|
Nederlandse front- en sluitseinen (L-sein, A-sein)Tot 1963 hadden Nederlandse treinen twee frontseinen. Op 18 maart 1963 is het zogeheten "L-sein" ingevoerd. De bedoeling van het derde sein was om treinen beter te kunnen onderscheiden van het wegverkeer. Aanvankelijk ging het om een echt L-sein: als je tegen de trein aankeek, brandde het frontsein linksboven. Na enkele maanden, op 20 mei 1963, werd echter overgegaan op een "omgekeerd L-sein": voortaan moest het frontsein rechtsboven branden. Deze maatregel werd genomen omdat de machinisten bij mist hinder bleken te ondervinden van het linker frontsein (dat immers vanuit de machinist gezien op de seinen rechts langs de baan scheen). De sluitseinen konden van oudsher drie kleuren tonen: rood, geel en wit. De machinist kon met een enkele handbeweging een andere kleur voor de lamp draaien. Hiermee konden verschillende seinbeelden worden getoond om sein- en overwegwachters te waarschuwen dat ze een extra trein moesten verwachten. Ook kon worden aangegeven dat de trein verkeerd spoor reed: in dat geval brandde er één rood licht boven de twee frontseinen. Deze seinbeelden zijn in 1963 vervallen of later in onbruik geraakt. Het L-sein kon dus eenvoudig worden getoond door van een van de sluitseinen het rode glaasje weg te draaien. Het andere sluitsein bleef dan uiteraard gedoofd. De vooroorlogse DE3-stellen hadden tussen de twee sluitseinen nog een derde glas zitten. Dat was bedoeld voor een schijnwerper, die deze treinstellen echter nooit hebben gekregen. Bij een deel van het materieel was het L-sein niet van toepassing. In 1963 reden namelijk loc 2801, de nieuwe DE3-stellen en treinstel 501 al rond met een derde frontsein in het midden. Ook de locs 2201 t/m 2225 hadden een extra sein in het midden gekregen, om dienst te mogen doen op Duitse grensbaanvakken. In Duitsland was het "A-sein" namelijk verplicht, hoewel de treinen overdag in Duitsland met gedoofde frontseinen reden. De frontseinen van Nederlandse treinen zijn van oudsher geel. Bij treinen die in het buitenland kunnen komen zijn de frontseinen wit, want dat is in de meeste landen verplicht. |
Bijzondere treinseinbeeldenBijzondere treinseinbeelden die nog steeds worden gebruikt zijn het rangeersein (één frontsein aan beide zijden van de trein) en het gevaarsein (twee rode en een of meer witte/gele lampen). Belgische treinen kunnen bij gevaar de twee witte frontseinen afwisselend laten knipperen. Amerikaanse treinen hebben vaak twee schijnwerpers, die ronddraaiende bewegingen maken of waarvan er één omhoog wijst (Gyralite, Mars Light). Op die manier kan men zo'n trein al van ver zien naderen. Stoomtreinen droegen aanvankelijk overdag geen verlichting. 's Avonds werden er olielampen gebruikt. Soms werd met gekleurde glazen gewerkt om boodschappen door te geven aan personeel langs de baan. In Groot-Brittannië bestond op dit gebied een uitgebreide cultuur. Allerlei lampcombinaties waren mogelijk om informatie door te geven over het soort trein. Overdag werden in plaats van lampen witte schijven gebruikt. Later gebeurde dit met grote lichtbakken waarin letters en cijfers werden getoond. Tot zover de frontseinen. Wanneer de trein voorbij is zien we de sluitseinen. Overdag waren dat vroeger sluitborden. Tegenwoordig zijn dat vaak twee rode lampen. Vroeger werden ook wel speciale seinbeelden gevormd om seinwachters te informeren. Bij goederentreinen werd in Nederland jarenlang een knipperlicht gebruikt, maar tegenwoordig gebruikt men alleen reflecterende sluitborden. Je ziet weleens treinen met twee witte lichten achterop. Dat sein betekent dat er iemand heeft lopen suffen.
|
|
|
|
Nabij Hollandsche Rading, 8 september 1973. Loc 1312 nadert de camera met een trein naar
Utrecht. |
|
|
|
Utrecht, 30 juni 1986. Loc 1314 met een trein uit Duitsland. De loc is gerenoveerd. Hierbij zijn de hoge hoekseinen komen te vervallen. In plaats daarvan heeft de loc nu een "echt" A-sein en twee grote sluitseinen gekregen. Links op de foto het postkantoor dat inmiddels plaats heeft gemaakt voor Hgb 4. |
|
|
|
Hilversum, 23 oktober 1968. Locomotor 306 op spoor 1, ter hoogte van de losplaats. |
|
|
|
Sluitborden op het laatste rijtuig van een uit Den Bosch vertrekkende trein. De foto is rond
1950 gemaakt |
|
|
|
Utrecht CS, 3 maart 1969. Treinstel 183 komt als rangeerdeel (dus met één frontsein brandend) uit de dieselloods. Volgens de regels moet achterop het treinstel eenzelfde sein branden. Rechts seinpost A. |
|
|
|
Een van de cabines van treinstel 273, 17 april 2004. De twee lampen boven de cabineramen (de hoekseinen) kunnen met zwarte huishoudschakelaars worden aan- of uitgezet. Met de gele handels kunnen gekleurde glazen voor de lampen worden gedraaid. We bevinden ons in de achterste cabine van een rijdende trein. De twee seinen geven daarom rood licht. De andere mogelijkheden zijn geel (niet meer in gebruik) en wit (derde frontsein). |
|
|
|
Oldenzaal, 9 augustus 2005. Rood knipperlicht als sluitsein. Dit wordt tegenwoordig niet meer gebruikt; in plaats daarvan worden achterop goederentreinen reflecterende sluitborden geplaatst. Volgens voorschrift zijn twee sluitborden verplicht, maar uit onverschilligheid is het er ook weleens één. Let op de remslof die moet voorkomen dat de wagen spontaan wegrolt. |
|
|
|
|
Leeuwarden, 28 december 2006. Twee ICM'en die beide het gevaarsein tonen: een witte koplamp en twee rode sluitlichten. Dit sein wordt gebruikt om tegemoetkomende treinen te waarschuwen dat er een ongeval is gebeurd. Op deze kopsporen heeft het sein een andere betekenis: er wordt mee aangegeven dat de stuurstroom van de trein aan die zijde nog is ingeschakeld. Dit is een ongeschreven locale regel in Leeuwarden. In Den Haag Centraal geeft men dit aan door de cabineverlichting te laten branden. Foto en toelichting Hendrik Spek.
|
|
|
|
Maastricht, 1988. De trein naar Aachen maakt kop; de machinist plaatst rode glazen op Akkutriebwagen 515 633. Foto Fokko Dijkstra. |
|
|
|
Haarlem, 15 juni 2011. De machinist van Sprinter 2142 is bij het kopmaken een schakelaar vergeten, waardoor de trein nu het gevarensein toont. Foto Francesco Biondina. |
De loensende treinFrontseinen van treinstel 273. Wie de lampen vergelijkt, ziet dat het ene glas ongeveer 30 graden is verdraaid ten opzichte van het andere. De trein loenst: de twee lichtbundels zijn niet evenwijdig. Een van de lichtbundels (ten opzichte van de machinist de rechter) wijst een beetje opzij. De bedoeling hiervan is licht te laten vallen op de reflecterende borden langs het spoor. |
|
|
|
|
Wpl Asd Zaanstraat, 30 november 2008. Plan V-treinstellen 885 en 887, met gele gloeilampen resp. witte leds. |
|
|
|
The Texas Special, getrokken door een Bolle Neus. Amerikaanse treinen hebben vaak twee schijnwerpers, die ronddraaiende bewegingen maken of waarvan er één omhoog wijst (Gyralite, Mars Light). Op die manier kan men zo'n trein al van ver zien naderen. Naar een schilderij van Peter Wangard. |
Zie ook het thema Nummersysteem Britse locomotieven.
|
|
|
Een "Bulleid Pacific" van de Southern Railways is met de Golden Arrow op weg naar Parijs. De loc heeft voorop twee witte schijven, op de plaats waar 's nachts witte lampen branden. De loc heeft nog andere ophangpunten voor schijven of lampen, zodat er allerlei combinaties mogelijk zijn. Op latere locomotieven werd gewerkt met een "train reporting number" in plaats van een headcode met witte schijven. Naar een schilderij van Roland Davies. |
|
|
|
|
|
Bw Köln-Eifeltor, 14 augustus 1970. Loc 051 788 met Schlußsignal (Zg 4). |
|
|
|
Auto's hebben twee koplampen, maar de eerste 2CV had er maar één (aan de bestuurderszijde). Er zijn ook auto's gebouwd met drie koplampen, zoals de Tatra T603. Tekening Skodaman, http://blog.seniorennet.be/skodaman. |
Zie ook: