Vraagbaak

Zie ook de alfabetische index en de thema's spoortechniek en spoortermen.



De machinist (1)

Mensen vragen mij weleens: Nico, is dat nou niet moeilijk, zo'n trein besturen?
Dan zeg ik: goed op de seinen letten, dan kun je weinig fouten maken.


De machinist (2)

Koploper, 2 oktober 2008. Mensen vragen mij weleens: machinist, is dat geen zwaar beroep? Dan zeg ik: ik denk dat het een vrij zwaar beroep is. Het rijden op zich is niet moeilijk: je zit in een makkelijke stoel en je hoeft tegenwoordig alleen nog maar een pienter pookje te bedienen. Maar je moet wel voortdurend opletten, en je moet ook tegen onregelmatige diensten kunnen. Vandaar dat ik geen machinist ben geworden: ik heb gekozen voor een rustige en zekere toekomst in de bankwereld (ik werk al bijna dertig jaar bij Fortis). Maar als de kans zich voordoet laat ik mij een ritje niet ontzeggen. Zo werd ik onlangs gebeld door een machinist die zijn trouwdag was vergeten. Dat zou natuurlijk oorlog worden. In paniek belde hij mij op. "Geen probleem," zei ik, "als jij zorgt dat ik de sleuteltjes krijg, dan neem ik die late dienst wel van je over."


De stoommachinist

Mensen vragen mij weleens: Nico, is dat nou niet moeilijk, zo'n stoomlocomotief bedienen? Dan zeg ik: vergelijk het met een auto, maar dan zonder stuur. Het moeilijkste, het sturen zelf, hoef je op een locomotief dus niet zelf te doen.

Verder is het ongeveer hetzelfde. Een auto rijdt op benzine, dus je moet zorgen dat er genoeg benzine in de tank zit. Een stoomlocomotief gebruikt water, dus er moet genoeg water in de ketel zitten. Naar de ontsteking heb je bij een auto geen omkijken: daar zorgen de bougies voor. Bij een stoomlocomotief heb je een stoker die voor het vuur zorgt. De brandstoftoevoer regel je bij een auto met het gaspedaal. Bij een locomotief gebruik je de regulateur (grote hefboom in het midden) om de stoom naar de cilinders te voeren. Een stoomlocomotief heeft net als een auto ook een versnelling: dat is het ganghendel. Dit wordt bediend via een draaiwiel waarmee de stoomtoevoer naar de cilinders kan worden verminderd zodra de locomotief op snelheid is. Met het ganghendel kan de locomotief ook in z'n achteruit worden gezet. Verder zijn er twee remsystemen: een voor de locomotief zelf, en een voor die van de trein. Op tijd remmen kan lastig zijn, maar verder is het appeltje-eitje.

Hiernaast: loc 44 276 en loc 50 975 van het Deutsches Dampflokomotiv-Museum (17 augustus 2005). Hieronder: Beierse compoundlocomotief S 2/6 in het Verkehrs-museum Nürnberg (16 augustus 2005) en loc "Longmoor" in het Spoorwegmuseum Utrecht (30 augustus 2005).

 

De Chinese machinist

York, National Railway Museum, 24 juni 2008. Mensen vragen mij weleens: Nico, is dat nou niet moeilijk om met zo'n Chinese stoomloc te rijden? Dan zeg ik: dit is gewoon een in Engeland gebouwde loc. Alleen de opschriften in de cabine zijn lastig als je geen Chinees leest, maar gelukkig hangen er bordjes bij met de Engelse vertaling.


De Wadlopermeester

Nijmegen, 26 januari 2008. Mensen vragen mij weleens: Nico, zo'n Wadloper, komt daar nog veel bij kijken? Dan zeg ik: een dieselhydraulische aandrijving is een gecompliceerd stukje techniek, maar als machinist heb je daar geen weet van. Vergelijk het met een stadsbus met automatische versnelling. Wel goed op de seinen letten, want je rijdt vaak over enkelspoor. En het wijkt lastig uit als je geen stuur hebt!


De Zwitserse machinist

Luzern, Verkehrshaus der Schweiz, 11 juli 2007. Cabine van SBB-loc 11852. Mensen vragen mij weleens: Nico, is dat nou niet moeilijk, zo'n grote dubbellocomotief bedienen? Dat valt wel mee, zeg ik dan. Kijk maar eens hoe weinig knopjes er op zitten. Het zwarte ding boven mijn hoofd is de hendel van de tyfoon. Merk op dat de machinist rechts staat (of zit op zijn klapbankje), terwijl de treinen in Zwitserland links rijden.


De Duitse machinist

 

Rotterdam, 21 december 2005. Mensen vragen mij weleens: Nico, is dat nu niet ontzettend ingewikkeld, zo'n driecilinderlocomotief? Dan zeg ik: twee of drie cilinders, dat maakt op die Duitse eenheidslocomotieven niet uit, want dat zijn Pruisische machines. En in Pruisen moesten ze niks hebben van compoundlocomotieven, want daarvoor moet je veel te veel investeren in de vakkennis van je machinisten. In Beieren, Oostenrijk en vooral Frankrijk hebben met groot succes compoundlocomotieven dienst gedaan. Franse machinisten waren vergroeid met hun locomotieven; die konden ze geblinddoekt uit elkaar halen en weer in elkaar zetten. De 01 1075 is gewoon een locomotief met enkelvoudige expansie. Die middelste cilinder hoeft de machinist dus niet apart te bedienen.


De locomotiefconstructeur

Spoorwegmuseum Utrecht, 5 mei 2008. Mensen vragen mij weleens: Nico, is het bouwen van een stoomlocomotief niet vreselijk ingewikkeld? Dan antwoord ik: een stoomlocomotief is in wezen niet meer dan een grote fluitketel op wielen, zoals een auto eigenlijk een koektrommel op wielen is. Het moeilijkste onderdeel is, net als bij de auto, het motorblok. Bij een stoomlocomotief is dat het cilinderblok. Hierin wordt de energie van de stoom omgezet in beweging. Het cilinderblok op deze foto is van een 6300 (namwelijk de 6322), de zwaarste tenderloc die de NS heeft gehad. Deze loc had vier cilinders (het is echter geen compoundlocomotief). Het merendeel van de locomotieven heeft twee cilinders, maar er zijn ook locomotieven met drie cilinders gebouwd. Over het algemeen geldt: hoe meer cilinders, hoe rustiger de loc loopt en hoe minder indrukwekkend het geluid. In het Spoorwegmuseum staat een complete 6300 in een donkere ruimte. Dat er ook een cilinderblok bewaard was gebleven wist ik niet. Misschien iets voor een museumbedrijf dat een eigen loc wil bouwen? Het moeilijkste onderdeel is er al!


De overwegwachter

Hilversum, 25 oktober 2007. Mensen vragen mij weleens: Nico, is dat nou niet moeilijk, zo'n overweg bewaken? Dan antwoord ik: vreselijk moeilijk is het niet. Er kan op zichzelf weinig fout gaan. Je hoeft niet bang te zijn dat er een trein voorbij komt voordat de bomen gesloten zijn, want dat is allemaal beveiligd. Je moet er vooral op letten dat je geen mensen opsluit tussen de bomen, of dat iemand een spoorboom op z'n hoofd krijgt. Verder moet je zien te voorkomen dat de bomen te lang gesloten blijven, want daar maak je weinig vrienden mee. Er wordt vaak gezwaaid, maar meestal gebeurt dat met één vinger. (Op de foto de knoppenkast van de "grote spoorbomen" in Hilversum. Hoewel deze spoorbomen sinds december 1996 werden bediend vanuit post Amersfoort, kon de bediening zonodig ook lokaal plaatsvinden. Een week na het maken van deze foto werd deze overweg definitief gesloten.)


De seinhuiswachter

Amersfoort, 10 juni 2007. Mensen vragen mij weleens: Nico, zo'n seinhuis, is dat niet moeilijk te bedienen? Dan zeg ik: je moet een beetje stressbestendig zijn, maar wie vroeger veel geoefend heeft met zijn modelbaan, die redt het wel. Je begint op een kleine post, waar maar weinig treinen komen, en uiteindelijk kom je dan op een groot station terecht. Op tijd de juiste knoppen indrukken, daar komt het eigenlijk op neer. (Op de foto het vroegere NX-bedieningstoestel van Naarden-Bussum. Dit station wordt sinds 1996 vanuit post Amersfoort bediend. NX-posten zijn nergens meer in gebruik.)


De automobilist

Mensen vragen mij weleens: Nico, autorijden, is dat nou niet moeilijk? Dan zeg ik: ik vind het niet moeilijk. Op mijn negentiende haalde ik in één keer mijn rijbewijs, na 20 rijlessen. Nou had ik voor die tijd al veel gereden op een heftruck, dus met achteruit inparkeren en dergelijke had ik geen problemen. Autorijden vind ik nog steeds leuk, maar alleen als het geen verplichting is. Voor mijn werk reis ik vrijwel altijd per trein.


De piloot

 

PH-GYS, 25 april 2003. Op weg van Lelystad naar Texel. Mensen vragen mij weleens: Nico, zo'n vliegtuig besturen, is dat nou niet moeilijk? Dan zeg ik: dat is best wel even wennen. Want je kunt niet alleen heen en weer, maar ook op en neer. Verder is het net als autorijden. Denk eraan dat je in de lucht altijd rechts moet houden.


De bierbrouwer

Alkmaar, biermuseum "De Boom", 29 april 2008. Mensen vragen mij weleens: Nico, is dat nou niet moeilijk, zelf bier brouwen? Dan zeg ik: als je maar zorgvuldig het recept volgt kan het bijna niet misgaan. Bier is eigenlijk toevallig ontstaan, door een fout bij het bereiden van brooddeeg. Vroeger dronken mensen water uit de gracht. Daar werden ze ziek van. Maar als je er eerst mout, hop en gist aan toevoegt en een poosje wacht, dan verandert het grachtwater in bier. Daar word je niet ziek van en het smaakt nog lekker ook. Vroeger werd bier lokaal gebrouwen. In elke stad waren diverse brouwerijen actief. Tegenwoordig wordt het meeste bier industrieel bereid, maar de ingrediënten zijn nog steeds hetzelfde. Ik heb het dan niet over bier waar allerlei liflafjes aan zijn toegevoegd, maar over eerlijke goudgele rakkers.
Meer over het zelf brouwen van bier: De zin van het bestaan. Boek: Wandelen over de Bierkaai.


Lezersvraag

Geachte heer Spilt, ik kijk vaak op uw prachtige site, altijd weer een genoegen om te bekijken. Ik heb een vraag: kunt u mij zeggen waarom in Duitsland de treinen altijd veel harder de stations binnenrijden dan in Nederland?

Ik heb dit eens nagevraagd bij wat mensen die er verstand van hebben. Het heeft veel te maken met de wissels: in Nederland liggen op stations wissels die maximaal 40 km/uur bereden mogen worden. In Duitsland worden vaak "snellere" wissels toegepast. Ook het verschil in beveiliging speelt een rol: de Nederlandse ATB controleert op een andere manier dan het Duitse Indusi, waardoor men in Duitsland vaak later kan beginnen met remmen. Verder zal ook de opleiding van machinisten een rol spelen; in Nederland wordt aandacht besteed aan rustig afremmen en optrekken, terwijl men in Duitsland van opschieten houdt. Overigens zijn er ook verschillen tussen individuele machinisten. Ook in Nederland rijden wel "sportieve" types rond die op het laatste moment gaan afremmen. Niet echt comfortabel voor de reizigers, en er gaat ook weleens wat mis op die manier.




How it works

Triumps of engineering. A record of great modern achievements in man's difficult and dangerous conquest of nature.

Everyday things and their story. The romantic story of modern industry and how it supplies our daily needs.

The secrets of other people's jobs. The story of Great Britain's industries and the workers who man the machines. (1944)

How it works and how its done. Water at work - it's use and storage. Servants of transport - railways, trams, buses. Slaves of steel - machines that lift and carry. Miracles of flight - how man grew wings. Salvage under the sea - how the diver works. Mechanism of clocks. Marvels of the telephone. Calling all nations - wonders of wireless.

Deze boeken zijn in de jaren 40 uitgegeven door Odhams Press Limited in London. Het laatst genoemde boek is geschreven door Ellison Hawks, in de andere delen wordt geen auteur vermeld. Met veel foto's en (opengewerkte) tekeningen.

Meer boeken over techniek en wetenschap.



Zie ook:




vorige       start       omhoog