Haarlem



Haarlem heeft verschillende stationsgebouwen gehad. Om te beginnen een houten noodgebouw, dat dienst deed toen in 1839 de eerste treinen tussen Amsterdam en Haarlem reden. Al een paar jaar later waren er voldoende financiŽle middelen voor een echt stationsgebouw. F.W. Conrad ontwierp toen vier neo-classicistische gebouwen voor Amsterdam Willemspoort, Haarlem, Leiden en Den Haag. In 1867 werd het stationsgebouw van Haarlem ingrijpend verbouwd door P.J. Mouthaan. Zo kwam er over de hele lengte een verdieping bovenop, en werd de ingang gewijzigd. Van de oorspronkelijke stijl (nep-Griekse tempel) was toen niets meer over.

Vanaf 1905 werden het station en de perrongebouwen vervangen door de gebouwen die er nu nog steeds staan. Het ontwerp is van D.A.N. Margadant. Het is het enige station in Nederland dat in Art Nouveaustijl is gebouwd. De wachtkamers en de restauratie zijn op het eilandperron gevestigd. Behalve het eigenlijke stationsgebouw is er een tweede gebouw (links op de foto) dat als uitgangsgebouw fungeerde. Op het eilandperron staan vier gebouwen met diverse functies, waaronder wachtkamers voor de verschillende klassen en aparte wachtkamers voor dames - en zelfs een "wachtkamer voor krankzinnigen". De vele Art Nouveaudecoraties zijn eveneens ontworpen door Margadant. Het station is een beschermd monument. Helaas wordt het voorplein tegenwoordig ontsierd door gebouwen die er niet zouden moeten staan. Margadant heeft ook de stationsgebouwen van Den Haag HS en Lisse ontworpen. Foto: prentbriefkaart uit omstreeks 1940.



 

Haarlem, 26 juli 1970. Treinstel 444. Tweede foto: 31 juli 1970. NMBS-stel 220.901.


 

Machinist op treinstel 511, onderweg van Den Haag HS naar Haarlem op 31 juli 1970. Tweede foto: dit treinstel na aankomst in Haarlem; daarachter treinstel 436.


Haarlem, 26 mei 1973. Treinstel 1205 is achter treinstel 220.904 onderweg van Amsterdam naar BelgiŽ. Van de 1205 is in 1990 een kop afgesneden die toen werd opgesteld bij station Rotterdam Blaak, bij het informatiecentrum over de bouw van de nieuwe spoortunnel. Deze kop, geel geschilderd en genummerd ABk 1990, heeft daar tot ongeveer 1993 gestaan. Van de Beneluxstellen is alleen NMBS 220.902 bewaard gebleven. Deze bevindt zich in vrij slechte staat in Leuven.


Haarlem, 11 augustus 1977. Stuurstandrijtuig van een Beneluxtrein.


Haarlem, 11 augustus 1977. Art nouveau in optima forma.

 

Station Haarlem met links de fabriek van Beijnes. Collectie Klaas van Giffen.


Open dag, 16 oktober 1979

Haarlem, 16 oktober 1979. Tijdens een open dag werd herdacht dat 140 jaar eerder de spoorlijn Amsterdam-Haarlem werd geopend. Deze ontsporing van treinstel 702 stond niet op het programma. Foto Emile Albers.

Haarlem, 16 oktober 1979. Foto Wijnand Vols.

Haarlem, 16 oktober 1979. Foto Wijnand Vols.

Haarlem, 16 oktober 1979. Een pas gereviseerde DE2 pendelde tussen het station en het emplacement. Foto Wijnand Vols.

Haarlem GE, 16 oktober 1979. Proefloc 1600P die enige tijd in Nederland heeft gereden. Foto Wijnand Vols.

Haarlem GE, 16 oktober 1979. Een van de ongevallenkranen van NS. Foto Wijnand Vols.


 

Haarlem, 21 augustus 1998. Loc 1307 met een intercity naar Limburg. Achterop de trein loopt een fietsrijtuig (Df).


Haarlem, 21 augustus 1998. Treinstel 501, afwijkende eenling in de serie Plan T. Daarachter een trein van Lovers Rail.

Het meest opvallende verschil met de andere vierwagenstellen is het motorrijtuig: bij prototype 501 was dat een AD-rijtuig, bij de rest een B-rijtuig. Ook de schuifdeuren van de bagageruimte wijken af. De eerste paar jaar had de 501 ook lage koppelingen. Vanwege de afwijkende indeling waren er geen bakwisselingen mogelijk met andere treinstellen. In 2003 is het treinstel gesloopt.


 

Haarlem, 21 augustus 1998. De door Lovers Rail van de NMBS gehuurde loc 2555 staat op het punt te vertrekken naar Amsterdam. De trein bestaat uit Belgische rijtuigen, waaronder een oranje pakwagen type Dms.


Haarlem, 16 september 2005. Motorrijtuig C9002 "Jaap" onder de kap van zijn thuisbasis Haarlem. Foto Patrick Esseling.


Haarlem, 11 november 2006. Mijn eerste blik in een boek waaraan ik een bescheiden bijdrage heb mogen leveren.


Haarlem, 12 november 2009. Luidspreker met het oude Philips-logo. Daaronder een stationsklok van het merk T&N: Telefonbau und Normalzeit Lehner & Co.


Haarlem, 12 november 2009. Tegeltableau, aangeboden door de Bond van Gepensioneerden bij de Ned. Spoor- en Tramwegen ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de spoorwegen op 20 september 1939.


Open dag, 30 augustus 2008

Haarlem, 30 augustus 2008. In Haarlem vond een open dag plaats vanwege het honderdjarige bestaan van het stationsgebouw. Er was ook een materieelshow: voornamelijk het bekende klassieke materieel, in een bijna niet te fotograferen opstelling. Een Blokkendoos en een stoomtrein pendelden tussen Haarlem en Zandvoort, in de normale dienstregeling. Ook op deze dag ben ik diverse keren begroet door bezoekers van mijn site. Eťn bezoeker, Twan Klein, wilde zelfs met mij op de foto. Ik begin me een beetje een popster te voelen! Twan schreef: "Hier is de foto die mijn moeder gisteren maakte. Omdat ik zovaak op jou site kijk, ben ik dus ook met een site begonnen. Ik bewerk ook foto's en zet ze erop. Dit is het adres: www.treinfanaat.websitemaker.nl/home".


Haarlem, 30 augustus 2008. Treinen van de Dutch Hornby Railway Collectors Association. Dit is een model op schaal 0 uit 1935 van de Burlington Zephyr, gebouwd door Western Coil & Electric.


Haarlem, 30 augustus 2008. Loc 1202 roept reminiscenties op aan de decennia waarin deze stoere locs het sneltreinverkeer tussen Zandvoort en Limburg onderhielden. Alleen het dozijn blauwe Plan E-rijtuigen ontbreekt.

Haarlem, 30 augustus 2008. Spot the Webmaster! In de achtergrond motorrijtuig C9002 "Jaap" met twee blokkendoosrijtuigen van de SGB. Foto Govert Schipperheijn.


Haarlem, 30 augustus 2008. Ook de nieuwe VIRM gaf acte de prťsence. Ik heb alleen even de machinistencabine bekeken, want het interieur ga ik nog vaak genoeg zien. Een mooi instrumentenpaneel, alleen blijf ik mijn bedenkingen houden tegen de hoeveelheid lampjes, metertjes en schermpjes waar de machinist door kan worden afgeleid. Een machinist moet naar buiten kijken, anders kun je treinen net zo goed helemaal automatisch maken. Een stopcontact voor de ventilator ontbreekt niet. Grapje. De airconditioning in de machinistencabine schijnt bij deze versie helemaal in orde te zijn.


Haarlem, 30 augustus 2008. Instrumentenpaneel uit een Hondekop.


Haarlem, 30 augustus 2008. Treinstellen 4032 en 2939, beide onlangs gemoderniseerd. Links daarvan de nieuwste VIRM. Voor de nummerfreaks is een bijzonderheid dat de rijtuigen van deze treinstam een twaalfcijferige UIC-code dragen, zoals 94 84 4921 260-4 (921 260 correspondeert met de bakcode die van oudsher bij treinstellen wordt gebruikt). Uw webmaster werd bij zijn onderzoek betrapt door Marc van Dijk.


Haarlem, 30 augustus 2008. Ook treinstel 766 was aanwezig. Geel met groene trapjes. In het zonlicht ziet het treinstel er goed uit, maar het is dringend aan een revisie toe. Laten we hopen dat de organisatie rond deze Hondekop hier de kracht voor weet op te brengen.


Haarlem, 30 augustus 2008. Treinstel 508 begint aan een rit over de Oude Lijn. Dit zal zo ongeveer het oudste nog dienstdoende treinstel van NS zijn. De eerste stellen van Plan T zijn te herkennen aan de ventilatiekappen boven het motorrijtuig. Aanvankelijk werd de koellucht voor de tractiemotoren vanaf de onderkant van de trein aangezogen. Dat leverde al snel problemen op, doordat die openingen verstopt raakten door stof en vuil. De ventilatieopeningen zijn later naar het dak verplaatst. Bij de bestelling van IRM, dertig jaar later, werd dezelfde fout gemaakt. En over weer dertig jaar, wanneer er een nieuwe trein wordt ontworpen, roept iemand: weet je wat, we doen de ventilatieopeningen onder de trein, veel handiger!


Haarlem, april 1951. Het onderstation van Haarlem, een ontwerp van ir. Schelling. Dit onderstation werd gevoed met een 50.000 Volt-verbinding vanuit het GEB Amsterdam en de PEN-centrale Velsen. Het Haarlemse onderstation leverde ook de stroom voor het onderstation in Santpoort. De trein op deze foto (treinstel 446) nadert station Haarlem vanuit de richting Rotterdam. De foto is gemaakt vanaf post Zspl. Foto collectie Klaas van Giffen. Zie ook bovenleidingkruis Haarlem.


Tot gerief van de reiziger. Vier eeuwen Amsterdam-Haarlem. Door Willem van der Ham. SDU uitgeverij, 's-Gravenhage, 1989. ISBN 9012063124. In 1839 werd de eerste spoorlijn in Nederland geopend, tussen Amsterdam en Haarlem. Voor die tijd bestond de verbinding tussen deze twee steden uit een trekvaart en een straatweg. Ook na de aanleg van de spoorweg werd het traject vaak gekozen om nieuwe ontwikkelingen op het gebied van verkeer en communicatie te beproeven. Voorbeelden hiervan zijn de telegraafverbdining, de internationale telefoonlijn en de eerste elektrische tramweg.


Shell-journaal van monumenten van bedrijf en techniek. Door dr. J.M. Fuchs en W.J. Simons. Uitgegeven door Shell Nederland als relatiegeschenk bij de jaarwisseling 1976-1977. Aandacht voor het onderwerp industriŽle archeologie. Op het omslag een foto van het stoomgemaal "De Cruquius", een van de drie gemalen waarmee de Haarlemmermeer is drooggemalen. Dit gemaal heeft gewerkt van 1849 tot 1933 en is nu een museum.


Haarlem en zijn Openbaar Vervoer. G.J. de Swart. Schuyt & Co, Haarlem. Boekje (44 blz.) uit 1975. ISBN 9060970594.

Op het omslag de Grote Markt van Haarlem, met paardetrams en Sint-Bavokerk, in 1907.


Station Haarlem. Hollandsche sporen door Haarlem en omgeving. Door Klaas van Giffen. Uitgeverij SpaarenHout, Haarlem 2006. ISBN 9086830048. Rijk geÔllustreerd boek van meer dan 475 pagina's. Met een kleine bijdrage van uw webmaster. Zie ook het thema Presentexemplaren.


Sporen. Een zoektocht langs de resten van de Haarlemmermeerlijnen. Door Wim Wegman. Uitg. HDC Media, 2007. ISBN 9077842041.

Enkele tientallen jaren lang, van 1912 tot 1935, lag er een uitgebreid netwerk van spoorlijnen in de Haarlemmermeerpolder. Dit is een gebied dat wordt begrensd door Amsterdam, Haarlem, Leiden en Utrecht. Dit netwerk werd geŽxploiteerd door de Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij (HESM). In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, reden er geen elektrische treinen maar stoomtreinen. De exploitatie is nooit lonend geweest. De opkomst van de bus betekende de genadeslag voor de HESM. In dit boek onderneemt de auteur een speurtocht naar de restanten van het netwerk. Een deel ervan is tegenwoordig in gebruik bij de Elektrische Museumtram Amsterdam (EMA), die als uitvalsbasis het prachtige Haarlemmermeerstation in Amsterdam heeft.


Zie ook:




vorige       start       omhoog