|
In de jaren twintig werden, om de dure stoomlocomotief van onrendabele nevenlijnen terug te dringen, enkele series motorrijtuigen gebouwd: de vierassige omBC's en omC's, en de twee-assige omC's. Deze motorrijtuigen vertoonden gelijkenis met het elektrische materieel 1924 (Blokkendozen). In 1937 volgde een serie van acht motorrijtuigen, afgeleid van de omBC's uit 1929 maar met een modieus stroomlijnjasje. Van dit materieel is hoegenaamd niets bewaard gebleven. Verbrandingsmotoren noemde men vroeger ontbrandingsmotoren, vandaar de aanduiding om. De andere letters geven op gebruikelijke wijze de klassen aan. Het type omC droeg als bijnaam "Ome Ceesje", naar een persoon uit een bekend radioprogramma uit die tijd. |
|
|
|
Leiden, 12 november 2004. Goederenloc 119 van de NBDS (de latere NS 4252) passeert een motorrijtuig type omBC. Op de onderste foto de twee-assige versie type omC. Rijdende modellen van het Spoor 1 Genootschap. |
|
|
|
Hilversum, 5 maart 1967. Onderstation bij het Wandelpad. Voormalige omC900 omgebouwd
tot |
|
|
Hilversum, 9 februari 1969. Het besneeuwde "tramdorp" aan de Goudenregenlaan. Hier werden vanaf 1947 voormalige rijtuigen van de Gooische Stoomtram als woning gebruikt. Deze noodwoningen moesten in de jaren 70 verdwijnen. Op de foto staat een grote motorwagen, herkenbaar aan de ovalen ramen. Hiervan stonden er vier in het tramdorp: de 10, 14, 16 en 17. De 14 is dankzij de SHM bewaard gebleven. Ik weet niet welk motorrijtuig op deze foto staat. Er stonden ook enkele rijtuigen; hiervan zijn de AB 22 en 25 eveneens naar de SHM gegaan. De motorrijtuigen 10-19 hebben bij de NS dienst gedaan als omBC 501-510. |
omBC 2901-2908De serie omBC 2901-2908 is gebouwd in 1937. Aanvankelijk konden de passagiers, net als bij de dieselelektrische vijfwagenstellen DE 5, door een glazen wand over de schouder van de machinist meekijken. Van de acht motorrijtuigen van deze serie hebben er drie de oorlog overleefd. Eind 1950 zijn deze vernummerd in BC 101-103. Een hiervan heeft nog enkele jaren dienst gedaan als inspectievoeruig voor de NS-directie. Het reed toen, ontdaan van zijn Scharfenbergkoppelingen, rond onder het nummer 11. De rol van inspectievoertuig is daarna overgenomen door de Kameel. In 1961 is de laatste omBC gesloopt. |
|
|
|
Model van een omBC 2900 in het Spoorwegmuseum, op 10 augustus 2006. Helaas zijn de fraaie modellen van het museum op een zeer slechte wijze tentoongesteld, in rare vitrines met sterk spiegelend glas ervoor. |
|
|
|
Motorrijtuig omBC 2907 omstreeks 1938. Prentbriefkaart collectie Adriaan Pothuizen. |
|
|
|
Westervoort, november 1946. Officiële ingebruikname van de herstelde brug over de IJssel. Zowel de trein als de brug zijn versierd met de gemeentewapens van Westervoort en Arnhem. De feesttrein is motorrijtuig omBC 2904. Foto's uit de collecties van Jaap van Amersfoort en Arjan de Jong. Klik hier voor meer over deze brug. |
|
|
|
Deze foto is zeer waarschijnlijk genomen op 23 september 1951, hoewel het volgens de notities van de
fotograaf |
|
|
|
Op 23 september 1951 vond een NVBS-excursie plaats met motorrijtuig omBC 101 (de latere omBC 2901) |
|
Door Martin van Oostrom. Uitg. Uquilair 2007. ISBN 9071513602. Tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog maakten de spoorwegen in Nederland een enorme omwenteling door, beginnend bij het ontstaan van de belangengemeenschap Nederlandsche Spoorwegen en voorlopig eindigend bij de elektrificatie van het Middennet in 1938. Deze periode kenmerkte zich door oplopende explotatiekosten, de exploitatieplicht van onrendabele lijnen en een toenemende concurrentie van het autoverkeer en -niet te vergeten- de fiets. De NS-motorrijtuigen speelden een bescheiden rol in dit verhaal om de exploitatiekosten te drukken, maar gaven tegelijk uiting aan moderniseringsdrang en de pogingen om de dure stoomlocomotief te vervangen. Motorrijtuigen boden de meest efficiënte vorm van exploitatie voor lokaalspoorwegen, waarbij de twee-assige motorwagen met eenmansbediening de goedkoopste exploitatievorm voor de lokaalspprwegen en tramwegen bleek. Zo verschenen in de jaren twintig de vierassige omBC's en omC's en de twee-assige omC's, die de nodige gelijkenis vertoonden met elektrische materieel 1924 (Blokkendozen). In 1937 volgde een kleine serie van acht gestroomlijnde motorrijtuigen, duidelijk afgeleid van de omBC's uit 1929 maar met een modieus stroomlijnjasje Toen in de jaren dertig de onrendable lokaallijnen in een rap tempo werden gesloten, werden zes van de twee-assige motorwagens - die alleen gunstig in exploitatie waren bij een zeer laag vervoersaanbod - overbodig en verbouwd tot motormontagewagens. De vierassige motorwagens konden op drukkere lijnen worden ingezet. Op de deze wijze ontstond een systeem van lokaalspoorverbindingen met motortractie in aansluiting op de geëlektrificeerde en diesel-elektrische baanvakken. De Tweede wereldoorlog trof de motorrijtuigen onevenredig zwaar. De laatste vierassige omBC's en omC's werden na de oorlog nog ingezet op lokaalspoorlijnen, waarmee ze op bescheiden wijze de Blauwe Engelen voorgingen. Van al dit materieel is niets bewaard gebleven, met uitzondering van de serie omC 500, afkomstig van de Gooische Stoomtram. Velen zullen de Ome Ceesjes en hun familieleden niet eens meer herkennen. Dit boek vult het hiaat in de serie publicaties over het materieel van de NS. De beschrijving van de technische ontwikkeling wordt aangevuld met een blik op de dagelijkse inzet en een schat aan unieke foto's, alsmede fraaie materieeltekeningen. Aan dit boek heeft uw webmeester een bescheiden bijdrage geleverd (pagina 230). |
|
Zie ook: