|
In de jaren 30 verschenen in Duitsland snelle, gestroomlijnde dieseltreinstellen op de baan. Ook de NS besloot om dergelijke treinstellen te ontwikkelen. Deze zouden dienst gaan doen op het "middennet" rondom Utrecht. In het begin waren er problemen met de motoren. Er werden toen stoomtreinen ingezet. Deze "stoomdiesels" bleken zich goed aan de krappe dienstregeling te kunnen houden, maar moesten hun positie uiteindelijk toch overgeven aan de dieseltreinstellen. De diesels waren een groot succes. "Diesel" stond voor vooruitgang. Er verschenen allerlei producten waarbij men een relatie legde met deze moderne treinen, waaronder zelfs een wasmiddel met de naam "Diesel" en een dieseltrein op de verpakking! Later verschenen er ook gestroomlijnde elektrische treinstellen mat.'36. Het publiek liet zich niet van de wijs brengen door de stroomafnemers, en bleef over "diesels" spreken. Literatuur: Op de Rails 1994-10, blz. 376. |
|
|
|
Een dieseltreinstel afgebeeld op een oud strooibiljet van het Spoorwegmuseum. In romeinse cijfers is het jaartal 1934 aangegeven. De tekst achterop dit biljet luidt: Nederlandsch Spoorweg Museum - Utrecht - Moreelselaan 4 (bij 't Station). Verkeersontwikkeling van 100 jaren. Geschiedenis en Techniek. Behalve Maandags op alle dagen open van 11 tot 4 uur. Entree ƒ 0.10. - Voor scholen ƒ 0.05. Tweede foto: een pak "Diesel" in het Spoorwegmuseum, 29 mei 2005. |
|
De treinstellen zijn gebouwd door de drie Nederlandse fabrikanten uit die tijd: Allan in Rotterdam, Beijnes in Haarlem en Werkspoor in Utrecht. De motoren werden geleverd door de firma Maybach uit Duitsland. De stellen zouden genummerd worden van 1 t/m 40. Toen begin 1934 de stellen 1 t/m 7 nog aan het proefrijden waren, kwam men tot de bevinding dat de lage nummers 1, 2 en 3 bij de reizigers wel eens verwarring zouden kunnen veroorzaken, omdat men de stellen zou kunnen zien als een 1e-, 2e- of 3e-klas treinstel. Daarom werd besloten de stellen 1 t/m 10 om te nummeren in 41 t/m 50. Bij de indienststelling op 15 mei 1934 was de serie dus genummerd 11 t/m 50, waarvan nummer 41 het eerstgebouwde stel was. De treinstellen hadden alleen 2e en 3e klas. De toenmalige 1e-klasreizigers waren hierover zeer ontstemd. Aanvankelijk hadden de stellen schuifraampjes ter hoogte van 25 cm. Hier paste geen hoofd doorheen. Korte tijd later zijn de schuifbare halve bovenramen gewijzigd tot een hoogte van 35 cm. Deze wijziging vond plaats in de werkplaats Haarlem, waar de stellen in onderhoud waren. Tussen de twee sluitlichten boven de machinistencabines bevond zich een schijnwerper. Deze is echter nooit gebruikt en is later met een plaatje afgedekt. Naast de deuren hingen bordjes met het opschrift "ingang" en "geen ingang". Men probeerde daarmee eenrichtingsverkeer in de treinen te handhaven, maar het publiek hield zich daar niet of nauwelijks aan. Deze bordjes zijn voor 1940 verwijderd. De DE3-stellen waren bij hun indienststelling in 1934 zilvergrijs. In 1938 werden ze donkergroen, terwijl ze rond 1954 in de de staalblauwe kleur werden geschilderd die de Blauwe Engelen ook kregen. De rode periode van de dieseltreinstellen hebben ze niet meer gehaald. Na de oorlog zijn van de oorspronkelijke 40 stellen er nog 29 in dienst geweest, die in 1954 zijn omgenummerd in 141 t/m 169. Het laatste stel deed dienst tot december 1963. |
|
Baarn, omstreeks 1934. Drie gekoppelde DE3-treinstellen lopen uit de richting Hilversum binnen op spoor 1, tijdens een persrit of proefrit. De treinstellen vormden in die tijd een volkomen nieuwe ontwikkeling, met hun lichte, elektrisch gelaste bakconstructie. Ook de draaistellen waren elektrisch gelast. Het totale gewicht van een treinstel in bedrijfsvaardige toestand met Maybach-motoren bedroeg 101 ton. De treinstellen hadden een trapsgewijs losbare tweeleidingrem en een automatische koppeling. In eerste instantie van het type Unirop, later Scharfenberg. De rijtuigen werden verwarmd door middel van het inblazen van verwarmde lucht, met als warmtebron het koelwater. Foto uit "125 jaar spoorwegen in Nederland", extra editie van het blad Spoor- en Tramwegen uit 1964. |
|
|
|
|
Treinstel 27 bij het Spoorwegmuseum, 5 september 2003. |
|
Van de 40 treinstellen is één exemplaar bewaard gebleven, dat in maart 1968 naar het Spoorwegmuseum is gegaan. Het stel kreeg toen het nummer 27, uit de nummerreeks die voor de Tweede Wereldoorlog voor deze treinstellen werd gebruikt. Volgens sommige bronnen reed dit stel na de oorlog onder nummer 157, maar in werkelijkheid was het de 163. Voor de liefhebbers hieronder de bakken waaruit het museumstel bestaat (met dank aan Otto Dijkstra):
Bij het NS-jubileum in 1989 is geopperd om dit treinstel rijvaardig te maken. De leverancier van de motoren, Maybach, heeft aangeboden om te helpen met de revisie. Hier wilde het Spoorwegmuseum niet aan meewerken. In september 2003 is het treinstel overgebracht naar een loods in Blerick, in afwachting van de heropening van het Spoorwegmuseum in 2005. Plannen om het treinstel uit elkaar te nemen en slechts een koprijtuig tentoon te stellen zijn na protesten niet doorgegaan. In plaats hiervan is een replica gemaakt van een van de koprijtuigen, die je tijdens een rondrit in een karretje een paar seconden te zien krijgt. |
|
|
|
|
Hartelijk gefeliciteerd, verwend jongetje met je motorwagenloze vooroorlogse DE 3! |
|
|
|
"Groeten uit Stellendam", toegestuurd door mijn oom Adrie die in Stellendam is geboren. Een trein heeft nooit op Goeree-Overflakkee gereden, alleen trams van de RTM. En de Stellendamse molen is wit. |
|
Op het omslag een werkend model van een "Zeppelin" van de NCS, de latere serie NS 3600. Het museum werd in 1927 opgericht en was aanvankelijk ondergebracht in een van de hoofdgebouwen van de NS in Utrecht. De collectie omvatte voornamelijk afbeeldingen, documentatie en attributen. In de jaren dertig werden de eerste initiatieven genomen tot behoud van oud spoorwegmaterieel. Als gevolg van de oorlog ging een deel hiervan verloren. Na tijdelijk ondergebracht te zijn geweest in het Rijksmuseum te Amsterdam, kon het museum in 1954 weer terugkeren naar Utrecht. Het werd ondergebracht in het in 1939 gesloten Maliebaanstation. Er was hier veel meer ruimte om de collectie aan het publiek te tonen. Ook kon er nu historisch materieel worden opgesteld, zoals de DE3. Het boekje laat een zeer klein deel van de collectie zien, waaronder een modelbaan waarmee de werking van het armseinstelsel werd toegelicht. Op de foto zien we twee DE3-stellen rijden. Deze baan is niet meeverhuisd naar het Maliebaanstation. Daar is een grote andere baan gebouwd, waarmee het lichtseinstelsel werd toegelicht. |
|
|
|
|
Treinstel 27 heeft lang in de buitenlucht bij het museum gestaan. Hier gefotografeerd in september 1970 en op 9 juni 1973. Later kreeg het een plaats onder de kap van het tweede perron. |
|
|
|
Driebergen, omstreeks 1935. Het uitrijsein richting Utrecht staat op veilig. Het DE3-treinstel is nog voorzien van de oorspronkelijke automatische koppeling. Tussen de koplampen boven de cabineruiten zit een derde venster, dat bedoeld was voor een schijnwerper die nooit in gebruik is genomen. In 1948 werd het station omgedoopt in Driebergen-Zeist. |
|
|
|
Voetgangersbrug over het spoorwegravijn door de Zwaluwenberg. De DE3 heeft zojuist de halte |
|
|
|
|
Ik kom binnenkort! DE3-stel bij Hollandsche Rading op weg naar Hilversum. |
|
|
|
Twee dieseldrieën bij Oosterbeek, op weg naar Utrecht. Prentbriefkaart uit de collectie van Piet den Ouden. |
|
|
|
De oorspronkelijke koppeling van de DE3, type Unirop. De koppeling is aangebracht aan een ongeveer 6 meter lange balk. Tekeningen uit het boek "Vóór de seinen veilig gaan" van A.P. Berkhoudt (1942). Klik hier voor meer over koppelingen. |
|
|
Later kregen de treinstellen een Scharfenbergkoppeling, het model dat tot en met de Hondekoppen op al het stroomlijnmaterieel van NS is toegepast. Op deze foto uit juni 1973, gemaakt in het Spoorwegmuseum, de opengeklapte Scharfenbergkoppeling. Duidelijk te zien zijn de koperen contacten die voor de elektrische verbindingen zorgen. Deze treinstellen konden gecombineerd rijden met de dieselelektrische vijfwagenstellen DE 5. Met andere treinstellen konden ze mechanisch worden gekoppeld, zoals de volgende foto's laten zien. |
|
|
|
Hilversum, 6 september 2003. Treinstel 27 wordt overgebracht van het Spoorwegmuseum naar een loods in Blerick. Het wordt gesleept door twee naoorlogse dieseldrieeën. |
|
|
|
Betreed het Spoorwegmuseum nooit zonder in uw valies een groothoeklens. Op 29 mei 2005 was ik in de gelegenheid het museum te bezoeken, dat begin juni zijn deuren weer voor het publiek heeft geopend. In de grote hal heeft veel materieel een goed plekje gevonden. Van de drie "werelden" heb ik er maar eentje bezocht. Voordat ik het in de gaten had werd ik in een karretje geduwd, waarna ik door een soort spookhuis werd gereden waarin allerlei spoorse objecten waren te zien. Misschien leuk voor de jeugd, maar ik vind het buitengewoon jammer dat hier twee fraaie locs aan zijn opgeofferd. Die hadden natuurlijk ook in de grote hal moeten staan, zoals de DE3 en de Kameel. De Kameel zal weer rijvaardig worden gemaakt, en kan dan worden gehuurd voor rondritten. |
|
|
|
Spoorwegmuseum, 3 november 2005. Interieur van de tweede en de derde klas van treinstel 27. Dit zijn de oorspronkelijke klassen: later zijn deze opgewaardeerd tot eerste en tweede klas. De "echte" eerste klas kwam maar weinig voor, voornamelijk in internationale treinen. Toen in 1956 de meeste Europese landen de derde klas afschaften, werd dus in feite de eerste klas afgeschaft. In Duitsland (en ook bij de NBDS) heeft men zelfs nog een vierde klas gekend. In een communistisch land als China kent men natuurlijk geen klassen. Wel bestaat hier onderscheid tussen harde en zachte banken. Foto's Wout Verspuy. |
|
|
|
Spoorwegmuseum, 12 oktober 2005. Tijdens een ritje met de achtbaan probeerde ik wat foto's te maken. Er staat allerlei interessant spul, maar kom er maar eens achter wat precies! Links en rechts staan twee nagebouwde blokkendoosrijtuigen. Ons karretje rijdt recht op een namaakkop af, die precies op tijd openschuift zodat wij verder kunnen naar de nagebouwde DE3-kop. |
|
|
|
Bouwplaat van een blauwe DE3 (schaal 1:87, ook in grijs verkrijgbaar). Jammer van die naad over de neus, maar een andere mogelijkheid was er niet volgens de ontwerper. Wellicht dat er met schuurpapier en een likje verf wat aan te doen is. Het onderstation, een ontwerp van Sybold van Ravesteyn, is eveneens verkrijgbaar als bouwplaat. Kijk voor meer op www.zeistbouwplaten.nl. |
|
|
|
Werkplaats Tilburg, 22 augustus 2007. Links het DE3-treinstel van het Spoorwegmuseum, rechts een truck van de firma Homatra uit Maarssen, die regelmatig transportklussen verzorgt voor Nedtrain, voornamelijk motordraaistellen en wielassen. Tegen de verlichting van de Scania kan de DE3 niet op, maar men is er bij het ontwerp wel van uitgegaan dat deze treinstellen een schijnwerper zouden krijgen, tussen de twee sluitlichten in. Die schijnwerper is echter nooit aangebracht. Foto gemaakt door de chauffeur van de truck, Niels Leijgraaf. |
|
|
|
Utrecht, 22 januari 2010. Treinstel 27 langs het eerste perron van het Maliebaanstation. |
|
Verkehrsmuseum Nürnberg, 30 augustus 1972. Hier is een deel van de "Fliegende Hamburger" bewaard. Door deze treinstellen uit de jaren dertig liet de NS zich inspireren tot het in dienst stellen van "diesels". Klik hier voor meer over de Fliegende Hamburger en andere Duitse treinstellen. |
|
|
Dieseltreinen in Nederland. Door Carel van Gestel e.a. Uitg. de Alk, Alkmaar, derde druk 1997. ISBN 9060139755. Overzicht van alle verbrandingsmotorrijtuigen en dieseltreinstellen die in Nederland dienst hebben gedaan of nog dienst doen, inclusief die van buitenlandse maatschappijen. |
|
Zie ook: