door Edward BaryVroeger waren er veel mensen betrokken bij het regelen van de treindienst. Zo waren in Hilversum vier seinhuizen nodig voor de bediening van de seinen en wissels, alsmede een aantal wachtposten voor de bediening van de overwegen. Tegenwoordig gebeurt het grootste deel automatisch. De treindienstleider zit op kilometers afstand achter een paar beeldschermen. Over hoe het er vroeger aan toeging kunt u hieronder lezen. |
Post TEen markant object uit het Hilversumse straatbeeld gaat verdwijnen: het zandgele gebouwtje aan de spoorwegovergang in de Larenseweg/Stationsstraat zal begin 2008 - na 50 jaar dienst - gesloopt worden als gevolg van de nieuwe sporenlay-out die ontstaat door de tunnelbouw voor voetgangers en fietsers onder het station en de aanleg van het derde perron (zie thema Ombouw Hilversum).
Dit sein- en relaishuis heeft dienst gedaan van 2 maart 1959 tot 16 december 1996. Sindsdien vindt de bediening van de wissels en seinen op het emplacement, inclusief de bediening van de overweg, plaats vanuit Amersfoort. Het gebouw bevatte een bedieningsruimte voor de treindienstleider (post T) en een technische ruimte voor de relaisapparatuur. Dit laatste is nog steeds operationeel; na verplaatsing hiervan (en het onderbrengen ervan in een nieuw beveiligingssysteem, VPI (Vital Processor Interlocking), zal het seinhuis gesloopt kunnen worden en komt ruimte vrij voor verlenging van de perrons. Bij het in gebruik komen van de nieuwe tunnel zal de overweg komen te vervallen.
HistorieIn de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog werd door NS volop gewerkt aan de wederopbouw van door oorlogsschade vernielde railinfrastructuur. Bruggen, stationsgebouwen, emplacementen en bovenleidingen werden in snel tempo hersteld en weer bruikbaar gemaakt. Het station Hilversum en het emplacement hebben nauwelijks oorlogsschade geleden. Vanaf 1950 kwam ruimte en geld beschikbaar om het Nederlandse spoorwegnet te moderniseren. Het ingevoerde seinstelsel 1954, de invoering van moderne daglichtseinen (i.p.v. mechanische armseinen), spoordetectie, relaistechniek en de invoering van (halve) automatische overwegbomen (ahobs) maakten het mogelijk ook de beveiliging te moderniseren. In de tweede helft van de jaren vijftig werd de beveiliging bij NS op grote schaal gemoderniseerd. Zo werd vanuit Amerika (waarop Nederland in die tijd sterk georiënteerd was in het kader van de Marshallhulp, zie bronvermelding) de moderne stationsrelaisbeveiliging met het centraal gestuurde NX-bedieningssysteem en seinen met lampen, de zogenaamde daglichtseinen geïntroduceerd. Vrijwel alle stations bij NS kregen (vroeger of later) deze moderne beveiliging of de vereenvoudigde (en goedkopere) vorm daarvan, AR (All Relayed). Door de centrale bediening van emplacementen kwamen veel mechanische seinhuizen en wachtposten te vervallen en werden gesloopt. In de personeelskosten kon daardoor aanzienlijk bespaard worden: centrale seinhuizen behoefden minder personeel dan de vele mechanische seinhuizen en wacht- en blokposten. Ook de invoering van het automatisch blokstelsel speelde daarbij een belangrijke rol.
De (stoom)tractieterreinen maakten diverse ontwikkelingen door. In en om de locloods was al lang geleden het nodige gewijzigd, in of voor 1936 deels verhuurd. In 1936 werden twee kolenparken opgeruimd, en de loods werd in 1940 ingericht tot werkplaats elektrische tractie, in 1949 verder ingericht tot magazijn en werkplaats. In 1953 is de polygonale locomotiefloods (kwart-ronde vorm) met zijn voorzieningen gesloopt, evenals de draaischijf (maandrapport december 1953). De draaischijf was waarschijnlijk al in augustus 1953 verdwenen. Het emplacement is toen verder aangepast. Bij de modernisering speelde ook het feit, dat het stoomtijdperk bij NS op zijn eind liep. De Gooilijn was al in 1946 geëlektrificeerd (opening met feesttrein op 31 mei, start exploitatie 3 juni) en het depot voor stoomlocomotieven in Hilversum kreeg steeds minder functie. Het Oosterspoorplein werd opnieuw ingericht en het station kreeg aan de oostzijde in 1954 een nieuw, tweede toegangsgebouw (architect Ir. K. van der Gaast c.s.) en (verlengde) tunnel naar de perrons. Die nieuwe (sporen)situatie vormde de basis voor de nieuw te ontwerpen NX-beveiliging. Langs kopspoor 8 kwam een perron voor rijwielverlading.
ArchitectuurDit type gebouwtjes was qua architectuur standaard voor NS in die jaren. Ze stonden ook op andere, vrij eenvoudige stations (o.a. Delft, Uitgeest, Acht, Vlissingen, Goes). De NS typeaanduiding voor dit seinhuis is Sein-Relaishuis SR 2-7. De kenmerken van de post zijn dat het een nagenoeg vierkante post met plat dak is en een iets uitkragende raampartij. In de raampartij zijn twee varianten, namelijk vertikaal geplaatste ramen (Goes en Vlissingen) en schuin geplaatste (overige posten). Verder zijn van dit type nog exemplaren gebouwd te Oud Zwijndrecht en Naarden-Bussum, maar deze hebben een andere typeaanduiding. Die te Oud Zwijndrecht, die ook verticale ramen heeft, wordt aangeduid met SR 2-4 en die te Naarden-Bussum met SR 2-8 (is langer type dan SR 2-7). De tekeningen en de bouwaanvraag van het seinrelaishuis type SR 2-7 te Hilversum staan op naam van architect ir. K. van der Gaast (Het Utrechts Archief, archieftoegangsnummer: 960, inventarismap nr. 171). De feitelijke architect was S.H. Krudde die als rechterhand van Van der Gaast veel van dergelijk ontwerp- en tekenwerk deed en ook de bouwleiding had over veel sein- en relaishuizen tussen Diemen en Baarn in die jaren. De sein- en relaishuizen in Hilversum en Naarden-Bussum werden gebouwd door NV Aannemersbedrijf Schipper & Meijerink uit Hengelo (O) (Het Utrechts Archief 960, inv. 176, 169). De bouwvergunning (goedgekeurd door de gemeente Hilversum dd. 11 maart 1958) van het seinrelaishuis te Hilversum voorzag in een bouwsom van fl. 40.000. Ter vergelijking: het seinrelaishuis te Naarden-Bussum is voor fl. 48.750.- (bestek 1233) in november 1958 aan Schipper en Meijerink gegund. Aannemersbedrijf Schipper & MeijerinkJoh. Meijerink begon in 1938 voor zichzelf te Hengelo (O). Toen de oorlog voorbij was ontmoette hij aannemer Schipper uit Wierden en een jaar later werd de N.V. Aannemersbedrijf Schipper & Meijerink opgericht. Het bedrijf groeide gestaag en hield zich met name bezig in de woningbouw en utiliteitbouw. Men bouwde onder andere de Ambachtschool aan de Boddenkampsingel te Enschede en het NS station te Hengelo en studentenhuisvesting op de Universiteit Twente. In 1954 werd de Steenfabriek N.V. Kisveld te Neede overgenomen, en omdat in Hengelo te weinig ruimte was werd het gehele bedrijf verplaatst naar Neede. Rond 1968 trok de heer Schipper zich terug uit de onderneming en Joh. Meijerink verkocht het bedrijf in de zeventiger jaren aan Nederhorst, dat later opging in het OGEM-conglomeraat. Dit 20.000 werknemers tellende concern ging in 1982 failliet, Schipper & Meijerink meeslepende. Enkele voormalige kaderleden begonnen onder dezelfde naam in het klein opnieuw, en momenteel telt het bedrijf 17 werknemers.NX-beveiligingDen Bosch was het eerste Nederlandse station dat een NX-beveiliging kreeg. Een uit de Verenigde Staten afkomstig systeem waarmee het indrukken van twee knopen voldoende was om een complete rijweg in te stellen. De afkorting NX is afgeleid van de woorden eNtrance (ingang) en eXit (uitgang). Het eerste NX-systeem in Den Bosch heeft dienst gedaan van 4 september 1950 tot 13 december 1964. Daarna kwam er een nieuwe NX-beveiliging, die inmiddels ook is verdwenen. De Gooilijn werd eind jaren vijftig gemoderniseerd. In 1959 kregen Hilversum (op 2 maart 1959) en ook Naarden-Bussum (op 2 november 1959) moderne relaisbeveiliging. Daartoe werden nieuwe, stenen seinhuizen gebouwd (in zandgele steen), bij de grote, brede (meersporige) en lokaal bediende spoorwegovergangen. In Hilversum: Larenseweg/Stationsstraat, in Bussum: Zwarteweg/Comeniuslaan). Deze seinhuisgebouwtjes staan er nu nog, maar zijn inmiddels buiten gebruik v.w.b. bediening sinds deze emplacementen onder het computergestuurde procesleidingssysteem vanuit Amersfoort gestuurd worden sinds 16 december 1996. Alleen de in deze gebouwtjes ondergebrachte relaisapparatuur is nog operationeel en zorgt voor de feitelijke beveiliging. Het besturingssysteem zit vanaf deze laatst genoemde datum in Amersfoort op de Procesleidingspost.
Bediening post T (NX)De post werd in elk geval in de eerdere jaren bemand door treindienstleiders NX voor de bediening van het NX-bedieningstoestel en overwegwachters voor de bediening van de sluitbomen in de overweg Larenseweg/Stationsstraat. De overwegwachters die voorheen seinhuiswachter waren, hebben altijd hun functionele benaming behouden. De treindienstleiders draaiden in een volcontinu rooster een vroege, late en nachtdienst, met zelfs aanwezigheid in de nacht zondag op maandag waarin er geen treinverkeer was. De seinhuiswachters hadden alleen vroeg/laat-diensten; in de nachtdienst deden de treindienstleiders de overwegbediening erbij. Het bezettingsrooster om de post te bemannen bestond oorspronkelijk uit de volgende formaties:
Proef Siemens-beveiligingIn de periode van 2 mei 1986 tot oktober 1992 is de post T-NX in Hilversum proefgebied geweest voor de in ontwikkeling zijnde elektronisch beveiliging van Siemens. Hierbij werden de veiligheidscircuits vervangen door elektronica. Siemens had een dergelijk systeem in het programma wat na enige aanpassingen geschikt was voor NS beveiliging. Bij de NS wordt dit EBS genoemd en staat voor 'Elektronische Beveiliging Simis'. 'Simis' staat op zijn beurt weer voor “Sicheres Mikrocomputersysteem Siemens'” Emplacement Hilversum in de jaren twintig
|
Sloop mechanische seinhuizenDe nieuwe Post T verving in 1959 de seinhuizen I, II, III en IV, en wachtpost Laarderweg. Ook de wachtposten 32, 32a, 33a kwamen overcompleet door invoering van het automatisch blokstel op de vrije baan.
Wachtpost 32 en seinhuis IVDeze stond bij de Ooster Enghweg. De in dienststelling van de ahob (nu km 29.555) aldaar is volgens het verslag van de bespreking van de in dienststelling van het automatisch blokstelsel Crailoo – blokpost Q en de NX-beveiliging te Hilversum (dat in Het Utrechts Archief te vinden is) “…..voorzien ca. eind maart 1959”. Volgens dit verslag werd de treinaankondiging van deze post tussen 2 maart 1959 en buitendienststelling ca. eind maart als volgt ingericht. De aankondiging zijde Baarn bleef ongewijzigd maar die aan de zijde Hilversum werd volgens het verslag als volgt: “….begint bij het instellen van een rijweg naar Baarn door post T-NX en eindigt als de trein de overweg geheel overgereden heeft”. In de blokaanbouw (km 29.574) van woning 32 was van 1894 tot 1906 blokpost “Post no. 32 (Blokpost L)” gevestigd en vanaf 1916 tot 1940 is het opnieuw in gebruik geweest als seinhuis IV.
Deze seinhuizen en wachtposten zijn alle na de modernisering gesloopt. De seinhuizen I, II en III en post Ldw worden als gesloopt opgegeven in de maandrapporten van december 1959 (seinhuis I) en januari 1960 (de overige). Dienstwoning 31 bestaat nog als woonhuis.
|