Le conducteur is de treinbestuurder of machinist. De conducteur, in België ook
de treinbegeleider genoemd, heet
in het Frans le contrôleur. De machinist van een stoomlocomotief is le mécanicien, de
stoker is le chauffeur.
|
Brussel Noord, 11 mei 2005. Lichtsein, in dit geval rechts van het spoor geplaatst. Normaal is dat links, omdat de treinen in België links rijden. Vandaar het blauwe bord met witte pijl, om aan te geven dat het sein aan de andere kant van het spoor staat. Belgische lichtseinen bestaan meestal uit vier of vijf lichten. Van boven naar beneden groen, rood, geel en (op stations) wit. Rechts van het groene licht zit nog een geel licht. Op dubbelsporige baanvakken is meestal ook het tegenspoor beveiligd. Hier staan de seinen rechts en is de bovenste gele lamp links van de groene lamp bevestigd. Bij deze seinen knipperen de lampen. |
|
|
Brussel Noord, 11 mei 2005. Krokodil. Dit is een stalen contact in het spoor. Onder de treinen is een stalen borstel gemonteerd die met de krokodil in aanraking komt. De krokodil kan een bepaalde spanning hebben, afhankelijk van het seinbeeld. Via de krokodil kan de machinist in zijn cabine een waarschuwing krijgen. Reageert hij hier niet op, dan wordt automatisch de noodrem ingeschakeld. Het systeem aan boord van de trein heet Memor. Memor controleert controleert alleen of de machinist reageert bij het passeren van een geel sein (hij moet dan op een knop drukken). Het systeem grijpt niet in als de trein een rood sein passeert. Krokodillen worden ook toegepast bij tijdelijke snelheidsbeperkingen. Het systeem stamt uit de jaren dertig, dus uit de tijd van de armseinen. Inmiddels zijn er ook andere systemen in gebruik. Ook in Frankrijk en Luxemburg worden krokodillen gebruikt. |
|
|
Brussel Zuid, 8 oktober 2007. Links een krokodil, rechts een baken van het modernere beveiligingssysteem TBL2, dat onder andere op de HSL naar Frankrijk wordt toegepast. TBL is een aanvulling op het oude Memor-systeem. Via deze bakens, of via een lange lus tussen de sporen, wordt informatie naar de machinist gezonden en wordt de snelheid van de trein bewaakt. Het systeem controleert ook of de treinbestuurder juist handelt bij het passeren van een spanningssluis (overgang naar een ander stroomsysteem). Vlaams woord voor spanningssluis: (het) spanningssas. Een ernstig ongeluk ten zuiden van Brussel, in februari 2010, had wellicht voorkomen kunnen worden als TBL had gewerkt (de hierbij betrokken oudere treinstellen hadden geen TBL aan boord). Memor grijpt niet in als de machinist een rood sein passeert. |
|
|
|
|
Onder in het sein kan nog een witte lamp zitten. Als deze lamp brandt dan is rangeren voorbij het rode sein toegestaan. Op dubbelsporige baanvakken is meestal ook het tegenspoor beveiligd. Hier staan de seinen rechts en is de bovenste gele lamp links van de groene lamp bevestigd. Bij deze seinen knipperen de lampen. |
|
|
|
Brussel en Utrecht, 8 oktober 2007. Een Belgisch en een Nederlands herhalingssein. Dit sein wordt gebruikt op plaatsen waar een sein moeilijk zichtbaar is, bijvoorbeeld doordat het spoor in een scherpe boog ligt. Met een rij witte lampjes wordt aangegeven welk seinbeeld de machinist mag verwachten. Het sein is duidelijk geïnspireerd op de standen die een armsein kan aannemen, De diagonale lampjes in het Belgische sein wijzen naar linksboven, net als Belgische armseinen. Een ander verschil is het aantal lampjes: de NMBS heeft er 11 nodig, de NS maar 9, waarbij het middelste lampje voor beide seinbeelden wordt gebruikt. Zuinige Hollanders! De pijl op het blauwe bord wijst naar het spoor waar het sein betrekking op heeft. Normaal staan Belgische seinen links van het spoor. Het sein met de zeven lampjes is een Belgisch vertreksein. |
|
|
|
|
Antwerpen, 30 juni 2005. De vertrekprocedure in België wijkt af van die in Nederland. In Nederland gaat op het perron een witte lamp branden als het sein veilig is. Zodra de vertrektijd is aangebroken sluit de conducteur de deuren, waarna in de cabine bij de machinist een groene lamp gaat branden: het vertrekbevel. In België bedient de conducteur een vertreksein op het perron. Eerst sluit hij de deuren van de trein, op één deur na. Daarna draait hij op het perron een sleutel om en stapt hij zelf in de trein. In het vertreksein gaat een rood lampje branden, terwijl tegelijk de treinaanwijzer dooft. Na 10 seconden (op de noord-zuidlijn in Brussel 7 seconden) dooft het rode lampje en gaan er zes witte lampjes branden. Dat is het teken voor de machinist om te vertrekken. Het vertreksein heet officieel AVG: aanwijzer verrichtingen gedaan. |
|
|
|
Antwerpen Oost, 30 juni 2005. De stoptrein naar Roosendaal. Om 14:45:22 uur blaast de conductrice op haar fluitje. Om 14:45:34 uur draait zij op het perron met haar sleutel een schakelaar om, om het vertreksein te bedienen. Het vertreksein hangt boven haar hoofd, maar wordt ook getoond onder het lichtsein aan het einde van het perron. |
|
|
|
Antwerpen Noorderdokken, 30 juni 2005. Op dit station fotografeer ik nogmaals de vertrekprocedure. Het armgebaar van de conductrice is hier geen onderdeel van: ze zwaait alleen maar vriendelijk naar de fotograaf. Voor haar drie collega's zit de dienst er voor vandaag op. Onder het lichtsein is het rode lampje van het vertreksein te zien. Een paar seconden later gaan de witte lampjes branden en kan de trein vertrekken. |
|
|
|
Montzen-route (België), 10 oktober 2008. Vanwege werkzaamheden is een tijdelijke snelheidsbeperking van kracht. |
Zie ook:
Literatuur: Railhobby, seinenspecial 2004