanse leger uit Zuid-Limburg en verdwenen ook deze locomotieven uit ons land. In hun plaats kwamen 1D-locs van het Engelse War Department (serie 4300). |
|
|
|
Calais Ville, 24 september 1970. Vertrek van een loctrein bestaande uit 141R 568, 674 en 476. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is een groot deel van het materieel van de Franse spoorwegen verwoest. Om snel het tekort aan locomotieven te verminderen, werd er een grote bestelling geplaatst bij Amerikaanse en Canadese fabrieken. Deze konden een wat verouderd Amerikaans ontwerp leveren, dat geschikt was voor de Franse spoorlijnen. Dit waren de Mikado's (asopstelling 1'D1') van de serie 141R. Het waren, vergeleken met de roemruchte Franse compound-locomotieven, eenvoudige machines. Bijna de helft daarvan is later omgebouwd op oliestook. De locs werden tussen 1945 en 1947 afgeleverd. Van de 1340 bestelde locs hebben er 17 nooit dienst gedaan. Eén loc viel in de haven van Marseille uit de takels, en 16 andere locs liggen ergens op de bodem van de oceaan. Deze locs stonden op het schip Belpamele, dat op 13 april 1947 verging. Het is dus in principe nog mogelijk om het handjevol bewaard gebleven 141R's uit te breiden... |
|
|
|
Bunnik, 7 november 2008. Train Station, Railroad Crossing with Route 66. Aanbieding bij het Kruidvat. |
|
Pennsylvania Railroad. Door Mike Schafer en Brian Solomon. Uitg. MBI Publishing Company, 1997. ISBN 0760303797. Het enorme net van de Pennsylvania Railroad (PRR) strekte zich uit van Chicago en St. Louis, via Pittsburgh tot aan New York en Washington. De basis lag in Altoona, een stadje dat zijn bestaan volledig aan de spoorwegmaatschappij had te danken. Hier bevonden zich de fabrieken waarin de maatschappij haar eigen stoomlocomotieven bouwde. De PRR was een van de laatste maatschappijen die de stoomlocomotief afschafte, maar ze was ook bekend vanwege haar gestroomlijnde elektrische locs, waar ontwerper Raymond Loewy de hand in had. De PRR kende een eigen lichtseinstelsel, waarbij drie witte lampen horizontaal, diagonaal of verticaal in een rij instructies gaven aan de machinist. Die kon de lichtseinen bovendien ook aflezen in zijn cabine. In de jaren zeventig van de vorige eeuw is de PRR roemloos ten onder gegaan in de concurrentiestrijd met de auto en het vliegtuig. |
|
|
Steam Locomotives of the Burlington Route. Door Bernard Corbin en William Kerka. Bonanza Books, New York 1978. ISBN 0517261952. Mooie locs, matig fotowerk. |
|
|
On the 8:02. An Informal History of Commuting by Rail in America. Door Lawrence Grow. Mayflower Books, New York 1979. ISBN 831766077. Dankzij de komst van de trein konden mensen buiten de stad gaan wonen. Zo ontstond de menssoort "forens". In dit boek wordt de geschiedenis van het forensenverkeer beschreven, aan de hand van de situatie rond New York, Philadelphia, Boston en Chicago. |
|
|
All Aboard! The Golden Age of American Rail Travel. Edited by Bill Yenne. Dorset Press, Greenwich, 1989. ISBN 0880293535. Salontafelboek met beelden en verhalen uit de tijd dat de trein hét vervoermiddel was in de Verenigde Staten. |
|
|
All Aboard! Celebrating 100 Years of Lionel Trains. The Story of Joshua Lionel Cowen & His Lionel Train Company. Revised and updated. By Ron Hollander. Workman Publishing, New York 2000, ISBN 0761121331. |
|
|
Twentieth Century Limited. Industrial Design in America, 1925-1939. Door Jeffrey L. Meikle. Temple University Press, Philadelphia 1979. ISBN 0877221588. Boek over de hoogtijdagen van het industrieel ontwerp in de Verenigde Staten. Een van de sleutelwoorden was stroomlijn. Bij snelle locomotieven kun je je daar nog wat bij voorstellen, maar ook koelkasten en puntenslijpers moesten er aan geloven. Een beroemd ontwerper was Raymond Loewy, die verschillende stroomlijnlocomotieven op zijn naam heeft staan. Op het omslag staat een door Henry Dreyfuss gestylde locomotief van de New York Central System, die de 20th Century Limited mocht trekken tussen New York en Chicago. |
|
|
Slow Train to Paradise. How Dutch Investment Helped Build American Railroads. August J. Veenendaal, Jr. Uitg. Stanford University Press, California, 1996. ISBN 0804725179. Uit een recensie in NRC Handelsblad van 17 januari 1997: "Waarom verliep de aanleg van spoorwegen in Nederland zo traag terwijl de Nederlandse financiers zonder aarzeling in zee gingen met onbekende, vaak louche blijkende avonturiers die een enkeltje paradijs beloofden?". Ik bezit ook een radio-interview met de auteur, uitgezonden door de VPRO op 5 januari 1997. |
|
|
Trains and Train People in American Culture. Uitg. Random House, New York 1976. ISBN 0394732375. Boek met foto's, verhalen en liederen, met de Amerikaanse spoorweggeschiedenis als thema. "Trains and the people who worked them, rode them, robbed them - fought for them and died for them - are a good part of the cultural history of this country..." |
|
|
The Railroad Caboose. Its 100 year history, legend and lore. Door WIlliam F. Knapke en Freeman Hubbard. Golden West Books, San Marino, California 1968 (9e druk 1987). William F. Knapke, geboren in 1870, heeft van 1908 tot 1936 dienst gedaan als "conductor" op Amerikaanse goederentreinen. Achter deze treinen hangt altijd een conducteurswagen, in het Amerikaans een caboose geheten. Dit woord is verwant aan het Nederlandse kombuis, de benaming van een kookgelegenheid op het dek van een schip. Een caboose is een rijdende woning voor het treinpersoneel, met woonkamer, keuken en slaapgelegenheid. Na zijn pensioen ontwikkelde Knapke zich tot auteur van diverse boeken, waaronder dit boek waarin hij de geschiedenis van de caboose en zijn eigen ervaringen als conducteur beschrijft. |
|
|
Het ijzeren paard verovert het Wilde Westen. Door C.S. Hagen. Uitgeverij Helmond, 1967. Oorspronkelijke titel Feuerross im Wilden Westen. Met een voorwoord van Marie-Anne Asselberghs, directeur van het Nederlands Spoorwegmuseum. Avonturenboek, waar enige spoorweggeschiedenis doorheen is gemixt. Uit de ronkende flaptekst: "Glimlachende romantiek naast grijnzende realiteit. Dat maakt dan ook de historische waarde uit van dit grootse boek, dat doorspekt is met unieke foto's uit die tijd." Ik kan me niet herinneren dat ik dit boek gelezen heb. |
|
|
Railroad Stories. Spannende en romantische verhalen, gedrukt op goedkoop krantenpapier. Maandelijkse uitgave van de Frank. A. Munsey Company, New York. Dit exemplaar is uit november 1935, en kostte toen 15 dollarcent. |
|
|
De Zephyr. Een treinreis door Amerika. Door Henry Kisor. Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen 1995. ISBN 9025412939. De Zephyr is een "cruiseschip op rails". Met vijfhonderd mensen aan boord reist hij in eenenvijftig uur een half continent over, van Chicago naar San Francisco. De auteur heeft ongeveer 360 pagina's nodig om deze reis te beschrijven. Terloops komen we erachter dat hij doof is; dat belet hem niet om gesprekken met passagiers en treinbemanning te voeren. Lekker leesboek. |
|
|
On the Move. Great transportation photographs from Life. Met 96 fraaie zwartwitfoto's uit de verzameling van Time Inc. ISBN 0821226223. In 2006 voor een tientje bij De Slegte gekocht. Niet alleen treinen. Op het omslag een foto van Horace Bristol uit 1938, waarop een vertrekkende trein van de Southern Railroad is te zien. |
|
|
The Last Steam Railroad in America. Foto's van O. Winston Link, tekst Thomas H. Garver. Uitg. Abradale Press, New York, 2002. ISBN 0810982013. Steam Steel & Stars. America's Last Steam Railroad. Foto's van O. Winston Link, met teksten van Tim Hensley en Thomas H. Garver. Uitg. Harry N. Abrams, New York, 1994. ISBN 0810925877. |
|
|
Railroad 1993 Calendar. Dertien foto's van O. Winston Link. Uitg. Plaizier, Brussel. Van 1955 tot 1960 legde deze fotograaf de laatste stoomlocs vast die op de Norfolk & Western Railway
dienst deden. Het spectaculairst zijn de foto's die hij 's nachts maakte. Daarvoor gebruikte hij een zelfgebouwde
flitsinstallatie, waarbij vele tientallen flitslampen tegelijk werden gebruikt voor één foto. Samen met een
assistent was hij uren bezig om alles in de goede positie te brengen. En dan was het wachten totdat de trein
reed op de plek die hij van tevoren had bedacht. Vaak schakelde hij ook spoorwegpersoneel of de lokale bevolking
in om te dienen als figurant. |
|
A Study of Railway TransportationVol. 1: Teacher's manual. Vol.2: The stories behind the pictures. Uitgegeven door de Association of American Railroads, zesde druk, 1954. Vanaf omstreeks 1942 publiceerde de Association of American Railroads (AAR) een opleidingspakket voor scholieren. Onderdeel van dat pakket waren 56 grote foto's en deze twee begeleidende boekjes voor de leraren. |
|
Zie ook: