|
In september 1970 bezocht ik Frans Vlaanderen. Net op tijd om daar het staartje van het stoomtijdperk mee te maken. De beroemde Pacifics die kort daarvoor nog de boottreinen uit Calais en Boulogne trokken, stonden reeds weg te roesten in de depots, maar de Amerikaanse Mikado's type 141R konden nog niet worden gemist. Ook bezocht ik Parijs, waar in het voorstadsverkeer nog trekduwtreinen met stoom reden, en het depot Le Mans, waar ook nog enig gesis te horen was. In 1973 zag ik in het Saargebied voor het laatst Franse stoom in de normale dienst. |
Mikado's 141RTijdens de Tweede Wereldoorlog is een groot deel van het materieel van de Franse spoorwegen verwoest. Om snel het tekort aan locomotieven te verminderen, werd er een grote bestelling geplaatst bij Amerikaanse en Canadese fabrieken. Deze konden een wat verouderd Amerikaans ontwerp leveren, dat geschikt was voor de Franse spoorlijnen. Dit waren de Mikado's (asopstelling 1'D1') van de serie 141R. Het waren, vergeleken met de roemruchte Franse compoundlocomotieven, eenvoudige machines. Bijna de helft daarvan is later omgebouwd op oliestook. De locs werden tussen 1945 en 1947 afgeleverd. Van de 1340 bestelde locs hebben er 17 nooit dienst gedaan. Eén loc viel in de haven van Marseille uit de takels, en 16 andere locs liggen ergens op de bodem van de oceaan. Deze locs stonden op het schip Belpamele, dat op 13 april 1947 verging. Het is dus in principe nog mogelijk om het handjevol bewaard gebleven 141R's uit te breiden... |
|
|
|
Wimille Wimereux, 22 september 1970. Loc 141 476 met een trein naar Calais. |
|
|
|
Wimille Wimereux, 22 september 1970. Klassieke armseinen bij Poste X. Zie Beveiliging bij de SNCF. |
|
|
|
Depot Boulogne, 23 september 1970. Stoomkraan GV 15 n4 krijgt een onderhoudsbeurt. Tweede foto: locs serie 141R wachtend op hun volgende dienst. |
|
|
|
Depot Boulogne, 23 september 1970. Tenderloc 050TQ 20 |
|
|
|
Depot Boulogne, 23 september 1970. Loc 141R 476, rechts tenderloc 050TQ 25. |
|
|
|
Loc 141R 338 met een autoslaaptrein van Engeland naar Parijs, kort na vertrek uit Boulogne Maritime op 23 september 1970. Vanaf Amiens neemt een e-loc de trein over. |
|
|
|
Calais Ville, 24 september 1970. Een 141R wordt beladen met kolen. |
|
|
|
Calais Ville, 24 september 1970. Vertrek van een loctrein bestaande uit 141R 568, 674 en 476. Het sein op de foto linksonder staat op veilig: het paarse vierkant ("carré violet") is evenwijdig aan het spoor gedraaid. Op de foto daarnaast staat het sein inmiddels op onveilig. Tussen de rails is een krokodil te zien. |
|
|
|
Depot Calais, 24 september 1970. Afgevoerde locs 231K 27 en 231G 81. Dit zijn Pacifics die voor de PLM zijn gebouwd en jaren later door André Chapelon zijn verbeterd. Tot in 1969 deden de locs dienst, onder andere voor boottreinen van Calais naar Parijs (Flèche d'Or, Golden Arrow). Er zijn verschillende locs bewaard gebleven, waaronder de 231K 22 die in 1970 naar Engeland is gegaan. |
|
|
|
Depot Calais, 24 september 1970. Afgevoerde loc 040D 496, een Pruisische G8'. Klik hier voor meer locs van dit type. |
|
|
|
Hazebrouck, 25 september 1970. Loc 141R 151 vertrekt met een goederentrein. |
|
|
|
Coudekerque, 25 september 1970. Loc 3.1192 van de Franse "Nord" in originele staat hersteld, bestemd voor het in Mulhouse te vestigen spoorwegmuseum. Klik hier voor meer. |
|
|
|
Ermont-Eaubonne, 26 september 1970. Details van tenderloc 141TC 42, waaronder de automatische koppeling type Willison. |
|
|
|
Ermont-Eaubonne, 26 september 1970. Tenderloc 141TC 54 met een trekduwtrein op de lijn Valmondois-Paris Nord. Deze locomotieven zijn in 1932 gebouwd in opdracht van de Chemins du Fer du Nord. De 72 machines waren ondergebracht in de serie 4.200. Tot in de jaren zeventig hebben ze dienst gedaan op de Parijse voorstadslijnen. |
|
|
|
Paris, Gare du Nord, 26 september 1970. Vertrek van een voorstadstrein met loc 141TC 4. |
|
|
|
De voor het Franse spoorwegmuseum bestemde lok 241P 17 poseert in depot Le Mans, 26 september 1970. Van deze uit 1948 stammende viercylinder-compoundlocomotieven zijn er 35 gebouwd (omgebouwde 241C). |
|
|
|
Depot Le Mans, 26 september 1970. Afgevoerde locs 040TA 93 en 241P 13. |
|
|
|
Le Mans, 26 september 1970. Oliegestookte loc 141R 1317. |
|
|
|
Le Mans, 26 september 1970. Een 141R als stationaire stoomketel. De stoom van deze ketel werd |
|
|
|
Sarreguemines, 17 augustus 1973. Een blik op het depot, met een aantal locs serie 141R en een slooploc type 140C. |
|
|
|
Sarreguemines, 17 augustus 1973. Loc 141R 420 in dubbeltractie met een andere 141R voor een lange goederentrein. Merk op dat de trein rechts rijdt, wat in de Elzas gebruikelijk is. In de rest van Frankrijk rijden de treinen links. Op de tweede foto rechts de spoorlijn naar Saarbrücken, waarop toen nog trekduwstoomtreinen dienst deden. Loc 141R 420 reed in 1974 de laatste officiële stoomtrein bij de SNCF. De loc is bewaard gebleven, en is in 1989 ook in Nederland geweest (zie foto's hieronder). |
|
|
|
Utrecht, 6 juli 1989. Loc 141R 420 vertrekt voor een rondrit in het kader van het jubileum NS 150. |
|
|
|
Mulhouse, Cité du Train, 10 juli 2007. Overdreven glimmend gepoetste 141R 1187. Duidelijk zichtbaar zijn de boxpok-wielen die veel locs van dit type hebben gehad. "Boxpok" is afgeleid van de Engelse woorden "box" en "spoke". Dit soort wielen werd veel toegepast op Amerikaanse, Russische en Japanse locomotieven. Deze uit één stuk gegoten wielen zijn lichter en sterker dan de gebruikelijke spaakwielen. Een ander voordeel is dat de wielbanden beter worden ondersteund. De wielen zijn geschikt voor zwaardere aslasten en hogere snelheden. Boxpokwielen zijn wel duurder dan spaakwielen. Ook enige Oost-Duitse locs van de Baureihe 01.5 hebben boxpokwielen gehad. Deze waren echter van slechte kwaliteit en zijn op den duur vervangen door versterkte spaakwielen. Boxpokwielen zijn onder andere ook toegepast op de Bulleid Pacifics van de Southern Railway. |
|
|
|
Mulhouse, Cité du Train, 10 juli 2007. Loc SNCF 232U1 is in 1948 ontworpen door Marc de Caso, als vervolg op de vooroorlogse series 232R en 232S. Loc 232U1 werd de achtste loc van dit type. Het was een zeer moderne loc; zo werd het compoundmechanisme automatisch geregeld. De loc verscheen echter in een tijd dat duidelijk was dat de stoomtractie zou gaan verdwijnen. De sierstrepen moeten een zwaan symboliseren: de zwanenzang van de stoomtractie. De loc deed tot 1961 dienst voor sneltreinen in Noord-Frankrijk. Het drijfwerk van loc 232U1 wordt in het museum regelmatig in beweging gebracht. De bijbehorende geluiden ontbreken niet. Meer Frans museummaterieel. |
|
Steam on the S.N.C.F. Door Peter. F. Winding. Uitg. D. Bradford Barton Ltd., 1976. ISBN 0851532470. Beschrijvingen en zwartwitfoto's van Franse stoomlocomotieven in de periode 1949-1969. |
|
|
l'Age dur Fer 2. Le Nord. 1930-1965. Les grandes années du Rail français avec les Archives de Ton Pruissen. La Régordane, 2001. Franse stoomtractie op de lijnen van Le Nord, waaronder de boottreinen naar Engeland: la Flèche-d'Or (aan de andere kant van het Kanaal Golden Arrow). 52 minuten beeldmateriaal bezorgd door de meesterhanden van Ton Pruissen. Het laatste beetje stoom rond Calais en Boulogne heb ik zelf nog mogen meemaken. |
|
Zie ook: